Lac Léman 2.

Mijn blijdschap hield de hele zaterdag aan. Ik had een paar vrienden uitgenodigd om te komen eten, maar de meesten hadden al andere plannen. Het was tenslotte kort dag.
Frankie had de hele dag in de keuken gestaan om Roti te maken en mijn huis rook naar een Toko. Al vertrok ik dan niet naar een exotisch oord, de intense geuren van kruiden en specerijen waren een voorbode van het komende avontuur.
Mijn beste vriendin belde op het laatste moment af. Toen ik met de telefoon nog in mijn hand naar Frankie keek en mijn hoofd schudde haalde hij zijn wenkbrauwen op en keek me over zijn bril indringend aan.
‘Niet iedereen is blijkbaar blij voor je…’ zei hij.
‘Wat een onzin!’ had ik kattig geantwoord.
Uiteindelijk waren we met een klein gezelschap: Frankie en ik, mijn buurvrouw en de bovenbuurman met zijn vriendin.

Frankie was een zorgzame Surinaamse man van middelbare leeftijd, die zich een plek in mijn leven had verworven door simpelweg vaak aanwezig te zijn. We hadden elkaar een jaar daarvoor ontmoet op een feest, waar hij de catering had verzorgd. Ik voelde me altijd zeer ongemakkelijk op feesten als er veel mensen waren die ik niet kende, en hij had mij met zijn grapjes op mijn gemak gesteld.
Natuurlijk wist ik wel dat hij zich fysiek tot mij aangetrokken voelde, maar ik beschouwde Frankie meer als een goede vriend en nadat we dat op een dag hadden uitgesproken, kuste hij mij teder op mijn voorhoofd en legde zich erbij neer.
Als ik hem zou vragen naar de andere kant van de wereld te rijden om me te helpen zou hij geen moment aarzelen.

Het was best laat geworden. Frankie was als laatste vertrokken, en ik had een lichte kater van het teveel aan wijn.
Ik bracht de zondag door met opruimen en dagdromen over het aanstaande avontuur. Beelden uit het verleden trokken aan mij voorbij en in mijn verbeelding reed ik door het prachtige landschap waar ik ooit had gewoond; de groene heuvels van de Jura, de kronkelige bergwegen die leidden naar kleine dorpen die met hun fleurige beplanting in plantenbakken en rotondes wedijverden met elkaar om de titel ‘Village Fleuri’, en natuurlijk die prachtige stad: Genève.

Tegen de middag werd ik onrustig. Ik twijfelde opeens of ik wel capabel genoeg was voor zo’n verantwoordelijke baan. Natuurlijk zou ik de komende week worden ingewerkt door de accountmanager wiens plek ik zou innemen, maar hij ging uiteindelijk niet mee naar de eerste afspraken, die ik bovendien zelf nog moest inplannen.
Zenuwachtig belde ik mijn vriendin, die de avond ervoor zo kortaf had afgebeld.
‘Hey San, wat was er nou precies aan de hand gisteren?’ vroeg ik terwijl ik onrustig door mijn kamer liep.
‘Migraine. Heel heftig, ik was kotsmisselijk,’ zei ze op klagelijke toon.
Sandra woonde maar een paar blokken verderop. Ik had haar nooit eerder over migraine horen klagen. De insinuatie van Frankie deed zijn werk, en ik moest moeite doen objectief te blijven.
‘Was het gezellig?’ vroeg ze.
‘Héél gezellig,’ antwoordde ik koeltjes. ‘Hoe is het nu?’
‘Niet veel beter, ik heb veel aan mijn hoofd,’ had ze gezucht.
Bezorgdheid nam de plek in van de ergernis die ik voelde door haar afwerende houding.
‘Zal ik zo even naar je toekomen?‘
‘Nee, laat mij maar even.’
‘Oké, ik bel je van de week,’ zei ik en hing teleurgesteld op.
Ik had het fijn gevonden als ze iets van blijdschap had getoond over mijn buitenkans.

Die avond ging ik op tijd naar bed. Ik wilde mijn eerste dag uitgeslapen en fris beginnen. De eerste dagen van een nieuwe baan waren altijd zeer vermoeiend, zoveel nieuwe gezichten en informatie namen veel energie. Ik had maar een week inwerktijd en mijn vlucht naar Genève stond al over drie weken geboekt.

4 gedachten over “Lac Léman 2.

  1. Mooi zeer mooi. Ik volg👌👍

    Lac Tose vrij eten .. ik ruik de surinaamse keuken. Zie roti de kousenband de curry pasta… koningsvogel sambal en dan met de handen eten. Jammie… geschaafd ijs met miranda siroop erover heen als toetje…laat maar komen.
    Raclette komt later un Geneve wel… loop naar het standbeeld van Descartes en zeg dan… ik eet dus besta!

Geef een reactie