In ‘De laatste maaltijd met Jezus’ vat de rabbi de betekenis van bevrijding voor de allerlaatste keer met overweldigende kracht samen. Petrus begrijpt hem nog steeds niet. Begint hem iets te dagen als hij aan het einde van het volgende verhaal, ‘Gevangen genomen in de nacht’, wegkruipt achter een paar struiken en in tranen uitbarst?
Wanneer zeg je ‘tot hier en niet verder’? Wanneer voeg je de daad bij het woord en durf je te zeggen: Hier sta ik en ik kan niet anders!
In de joodse traditie van Jezus is God een werkwoord en het werkwoord is kiezen. En de keuze is tussen goed en kwaad. In 1938 haalt de in Duitsland geschoolde filosoof A. J. Heschel, in een lezing voor de Quaker-gemeenschap in Frankfurt, woorden aan uit de joodse wijsheidsliteratuur: ‘Als een mens kwaad heeft gezien, laat hij daar dan niet moeilijk over doen, zodat hij zich bewust kan worden van zijn eigen kwaad en daar dan aan kan gaan werken. Want wat hij gezien heeft, is ook binnenin hem’.
En Heschel vervolgt: ‘Onze wereld doet denken aan een slangenkuil. We zijn niet pas in 1939, of zelfs 1933, in die kuil gevallen. We zijn er generaties geleden al in terechtgekomen. De slangen brachten hun gif in het bloed van de mensheid, waardoor we geleidelijk verlamd raakten; zenuw na zenuw werd verdoofd, onze geest stompte af en onze blik verduisterde. Goed en kwaad, eens zo helder als dag en nacht, zijn vervaagd en wazig geworden. Geweld wordt verheerlijkt, mededogen veracht en we gehoorzamen de wetten van de markt.’

Wanneer je één mens redt, red je de gehele mensheid – wanneer je één mens doodt, dood je de gehele mensheid.
Toegespitst: Zijn de vijftig miljoen doden uit de Tweede Wereldoorlog erger dan de enkele dood op de heuvel die Golgotha heet?

Behoed dan je tong voor het kwaad,
je lippen voor woorden van bedrog.
Mijd het kwade, doe wat goed is,
streef naar vrede, jaag die na.

Het was in een klein Oost-Europees stadje dat een man steeds kwaad sprak over de rabbijn. Op een dag kreeg hij spijt en vroeg de rabbijn om vergeving. Hij was bereid tot elke vorm van boetedoening. De rabbijn vroeg hem om een veren kussen open te snijden en de veertjes te verstrooien in de wind. Toen hij dat gedaan had, keerde hij terug en vroeg: ‘ben ik nu vergeven?’ ‘Bijna’, was het antwoord. ‘Nog één ding, zoek de veertjes bij elkaar.’ ‘Maar dat is onmogelijk,’ protesteerde de man. ‘De wind heeft ze overal naartoe geblazen’. ‘Precies,’ antwoordde de rabbijn. ‘Hoewel je oprecht het slechte dat je gedaan hebt wilt rechtzetten, is het onmogelijk om de schade die je woorden hebben aangericht te herstellen’.
Deze beroemde anekdote is een les over kwaadsprekerij en laat de macht van het woord zien.
Begint het te dagen?
De roddelaar staat in Syrië en doodt in Rome. Hoe komt het dan, dat op één of andere manier het vermijden van roddel uit het klassieke rijtje van universele ethische geboden en verboden is verdwenen en dat kwaadsprekerij bijna ‘normaal’ lijkt te zijn geworden?

Mozes sprak Tien Woorden die de grondslag vormden van zo ongeveer alles wat ons dierbaar is: ons gehele pakket aan basiswaarden en -normen, of we nu jood, niet-jood, gelovig of ongelovig zijn. Mozes gebruikte de werkwoordsvorm in de gebiedende wijs, voorafgegaan door een ontkenning: ‘Geen gedood!’, ‘Geen gesteel!’, ‘Geen gelieg!’ Zelfs de simpelste nomade kon deze tien woorden uit het hoofd leren en zijn vingers gebruiken of hij ze compleet had…

Enkele dagen na zijn lezing in Frankfurt wordt Heschel door de Duitsers teruggestuurd naar zijn geboorteland Polen. Godzijdank kon hij later nog spreken ‘…als lid van een gemeenschap, wier grondlegger Abraham was. De naam van mijn rabbi is Mozes. Ik spreek als iemand die Warschau, mijn geboortestad, net zes weken voor het begin van het onheil kon verlaten. Ik ben een stuk brandhout, gerukt uit het vuur waarin mijn volk verbrandde…’
En hij schrijft over de kleine Joodse gemeenschappen in Oost-Europa ‘dat zij de wetenschap niet afwezen, maar wel geloofden dat een beetje edelmoedigheid duizendmaal waardevoller was dan alle profane wetenschappen, dat het belangrijker is om elke dag te bidden: Mijn God, bewaar mijn tong voor het kwade en dat het overpeinzen van de Psalmen de mens met meer mededogen vervult dan de studie van de Romeinse geschiedenis…
Hun leven was georiënteerd op het spirituele. De huidige generatie heeft nog de sleutels tot de schat. Als wij deze rijkdom niet aan het licht brengen, zullen de sleutels met ons het graf ingaan en de voorraadschuur van de generaties zal voor altijd gesloten blijven.’

‘Waarom is Judas weggegaan?’ vraagt Petrus.
‘Vannacht zullen jullie me allemaal in de steek laten, Petrus’, zegt Jezus zonder rancune.
‘O, nee!’ roept Petrus uit. ‘Dat zal ik nooit doen. Ik zal altijd bij je blijven!’ ‘Nog deze nacht, Petrus, vóór het kraaien van de haan, zul je drie keer zeggen, dat je mij niet kent. Je zult me drie keer verloochenen.’
‘Al moet ik met je stèrven, ik zal je nooit verloochenen!’ zegt Petrus.

Een volk dat voor tirannen zwicht
zal meer dan lijf en goed verliezen
dan dooft het licht…

Pasen & Pesach is een gezamenlijk moment van bevrijding en zelfbezinning: Want wat de mens gezien heeft, is ook binnenin hem. God is een werkwoord.

Categorieën: Maatschappij

5 reacties

Libelle · 29 maart 2012 op 14:17

Onze pastoor kon ook zo goed prediken. Daarna stapte hij op de fiets en probeerde mijn moeder te vingeren. Ik zie uit naar Pasen. Onze kleinkinderen komen eieren schilderen.

arta · 29 maart 2012 op 14:56

Dit soort stukken liggen me niet, Abraxas.

Ik kan de naam Abraxas (paard van de (heiden)god Helios)ook niet helemaal combineren met de inhoud van het stuk.

Mien · 29 maart 2012 op 23:19

Tegen het licht van de volgende beschouwing gezien is dit geen verkeerd debuut.
Welkom @ CX

[quote]Fenomenologie (Grieks: phainomenon = verschijnsel en logos) Fenomenologie is een stroming in de filosofie waarin men zich richt op het menselijk kenproces. Men beschrijft het menselijk bewustzijn als wezenlijk gericht op de wereld. Hiermee wordt een oud probleem in de geschiedenis van de filosofie, namelijk het bestaan van een kloof tussen het kennende subject en het gekende object, gedeeltelijk opgelost. Men bekijkt het object waarop het bewustzijn gericht is nauwkeurig, zonder zich af te vragen of dit object buiten het bewustzijn ook werkelijk bestaat. De fenomenologische ‘wezensschouw’ bestaat uit een nauwkeurige analyse van datgene wat aanwezig is in het bewustzijn, waarbij het oordeel over de ‘ware aard’ van het object steeds wordt opgeschort. Edmund Husserl (1859–1938) is de grondlegger van de fenomenologie waarin hij de fenomenen benaderde als aanwezig voor een bewustzijn en de vraag naar het bestaan van deze fenomenen onafhankelijk van de ervaring opschortte. Hiermee probeerde hij van de filosofie een nieuwe wetenschap te maken, voorbij de metafysica en de psychologie. De term fenomenologie is al ouder: Lambert gebruikte hem in 1764 (waarheid tegenover schijn). Hegel benutte hem juist in positieve zin: Phänomenologie des Geistes (1807) betitelt het ontstaan van de waarheid. Negentiende-eeuwse positivisten gaven er in hun visie van waarnemen weer een andere uitleg aan. De fenomenologische beschrijvingen richten zich niet op verschijnselen in hun individuele bijzonderheid, maar op het wezen ervan (wezensschouw). [/quote]

Mien

p.s.
Gelijk een antwoord op jouw vraag Arta: Abraxas is een uitgeverij en een paard en een zeer bekende titel van een [b][u][url=http://i2.listal.com/image/1537480/936full-abraxas-cover.jpg]lp van Santana[/url][/u][/b]. Ken je klassieken!

arta · 30 maart 2012 op 09:02

@Mien: Je hebt gelijk… Het paard blijft wel mijn favoriet! 😀
Maarre… over klassiekers: die toddler bridal dress hierboven is niet te versmaden, hè? Lekker inhoudelijk gereageerd, Logan, ga zo door! 😀

Harrie · 30 maart 2012 op 23:37

Ha ha, Mien, dat doet me denken aan goede tijden. Abraxas, Black Magic Woman, Samba Pa Ti, Oye como va, Se a cabo, wauw, wauw, wauw, memories, memories, Demian, Herman Hesse, Flower power … peace!

Geef een antwoord