De camera zoomt in op een klein meisje dat, balancerend op een rood met zwart kinderfietsje, dichterbij komt. Met een angstig snoetje, blonde staartjes erboven, concentreert ze zich zichtbaar op het nog af te leggen traject. Kromgebogen loopt haar vader op een sukkeldrafje met haar mee, een hand onder haar zadel, een aan haar stuur. Dan heeft ze in de gaten dat ik haar sta te filmen. Ze gaat rechtop zitten, haar ogen beginnen te stralen en ze probeert haar stuur recht te houden. Ze wil in mijn richting fietsen, maar haar vader heeft andere plannen en stuurt resoluut naar rechts, het tuinpad op. Venijnig gillend verdwijnt ze uit beeld. ‘Mam toe, mama toe!’ herhaalt ze. Een kleine twaalf jaar na haar eerste fietspogingen breng ik haar naar de bus. Ze gaat drie dagen op schoolreis naar Frankrijk. Ze biedt me een wang ten afscheid, een en al stoer gedrag. Haar schouders opgetrokken in haar nieuwe zwarte zomerjas. ‘Niet huilen, mam, please!’ seinen haar ogen. Quasi nonchalant stapt ze in, kijkt niet achterom, zwaait niet meer. De volgende dag heb ik haar kort aan de telefoon. ‘Ja hoor, alles goed! Stom gastgezin. Wel lol. Oh ja, door het bed gezakt! Doei.’ Op woensdagavond haal ik haar weer op. De bus staat er al en ze komt naar me toe, druk pratend met een paar vriendinnen. Opnieuw een wang, dezelfde opgetrokken schouders. Ze doet erg haar best om de indruk te wekken, dat ze niet blij is om me te zien.

Nog maar nauwelijks in de auto laat ze haar stoere pubermasker vallen. De zinnen buitelen over elkaar heen. Ze zit vol verhalen over alle beleefde avonturen. Bijna thuis zoekt haar hand de mijne, die op de versnellingspook rust. Terwijl ik mijn Ka tussen de auto’s van de buren manoeuvreer, vertrouwt ze me toe dat ze me gemist heeft. Glimlachend kijk ik haar aan. Ik sla mijn armen om haar heen en denk aan dat kleine meisje dat niets anders wilde dan: ‘Mama toe’. Ze is er een stuk stoerder op geworden, kan zich tegenwoordig prima redden zonder mij. Maar ergens, goed verstopt, zit nog een klein restje van het peutertje dat ze was. Ik hoop dat ze er zuinig op zal zijn.


Avalanche

Zit nooit om woorden verlegen. http://tekstfontein.com

6 reacties

SIMBA · 4 mei 2010 op 09:14

En jij dan…heb je haar niet ook vreselijk gemist?
Mijn puber is gisteravond na 4 dagen weer thuisgekomen, hij kroop heel even ouderwets bij me in bed om te vertellen….ik genoot me heel even helemaal suf 😀

LouisP · 4 mei 2010 op 11:21

Avalanche,

ik vind het prachtig….om te zoenen..

groet,

Louis

Emiliever · 4 mei 2010 op 19:50

Prachtig….omdat je het zo mooi hebt opgeschreven en omdat het zo’n schitterende ervaring is, je kind zien opgroeien!

u-queen · 5 mei 2010 op 21:06

Heel leuk geschreven, precies hoe je het opgroeien van je kind ziet. Heel fijn dat dat, blijkbaar, ook zeker gewaardeerd wordt door haar 😀
Ik moet er echt niet aan denken dat mijn kleine meid ooit drie dagen lang zonder mij het land verlaat…jakkes…ik vind het al verschrikkelijk als ze twee dagen drie straten verderop logeert… 😕

Fem · 6 mei 2010 op 09:05

Kleine meisjes worden groot, dat is zeker, maar gelukkig blijft het kleine meisje nog lang in ons leven…

Mooi!

arta · 6 mei 2010 op 10:50

Loslaten is een zóveel moeilijker proces dan vasthouden…
Mooi stuk, de titel is wmb wat minder sterk.

Geef een antwoord