Nou krijgen we godverdomme dat weer!

Nou krijgen we goddverdomme dàt weer!

De deadline voor het inleveren van deze column is maandag, 0:00 uur. Op maandagochtend om 11:00 uur, had ik nog geen flauw idee, waarover ik zou schrijven. Dat duurde tot maandagavond 22:00 uur. Ik besefte plotseling dat ik in hevige tijdnood verkeerde.

Wat doen mensen in nood? Gaan ze als de wiedeweerga aan de slag? Nee, ze laten hun leven als een film aan zich voorbijgaan. Weliswaar in een flits. Maar ook dat is verloren tijd. Als niets nog kan helpen, gaan ze bidden. Zelfs ik, goddeloos columnist, ging bidden.

Vurig stuurde ik signalen naar boven om hulp. Ik vertelde dat ik de bijbel helemaal had uitgelezen. Daarin stonden prachtige wonderen: Sta op en wandel! Stadsmuren die omver werden geblazen met gezang. De plagen van Egypte. De brandende braambos. Jonas in de walvis. Daniël in de leeuwenkuil. Jozef in de put. Net als ik! Een prachtig boek met wonderen uit een ver verleden. “Wordt het niet eens tijd om de draad weer op te nemen?”, vroeg ik Hun Drieën daarboven op de man af.

Maar wat ik ook aanvoerde, vroeg, appte, smste, smeekte. Ze namen daarboven niet op. Zelfs een dringend beroep op de H. Geest bleef onbeantwoord. Het bleef een ‘dead line’.

Teleurgesteld en boos ging ik aan de slag. Ik had geen hulp van ‘daarboven’ meer nodig. De ene volzin naar de andere toverde ik op het scherm. Het was alsof een onzichtbare hand mij stuurde. Ik hoefde niet naar woorden te zoeken. Ik hoefde niets te schrappen. Het was allemaal , wonder boven wonder,  meteen goed. Net op tijd kon ik mijn stukje naar de redactie mailen. Het was ietsje korter dan anders. Vrijwel onmiddellijk kreeg ik een mailtje terug. Bedankt, mooi stukje! Zelf geschreven? Ik dacht: “Nou krijgen we  **dverd*mm* dàt weer!”

2 gedachten over “Nou krijgen we godverdomme dat weer!

Geef een reactie