Het journaal dat opnieuw opent met de urgente vermissing die Nederland al maanden in zijn greep houdt, is het moment waarop mijn huisgenoot en ik weer de strijd aangaan. Bij het eerste wauwelen van zijn kant schroef ik het volume van de tv op. Hij wauwelt wat harder. Ik tik de volumeknop nog eens aan. Een effectieve dreun mijnerzijds schakelt hem tijdelijk uit. Vervelend, maar ik moet ook om de buren denken.

Gefascineerd kijk ik naar de beeldvullende foto van de vermiste man. Hij heeft nog geen baard en hij lacht. Een politieagent drukt de kijker op het hart toch vooral informatie te delen. Alles is belangrijk. De familie is ten einde raad. Ik negeer de vlaag van medelijden die door me heen schiet.

Mijn huisgenoot is net op tijd bij zijn positieven om de code oranje van Willemijn Hoebert mee te krijgen. Voorlopig is dat voor hem echter niet van belang. “Tijd voor je hapje,” zeg ik tegen hem en loop naar de keuken voor de tweede dosis van die dag.

Hij protesteert nu niet meer. De eerste dagen nadat ik hem met een list mijn appartement ingelokt had waren een drama. Ik heb hem de kans gegeven uit te leggen waarom hij ervoor had gekozen te blijven behandelen met de medicatie die mijn nieren beschadigden. De dokter zweeg. Ik kon toen niet anders dan hem vast te binden en de pillen te voeren die hij mij jarenlang gaf. Ik blijf dat doen, totdat hij aan nefrogene diabetes insipidus lijdt. Ik laat hem pas gaan als ik merk dat hij zich helemaal onderuit piest, de hele dag dorst heeft en drinken niet helpt.

Voordat ik aan het einde van de avond naar mijn slaapkamer vertrek, prik ik even wat bloed van de slapende man in de stoel in mijn huiskamer. De medicatie heeft hem versuft en hij is de coma nabij. Morgen even zijn nierfunctie checken. De laatste keer was het nog niet alarmerend genoeg.

Mijn blaas vindt het niet voor het eerst en niet voor het laatst die nacht nodig me uit mijn slaap te halen. Mij vaag bewust van flarden droom over een ontvoerde arts stommel ik naar de wc en lurk meteen weer een fles water leeg. Ik kruip terug in bed en slaap in met de filosofische gedachte: ik plas, dus ik ben.

Categorieën: Overig

7 reacties

Mien · 13 februari 2020 op 15:57

Bijzonder stukje. Betreft het hier een gevalletje ‘hyper’ of “nijlpaard’ (met Griekse ‘ij’ en één ‘p’)?

    Marieke · 13 februari 2020 op 18:00

    Het gevalletje komt er rond voor uit een nijlpaard te zijn. Eventuele associaties aangaande het uiterlijk neemt het gevalletje voor lief.

      Mien · 13 februari 2020 op 19:55

      Een lage suiker dus. De vergelijking was taalkundig. 😉

        Marieke · 13 februari 2020 op 20:48

        Hyper (suiker) en nijlpaard (extreem veel plassen). Zo las ik het. Diabetes mellitus is suiker. Diabetes insipidus heeft niks met suiker te maken. De nieren zijn niet in staat vocht vast te houden. Dus plast dit gevalletje als een nijlpaard.

          Mien · 13 februari 2020 op 22:53

          Aha …. verwarring alom. Weer wat geleerd. Nijlpaard is een hippo. Daarvan afgeleid hypo (lage suiker). Hyper is hoge suiker. In beide gevallen vergelijkbare symptomen. Waaronder transpireren en veel plassen. Aldus.

            Marieke · 14 februari 2020 op 06:20

            Verwarring is leuk.

              Nummer 22 · 14 februari 2020 op 18:44

              Hypo en hyper.. the answer is clear… de ene te laag de ander te veel, tsja. Leuk verhaal.

Geef een reactie