Ze is uitgegroeid; waar we vroeger om de haverklap nieuwe broeken voor haar moesten aanschaffen vanwege regelmatig terugkerende gevallen van hoogwater, zijn haar broeken nu dringend aan vervanging toe vanwege ernstige slijtage. Omdat het vandaag zulk prachtig weer is, besluiten we op de fiets naar de stad te gaan. Allebei in een dikke winterjas gehuld, fietsen we het dorp uit. Na enkele honderden meters wordt de weg versperd door een stelletje ongeregeld. Ze hebben het zo druk met elkaars outfits te becommentariëren dat ze mijn fietsbel niet horen. Op het laatste moment schieten ze lachend uit elkaar. Tien Zwarte Pieten, klaar voor de intocht in het dorp. Sinterklaas zit vast nog ergens aan de koffie, want hij is in geen velden of wegen te bekennen. Wij fietsen stevig door, ondertussen redelijk bezweet, omdat het vandaag eigenlijk veel te warm is voor een winterjas. Hoe dichter we bij het stadscentrum komen, hoe drukker het wordt. Het kost veel moeite om nog een plekje voor onze fietsen te vinden in de bewaakte ondergrondse fietsenstalling. Bovengronds storten we ons tussen het winkelend publiek. Al na honderd meter heb ik er eigenlijk schoon genoeg van; hoorndol word ik van deze drukte. Natuurlijk is het niet slim om te denken dat je op een zaterdagmiddag, twee weken voor Sinterklaas, rustig kunt gaan winkelen. Het grootste gedeelte van de mensen echter, verdwijnt in warenhuizen en speelgoedwinkels. In de kledingwinkels is het een heel stuk rustiger. In minder dan een half uur hebben we dan ook maar liefst drie spijkerbroeken gescoord. Dat moet gevierd worden vind ik, dus genieten we even later van een drankje, op een terras in de zon.

Tegenover het terras zit een winkel in hebbedingetjes, die een enorme aantrekkingskracht op de passanten lijkt uit te oefenen. We moeten er maar niet naar binnen, vindt mijn dochter. Niet vanwege de drukte, maar vanwege het feit dat niemand de winkel zonder plastic tasje – uiteraard met inhoud – lijkt te kunnen verlaten. Ik houd wel van een uitdaging, dus na het afrekenen steken wij de straat over. Naast enorm veel mensen bevat de winkel een hoogst merkwaardig assortiment, dat varieert van fotolijstjes en zitzakken, tot kaarten en erotisch getinte artikelen. Fronsend schuifelen we langs de schappen. Niet één hebbedingetje te vinden dat wij zouden willen hebben. Even later staan we, en daar ben ik best trots op, zonder tasje weer buiten.

Tot besluit moeten we echt nog even een warenhuis in. Ik heb dringend een schaaltje nodig, dat uitsluitend daar verkocht wordt. We wurmen ons tussen de rookworsten, saucijzenbroodjes en tompoezen door naar de ingang. Binnen is het opnieuw schuifelen geblazen. Roltrap op, roltrap af, omdat we de schaaltjesafdeling zo snel niet kunnen vinden. En precies op het moment dat mijn humeur beneden het nulpunt dreigt te zakken, is er dat kleine jongetje, dat vast nog in Sinterklaas gelooft. Dat ook vast wel eens de Drie Dwaze Dagen bij een concurrerend grootwarenhuis heeft bezocht, want hij verzucht, net zo balend van de drukte als wij: ‘Zouden het de Hondsdolle Dagen zijn, pap?’

Categorieën: Verhalen

Avalanche

Zit nooit om woorden verlegen. http://tekstfontein.com

7 reacties

Saya_Surya · 30 november 2009 op 21:19

leuk!

SIMBA · 1 december 2009 op 08:20

Ik ben zo blij met die eerste zin 😀 Dus er komt een tijd dat ik geen nieuwe broeken hoef weg te geven….ik kijk ernaaruit!
Leuk stukje!

Avalanche · 1 december 2009 op 08:27

Klopt Simba, er is hoop 😉

Emiliever · 1 december 2009 op 10:17

Hahaha! Heel grappig en héél herkenbaar. Vooral dat jongetje. Het is weinigen gegeven het zó te verwoorden, maar jij en het jongetje lukt het dus! Heb je dat schaaltje nou nog gevonden, trouwens?? Groet, Emiliever.

Avalanche · 1 december 2009 op 12:41

Twee zelfs! 😀

Fem · 2 december 2009 op 13:24

Dat jochie zie ik helemaal voor me :hammer:

Ik heb zo’n ontzettende hekel aan die enorme drukte in de stad rond de feestdagen 😕 Mensen slaan in alsof ze er de hele winter mee door moeten komen en gedragen zich als beesten…

KawaSutra · 3 december 2009 op 00:27

Haha, leuk die uitspraak. Hij heeft vast nog gelijk ook!

Geef een antwoord