Lentekriebels. Ik weet er even geen raad mee. Het sast uit de hemel en het is droevig koud. 

Mede voor het weer zijn we tien jaar geleden naar het zuiden van Frankrijk verhuisd, met alle toestanden van dien. Vooral in de lente, na de slopende donkere maanden van de winter, ben ik erg aan zonnige warmte toe, maar juist de lente blijkt hier in Occitanië een onbestendig seizoen. Ook dit jaar willen de weersomstandigheden maar moeizaam aan de verwachtingen voldoen. Na drie heerlijke dagen in de tuin, zitten we vandaag weer binnen door het raam naar de kille nattigheid buiten te kijken. Ik ben blij dat ik mijn wollen truien nog niet uit de kledingkast heb verbannen. Half mei. Zuid-Frankrijk. 

Maar toch … Lentekriebels. 

Zelfs met tegenvallende kwikcijfers en vitamine-D-stralen blijft het een heuglijk seizoen. Al die bomen, struiken en planten die ten dode opgeschreven leken de afgelopen maanden, maar toch ook dit jaar weer de moed vinden om helemaal opnieuw te beginnen, een beetje groter, een jaartje ouder en een stukje wijzer. Al die verschillende vogels die de moeite hebben genomen om de lange terugreis vanuit het verre zuiden te maken en nu opgewonden door elkaar heen kwetteren met een aanstekelijke vrolijkheid, druk in de weer met elkaar en met de voorbereiding voor nieuw leven. De dikke hommels en grote blauwzwarte houtbijen die aangetrokken worden door de eerste bloemen van het seizoen. De katten die verleidelijk in het gras rollebollen en rare sprongen maken naar de vroege voorjaarsvlinders. Tenminste, vandaag dus even niet. Vandaag liggen ze somber op de bank tussen de opgefrommelde plaid gekropen en doen waar ze het allerbeste in zijn. Slapen. 

Maar toch … 

Het frisse groen, de geurige bloesem en het zoemend geluk is pas het begin, het is de belofte voor maanden vol leven, licht en warmte. En al zou ik nog zo graag dit virtuele A4tje vol willen mopperen over het druilweer van vandaag, de lente stemt optimistisch. En zo opende ik vol optimisme de voordeur vanavond ondanks dat het schelle gerinkel mij ruw uit de vredige hangsfeer haalde, toen er relatief laat werd aangebeld.

De buurvrouw.

De lente is voor de buurvrouw elk jaar weer de aftrap om wat vaker haar onverwarmde huisje te betrekken en als er iets tot weinig optimisme stemt, lente of niet, dan is het wel de buurvrouw. De buurvrouw die quasi vriendelijk langskomt, naar ieders welzijn informeert en vervolgens altijd nog even ‘iets wil aankaarten.’ Dat er een uitloper van de blauwe regen, ondanks ons snoeiwerk, toch over de muur haar boom heeft bereikt. Of dat ik na half elf ’s avonds de poes niet meer binnen moet roepen, omdat zij dan al in bed ligt. Dat naast alle rondzwervende katten uit de buurt ook ónze katten in haar perkje plassen … Dat laatste irriteerde haar dusdanig dat ze een paar zomers geleden een kan met haar eigen urine over onze muur kieperde. Deze volslagen gestoorde actie deed voor ons toen écht de deur dicht.

Nu sta ik, misleid door optimisme, toch in mijn open deur oog in oog met de buurvrouw. Nadat ze haar ongerief over een foutgeparkeerde auto heeft gespuid, informeert ze belangstellend naar mijn dochter en vervolgens naar mijn oudste zoon. Kort en kil geef ik antwoord, maar ze laat zich niet uit het veld slaan. Mijn jongste zoon doet school aan huis en nu gaat ze plotseling fluisteren. Ze kijkt waakzaam naar binnen waar hij lui op de bank naar de televisie zit te kijken en met een veelbetekenende blik fluistert ze dat hij waarschijnlijk agorafobisch is. Mijn geruststellende ontkenning  bereikt haar verziekte brein natuurlijk niet en met een intense zucht naar drama schuift ze ernstig knikkend nog dichterbij. 

Paniekerig stel ik mij opeens een plein vol buurvrouwen voor en voel een hevige agorafobie opkomen.

Hier krijg ik écht de kriebels van.

Categorieën: Overig

Dorine

Ontwerper van huisjes en interieurs in Frankrijk en een simpele plezierschrijver over gebeurtenissen en -nisjes uit het dagelijks leven.

0 reacties

Geef een reactie