Ze stapte de grote verlichte hal binnen. De frisse geur van eucalyptus vermengde zich met een penetrante sigarenlucht en drong diep haar neus binnen. In de maanden die volgden zou de geur zich met haar verweven en zich in haar ziel griffen, zoals de vertrouwde geur van draadjesvlees en kruidnagel haar aan de logeerpartijen als kind bij oma deed denken. Of muffe kledinglucht haar aan de poppenkast poppen deed herinneren als ze de tas en de uitklapbare poppenkast achter oma’s jurken vandaan trok. Hoe lang ze ook met Jan Klaassen en Katrijn speelde, ze roken altijd bedompt.

Protserig doch sierlijke kroonluchters prijkten aan het beschilderde plafond. Romeinse engeltjes met prachtig witte vleugeltjes droegen sierlijke aardewerkenkruiken naar een weelderige vijver. Een wonderschone nimf keek aan de voet van de vijver vertedert toe hoe lieflijk de engeltjes haar bad voor haar vulden. Een sliert van haar blonde lokken deed de vijver kringen. Sereen.

‘Kan ik je jas aannemen?’

De man die de deur voor haar had geopend bekeek haar van top tot teen. Ze voelde zich verlegen worden, maar keek hem toch brutaal aan. Alles was groot aan hem; zijn postuur, zijn handen, zijn gezicht, zijn mond.

‘Cees.’
‘Sofia.’

Ze lachte en legde haar mantel over zijn uitgestoken hand.

‘Dit is zeker eenmalig hè?´

Hij keek haar geamuseerd aan en liet een bulderende lach horen. Type horeca-man.

´Je leert snel.´

Hij zei het in onvervalst plat Amsterdams. Ze streek met haar hand over haar korte witte bouclérokje. Het viel tot net over haar billen, zag ze in de wandspiegel, die de volledige breedte van de imposante hal vulde. Ze draaide zich om. Een klassiek ogend meisje, jonge vrouw,  met een verfijnd gezichtje, gestoken in een Coco Chanel-achtige deux piece. Het ragfijne gouden draadje deed het gebroken wit glinsteren als parelmoer. Ze zag er uit als een fonkelend diamantje, vond ze. Haar benen kwamen voordelig uit in de ragfijne panty. 15 denier, chocoladebruin. Ook met een glansje. Ze draaide een moment naar opzij. Haar blonde haren,  zorgvuldig naar binnen geföhnd, vielen tot net op haar schouders. Tevreden bekeek ze zichzelf nogmaals in de spiegel, ving de blik van Cees op, die haar maande te volgen en pakte vlug haar bruin leren handtasje op, dat ze naast zich op de grond had gezet om haar jas uit te trekken. Ze kon het niet laten om even met haar hand over het weelderige tapijt te gaan. Luipaard, het voelde zacht als een jong spinnend katje en ze sloot een moment haar ogen. Ze hurkte overeind en liep toen met kordate korte pasjes achter Cees aan de bar in, waar hij haar voorstelde aan Gerrit.

Categorieën: Verhalen

14 reacties

troubadour · 26 september 2014 op 17:07

Welkom. Ik weet zeker dat ik het morgen nogmaals lees! En even filosofeer over wat hoofdstuk twee zal brengen …

pally · 26 september 2014 op 17:34

Ben benieuwd wat er gaat gebeuren …Al kondigt de sigaren- geur, die zal blijven al wat aan. Een cliffhanger die aan t begin staat, grappig

Meralixe · 26 september 2014 op 18:10

Uiteraard ook welkom op column x en, met je prettige schrijfstijl maar, helaas moet ik je wel verwittigen dat ‘vervolgverhalen’ nu niet bepaalt HET item is dat het goed doet op deze site. Dat heeft dan ook nauwelijks iets met de kwaliteit van het geleverde werk te maken maar meer met het tempo waarop de inzendingen verschijnen.
Maar, natuurlijk wens ik U alle succes toe. 🙂

trawant · 26 september 2014 op 20:53

Tja, veelbelovend, maar pas vanaf de 2e alinea. Het hele eerste stuk mag je wat mij betreft schrappen. vind ik erg matig geschreven. ( overigens van harte welkom op CX, we zeggen hier exact wat we van een column vinden … 😉 ).
Een potpourri van geuren die, als je de combinatie nog eens tot je door laat dringen, een onwerkelijk ratjetoe vormen van herinneringen. Bovendien maak je de tweede zin mank door die twee keer ‘zich’.

Daarna wordt het spannend omdat ik je in die hal zie staan en
je in een paar woorden dialoog suspense weet op te roepen.
Mijn advies zou zijn; Ga recht op je doel af en wees wat spaarzamer met de bijvoeglijke naamwoorden.

Maar je hebt me heel nieuwsgierig gemaakt.

Mien · 27 september 2014 op 03:44

Een juweel van een binnenkomer. Het leest als fluweel. Welkom bij ColumnX. Dit belooft. Op naar hoofdstuk twee.

Jay Blue · 27 september 2014 op 08:52

Bedankt voor de hartelijke ontvangst en nog meer bedankt voor de complimenten. Uiteraard is feedback nog het meeste welkom.

@Trawant ik zie wat je bedoelt, de opening kan ook vanaf alinea 2 beginnen. Veel sterker zelfs. Dank daarvoor.

@Meralixe, ik hoop je toch te mogen blijven boeien!

@Mien – [bloos]

evil-ine · 27 september 2014 op 12:44

Vloeiend geschreven. Met name de laatste alinea sppreekt mij aan. Je zoemt in op het personage en doet dit heel ‘tastbaar’. Het stukje over de kroonluchters en de engeltjes vind ik iets te, past voor mijn gevoel qua woordkeus minder bij de rest (maar dit is persoonlijk!).

Verder, welkom hier!

Nachtzuster · 28 september 2014 op 17:51

Welkom hier! Leuke binnenkomer en inderdaad, vervolgverhalen zijn lastig. Jouw stukje leest lekker weg en ook ik word benieuwd naar het vervolg. Het heeft voor mij wel iets teveel bouquetreeksgehalte. Maar 20 jaar geleden heb ik die regelmatig gelezen. 😀

Nachtzuster · 28 september 2014 op 17:53

Ik kan helaas niet editen. Ik bedoel natuurlijk ‘ik ben benieuwd naar het vervolg’ ipv ‘ik word’. 😎

Ferrara · 29 september 2014 op 12:55

Overdadige beschrijving van een overdadig plafond, maar dat past vast bij de tent waar Sofia haar entree maakt.
Ze hurkte overeind? Hoe doe je dat?

Ik ga volgen. Succes hier!

Jay Blue · 29 september 2014 op 13:20

Iedereen dank voor je reactie! Op naar hoofdstuk 2 dan maar! 😉

Jay Blue · 29 september 2014 op 13:35

Overigens, dank @Ferrara, ik bedoelde ‘ophurken’, ipv overeind hurken. Ik wist dat ik het wel zou vinden als ik mijn ‘fonetische’ woordkeuze zou toepassen.
Daar ben ik vast niet de enige in toch? Een woord gebruiken dat je niet echt bedoelt, maar nodig hebt om later op het juiste woord te komen. 😉

Chris · 29 september 2014 op 14:41

Iemand heeft mij ooit eens gezegd dat ieder bijvoeglijk naamwoord er een te veel is. Nu trek ik mij in het algemeen niet zoveel van dit soort opmerkingen aan, maar zie, ik lees jouw stukje en deze woorden schieten mij ineens weer te binnen.

Ik zou je dus willen adviseren:”Trek je vooral niets van mijn woorden aan en herinner ze als je in de toekomst een stukje van een beginnend schrijver leest dat barst van de bijvoeglijke naamwoorden.” 😉

Jay Blue · 29 september 2014 op 19:41

@Chris, bedankt voor je advies. Ik begrijp geen drol van wat je zegt. Gaat dit over mijn stukje of over jou?

Geef een antwoord