Ruilen, voor een kus

‘Ha, Moes!’ Ik kan me niet herinneren dat hij ooit mama tegen me zei. Moes is prima, het heeft iets knussigs. In een jolige bui noemt hij me ‘Ouwe’, een titel die ik hoofd fronsend en de eerste keer dat hij me zo noemde met open mond absorbeerde. Maar ook met die benaming moest ik blij zijn, zo vertrouwde hij me in de gauwigheid toe, want dat zegt hij tegen al z’n vrienden. Nou vooruit.

‘Hi, Honey!’ roep ik enthousiast en ik geef hem een dikke kus die wordt afgeveegd. Vanavond, als ik hem naar bed breng, ruil ik tien kussen voor een kriebelsessie over zijn bijna 12-jarige ruggetje voordat hij in slaap valt. Dat maakt deze veegpartij meer dan goed. Zo leer ik ze onderhandelen. Hij noemt het chantage.
‘Hannie!’, waarom noem je me toch steeds Hannie?’
‘Dat is een koosnaampje, en Engels. Het betekent liefje.’
‘Whatever, ik heet geen Hannie dus noem me niet zo.’ Hij kijkt een beetje pissig vanachter een brilletje dat wel een poetsbeurt kan gebruiken. Jemig, wat wordt hij groot.
‘Ok, duidelijk. Noem ik je geen Honey meer, Pikkie.’
‘En dat vind ik helemáal niks. Zeg maar gewoon Toon. Of Toni, dat klinkt ook lief.’
‘Is goed, Schattie. Mag dat wel?’
‘Nou vooruit. Omdat jij het bent, Ouwe. Heb je limo? Een groot glas?’

Ik hou me in. Want eigenlijk wil ik hem fijnknijpen en tienduizend kussen geven. Maar die veegt hij vast alle tienduizend af. Vanavond komt alles goed en wordt alle schade ingehaald: een halfuur woorden raden van tenminste zes letters die ik op zijn rug schrijf á raison van tenminste tien kussen. Gisterenavond leverde enkel het woord ‘Hondendrollenzakjes’ een al een klapzoen of vijf op, dus dat komt vast goed.

11 gedachten over “Ruilen, voor een kus

Geef een reactie