Sterf New York, ik hou van je. [deel1]

Ik kwam ze tegen in een kroeg op 21st street. Drie hitsige puertoricaanse vrouwen en hun vadsige chauffeur die ze een uur geleden hadden ontmoet en hun van kroeg naar club reed met zijn bijna opgereden chevy. Eén van hun bood mij een biertje aan en na het accepteren van deze stond het clubje om me heen vragend waar ik vandaan kwam. Een Nederlander in New York vonden ze wel apart en men begon meteen vragen te stellen over het schijnbare drugmisbruik wat door verscheidene fantasieën Nederland afbeeldde als een, in hun ogen, waar party-paradijs. Ik dikte het nog even wat aan om hun illusie niet te slopen. Ze waren er zo blij mee.

De Dalai Lama van Utrecht

150 kpm. Dat gaat lekker. De witte strepen op deze snelweg schieten als oneindig lange cokelijnen onder mijn metalen neus door en de klok geeft aan dat het nu 2 uur in de nacht is. De 260pk onder mijn glimmend zwarte motorkap geeft mij een rush van hier tot de Ford fabrieken. 180 kpm. Gillen moet je, je moet gillen! 230 kpm. De snelweg is slecht tot niet voorzien van verlichting dus de spanning denderd door mijn lijf en zeker nu ik mijn verlichting heb uitgeschakeld. Mijn ogen moeten nog even wennen aan de duisternis maar langzamerhand zie ik de lijnen weer.

Oom agent bleek niet almachtig

Het was aan het begin van mijn pubertijd dat ik er achter kwam dat je kan winnen van justitie terwijl je wel degelijk schuld hebt aan het desbetreffende misdrijf. Ik was op mijn, uit de sloot geviste dus niet volledig uitgeruste, fiets op weg naar mijn kameraden en werd aangehouden door oom agent vanwege mijn niet functionerende verlichting en idem remmen. Het feit dat ik zonder handen aan het stuur langs kwam fietsen zou gaan zorgen voor een zielig extraatje bovenop mijn te betalen boete.