Dagboekdelen 29

5 februari 2017

Het is drie uur in de nacht. Zaterdagnacht, zondagmorgen. Quincy staat dreigend, met gebalde vuisten, voor zijn stiefvader. Zijn ogen fonkelen.
‘Jij hebt mijn jeugd toch al helemaal verpest,’ zegt hij verbeten. Ik sta tussenbeide, in een dun, flodderig zwart niemendalletje, dat telkens van mijn schouders glijdt.
‘Dus ik heb jouw leven verpest?’ vraagt manlief cynisch, en doet een stap dichterbij.
‘Ja, kom maar op,’ daagt Quincy uit. Zijn adem ruikt naar alcohol.
‘Je hebt toch niet gedronken?’ vraag ik ontzet. Dat mag hij nog helemaal niet doen, hij is pas een paar weken clean.
‘Ja ik heb gedronken, ma.’ De bruine ogen richten zich nu op mij. ‘Ik ben voor jullie naar Mistral gegaan. Omdat jullie dat zo graag wilden. Niet omdat ik werkelijk verslaafd was. Maar jullie zijn blijkbaar nog steeds niet tevreden.’
‘Tevreden? Je houdt je niet aan je afspraken!’ schreeuwt manlief erdoorheen. Quincy laat zijn armen zakken en kijkt uitdrukkingsloos naar mij.
‘Ik ga maar slapen.’ Hij neemt zijn rugtas, zijn enige vriend in dit leven, die hij overal mee naartoe neemt, en vertrekt naar boven.

Manlief zet koffie en kijkt naar de klok.
‘Kwart over drie. Morgenochtend komen mijn vrienden op bezoek. Ik heb nauwelijks geslapen,’ foetert hij.
‘Ik ga op de bank zitten. Van slapen komt toch niets terecht. De lampen in de kamer laat ik uit. Wat moet ik zien?’ Manlief denkt er blijkbaar net zo over als ik, laat eveneens het licht uit en gaat iets verderop zitten.
‘Nicole, dit gaat niet goed. Het gaat uit de hand lopen. Dat zie je toch wel in? Die jongen kan niet met mij onder één dak verblijven.’ Ik zucht en kijk naar buiten. Het licht van de lantaarnpaal valt over de struiken op het plein. Ze zien er stekelig en doornig uit.
‘Ik zie dat het niet gaat,’ merk ik verslagen op.
‘Ik ga even buiten roken,’ zegt manlief.
‘Wat? Roken? Nu?’
‘Daar word ik misschien wat rustiger van.’

Om half vijf liggen we naast elkaar in bed. Manlief ruikt naar nicotine en rook. Zijn adem gaat regelmatig. Ik ben wakker en denk flarden, geen complete gedachten. Ik neem mijn telefoon van het nachtkastje en werp een blik op de display. Als ik dan toch wakker ben, kan ik ook wel even kijken op Column X en Twitter. De laatste tijd zit ik veel met mijn mobiel in de hand. Dani zegt telkens dat ik verslaafd ben.
Manlief wordt wakker van het licht van de telefoon.
‘Zit je nou alweer op die telefoon? Ga slapen!’ moppert hij slaperig. Maar dat kan ik niet. Ik moet gewoon even kijken.

 

Dit bericht werd geplaatst in Algemeen door NicoleS . Bookmark de permalink .

Over NicoleS

Door veel te lezen word je een betere schrijver. Joost Zwagerman was ervan overtuigd. Ik houd van lezen maar ook van schrijven. Ik ben bij column x terecht gekomen dankzij mijn lieve vader die hier jaren columns geschreven heeft. Kees Schilder is zijn naam. Ik hoop evenveel plezier te beleven aan het schrijven als hij. Favoriete schrijvers: Gerard Reve, J.J Voskuil, Maarten ’t Hart, Adriaan v Dis, Arnon Grunberg, WF Hermans, Simon Vestdijk, Louis Bordewijk en Jean Plaidy. Favoriete boek: Het bittere kruid, Marga Minco.

8 gedachten over “Dagboekdelen 29

  1. Samen met deel 28 gelezen. Heftige confrontatie. Ik voel je verdriet en hoop oprecht dat er betere tijden voor je in het verschiet liggen. Sterkte!

    Schrijftechnisch zoals gebruikelijk weer dik in orde.

  2. Was een paar dagen achter met lezen, ik hoop alleen maar dat je op dit moment een heel fijn wekend hebt Nicole. Hmmm..die telli..er is een app die je precies (heul confronterend 🙁 ) laat zien hoe vaak je op je mobieltje kijkt, maakt bewust, of je er wat aan hebt weet ik niet (ik heb m er weer af gemikt 😉 )

  3. De telefoonverslaving is het minst belangrijke op dit moment. Bestaat er iets als een club van ouders die met het zelfde te maken hebben (gehad) waar je te rade kunt gaan?

Geef een reactie