In navolging van de geweldige conference van meneer van ‘t Hek enige tijd geleden wil ik deze column ook wijden aan onze medemens die noodgedwongen zijn geld moet verdienen op straat. Het is droevig weer, het miezert enigszins hier in het zuiden des lands. Het is 23 december en ik loop naar de bushalte. Het is maar een klein stukje, ik zou zeggen een minuut of 5 wandelen, toch is dat lang genoeg om mezelf al flink te ergeren aan het weer. Het is bijna kerst en dan word je toch een beetje treurig met dit weer. Wie verlangt er nu niet naar een witte kerst. Ook dit jaar zit het er helaas niet in. Ik loop langst een pleintje waar een aantal winkels zijn gevestigd. Een bakker, slager, kapper en ook één van Nederlands best lopende supermarktketens op dit moment (ik weet niet of ik de naam mag noemen dus ik probeer met woorden even te verduidelijken welke ik bedoel).

Deze winkelketen dankt zijn goede marktpositie op dit moment aan zijn anti-klantgericht denken. Je moet er zeg maar zelf op een palet gaan staan om je fles wijn uit een doos te kunnen tillen. Een tijdje geleden durfde niemand er voor uit te komen dat ze ook wel eens bij deze winkel boodschappen gingen halen en nu loopt een gemiddelde j.u.p. er minimaal één keer per maand toch zeker binnen in zijn pak en stropdas, omdat het gewoonweg flink wat scheelt in de prijs. Gelukkig is deze verandering tot stand gekomen, wellicht als een reactie op de dalende economie.

Voor deze winkel staat een dakloze zijn krantje aan de man te brengen. Deze jonge man is wellicht één van de vele die de dupe is geworden van de economische teruggang zoals een tijdje gelden in het nieuws was. Deze louche uitziende man, met een buitenlands uiterlijk, staat voor de ingang om zo nog geen beetje mee te kunnen profiteren van de warmte die uit het pand ontsnapt. Op hetzelfde moment zie ik dat alle winkelwagentjes in gebruik zijn en er niet één op het vouwrangeerterrein staat te wachten op een nieuwe klant, die er geld voor betaald om er iets in te mogen doen (het is net een hoer wat dat betreft). Deze drukte is natuurlijk geheel te wijten aan onze manier van kerstfeest vieren. Iedereen is aan het hamsteren om maar een goede kerstmaaltijd voor te kunnen schotelen aan geliefden. De supermarkten draaien topomzetten in deze tijd, ondanks de economische malaise.

Ik loop richting de man, hij stinkt een beetje en heeft een enigszins ongewassen uiterlijk. Hij heeft wel een vriendelijk gezicht ook al staat het behoorlijk treurig. In dit geval kon ik het niet laten om op de man af te stappen en te vragen hoe de zaken gaan. Hij kijkt me verbaasd aan en er verschijnt een glimlach op zijn gezicht, alsof hij mij wil bedanken voor mijn interesse en voor mijn positieve benadering van zijn werk. In gebrekkig Nederlands vertelt hij mij dat hij twee kranten heeft verkocht die dag. Niets bijzonders. Ik kijk de winkel binnen en zie daar ongelooflijk lange wachtrijen voor de kassa’s.

Om het gesprek tussen mij en de man voort te zetten vraag ik wat zijn invulling zal zijn van de kerstdagen. Ik gebruik deze voorzichtige bewoordingen omdat ik geen enkel idee heb hoe hij dat zal gaan ervaren. Hij vertelt mij dat hij eerste kerstdag bij het “Leger des Heils” gaat eten en dat hij voor 3 euro op tweede kerstdag een avond wordt beziggehouden bij daklozenopvang. Maar dat hij nog wat kranten moet verkopen om aan die avond deel te kunnen nemen.

Er komt een mooie, jonge vrouw naar buiten die aan ons voorbij loopt. Ze heeft een afgeladen winkelwagen vol lekkernijen. Ik klopte zachtjes op haar schouders, ze draaide zich met een schrikbeweging om, waarop ik zeg:” Schrik niet mevrouw, maar ik heb even een klein vraagje aan u”. Aan het gezicht van de dame was af te lezen hoe blij ze was met het feit dat ik haar aansprak in plaats van de man naast mij. “Mevrouw, voor hoeveel geld heeft net boodschappen gedaan”. “Voor ongeveer 130 Euro” antwoordde de blondine, die ook zo te zien voor een euro of 4 per dag op haar gezicht smeert. Op mijn vraag of al die boodschappen opgaan met de kerst antwoordt ze:” Ja, ik ga een vier gangen diner klaarmaken, want er komen een aantal vrienden eten”. Is dat uw uiting van de kerstgedachte? “Ja” antwoordt ze met een schuine blik op mijn buurman.

Ik vraag aan de jonge vrouw of ze weet wat deze man hier staat te doen. Ze antwoordt vastberaden “krantjes verkopen”. Bijna goed zeg ik. Hij is namelijk zijn kerstfeest bij elkaar aan het verdienen. Meneer heeft 3 Euro nodig om tweede kerstdag door te komen. Ze kijkt me schaapachtig aan en zegt brutaal tegen mij: “Dan geef je die toch aan hem?”. Waarop mijn antwoordt is: “Is dat uw kerstgedachte?”. Ze loopt gepikeerd weg. Ik houd de man 5 Euro voor en zeg tegen hem: “Hier, geniet er van en je koopt er geen drank of drugs voor hè?” Hij knikt heftig van nee. Ik geef het hem en zeg succes verder en een prettig kerstfeest. Er verschijnt een lieve lach op zijn gezicht.


0 reacties

Geef een reactie