Vaak word ik in mijn kamertje met spuuglelijk groen motiefjesbehang wakker en constateer ik dat mijn babyderrière zich weer eens in de warme ellende bevindt. Er zijn mensen die van minder een slecht humeur krijgen. Inmiddels is proefondervindelijk bewezen dat een enorme keel opzetten een beproefde methode is om te laten weten dat ik graag verlost wil worden van mijn misère.

Mijn moeder spoedt zich altijd naar mijn wieg, gaat erboven hangen en stelt me dan met een stralend gezicht de retorische vraag: ‘Heb jij dan een vieze luier?’ Ik wil ‘duh’ zeggen, maar ik kom niet verder dan machteloos huilen. Ze tilt me vervolgens op, verschoont de hele handel, met als kers op de taart het Zwitsal billendoekje.

Na de verschoonbeurt verheug ik me steevast op een lekker fris, zacht en comfortabel zittend pakje waar mijn knappe babytoetje goed in uitkomt. Met een beetje ijdelheid is niks mis. Tot mijn schrik hijst mijn moeder me dit keer in een jurk! Een lang, wit gewaad met als vreselijke klap op de vuurpijl een mutsje dat me echt belachelijk moet staan. Ik ben zo verbijsterd dat ik mijn moeder alleen maar met grote ogen kan aanstaren. Helaas interpreteert ze dat niet goed: ‘Ja, dat is mooi, hè!’

Een paar uur later lig ik op mijn moeders schoot met tegenover mij een man in een net zo witte jurk als die ik zelf aanheb. Om me heen gelukkig wel wat bekenden. Opa en oma zijn in de Fiat geklommen om erbij te zijn. Natuurlijk mijn vader die zich voor de gelegenheid met een stropdas heeft getooid. Mijn zusje in een kek roze jasje dat, toegegeven, haar leuk staat. En verrek, oom Peter en tante Meter.

Net als ik denk: ‘beetje koud hier, maar best gezellig,’ besluit de man in de witte jurk me te gaan betasten. Hij geeft me een kruisje op mijn kop. Het feit dat vervolgens mijn vader, mijn moeder, mijn oom en mijn tante zijn voorbeeld volgen, maakt dat ik het laat gaan. Het zal wel goed zijn.

Er worden boekjes opengeslagen en de volwassenen murmelen een reeks teksten waar ik geen touw aan kan vastknopen. Het lijkt me niet zo’n probleem als ik eventjes tussendoor een tukje doe. Lang duurt mijn momentje van ontspanning niet, want een plens water over mijn hoofd haalt me vrij ruw uit dromenland. ‘What the fuck,’ wil ik zeggen, maar weer kom ik niet verder dan een gênant krijsen. ‘Ik doop u in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest,’ zegt de witte jurk. ‘Is goed,’ denk ik bij mezelf, ‘maar het wordt mijns inziens tijd voor de afronding.’

Er komt (gadverdamme) nog wat olie aan te pas en er worden enkele kaarsen aangestoken. Na deze sfeervolle finishing touch wordt er nogmaals het een en ander aan onverstaanbaars gemurmeld door de volwassenen en daarna kunnen we eindelijk naar huis. Wat wel leuk is, is dat ik een kaars mag houden.

Het bleef door de feestelijkheden aangaande deze plechtigheid, waarvan ik in ons geval decennia later nog steeds weinig zal begrijpen, nog lang onrustig in onze woning.

Categorieën: Overig

10 reacties

van Gellekom · 24 mei 2020 op 11:05

Waar het om gaat, is de orgie daarna. Maar dat besef je pas later haha

    Marieke · 24 mei 2020 op 16:03

    Als je wilt kun je inderdaad altijd een (onzinnige) reden verzinnen voor een feestje dat al dan niet ontaardt in een orgie. Blijf ik het toch bizar vinden dat die reden een ingewikkelde poppenkast moet zijn. Het kan anders. Makkelijker. Zo kun je bijvoorbeeld familie en vrienden uitnodigen om te vieren dat er besloten is het kind niet te dopen. Scheelt die hele gang naar de kerk met veel sneller ongeveer hetzelfde feestje/orgie (doorhalen wat niet van toepassing is).

Nummer 22 · 24 mei 2020 op 15:02

Precies! In de naam van de vader, de zoon en de heliige geest! Wie dat ook mogen zijn… de schizofreen is nooit alleen en deze 3 al eeuwen niet.

Nummer 22 · 25 mei 2020 op 07:51

Zoals de gristelujken op een reckamebord schreven ‘ vloeken is aangeleerd is dat ook voor bidden’ Hoop vanuit iets dat er niet is putten….iscaan hen, maar toetert dat niet in de politiek, op straat, aan de deur.. want als ‘jezus redt’ waar is die jezus dan??

Geef een reactie