Het grote niks, er was niemendal en was noppes, nada, kortom er was geen moer. Leegte, een grote overzienbare niets ziende, leegte als een woestijn. Zo leeg. Zonder iets. 

En toen ontstond er iets, gewoon een simpel iets waaruit weer verdere dingen ontstonden en de cyclus was in gang gezet.
Maar weet je; ik kan me nou werkelijk niks voorstellen bij verhalen als “een miljoen jaar geleden” of bij termen als pre-historisch, echt waar. Met opperste verbazing en ongeloof kan ik kijken naar archeologen die met een kwastje in de grond iets naar de oppervlakte halen en dan weten te vertellen dat: miljoenen jaren geleden er een spannende dinostreptokokkensaurus of zoiets heeft bestaan. 

Dat die mensen botje voor botje, splinter voor splintertje weten te bekwasten en zo een compleet botten-lijf oftewel een skelet in elkaar weten te zetten, dat vervolgens ergens wordt tentoongesteld, ik kan er met mijn pet niet bij.
Heel spannende termen passeren de revue, maar ja, da’s natuurlijk logisch met archeologie, sterker nog het lijkt verdacht veel op de huidige termen in de geneeskunde. Ja toch? 

Alle Latijnse namen uit de geneeskundeboeken passeren de revue in een afspraak bij een arts, tot ik verbolgen uitroep; kan dit ook in het Nederlands?
En ik zweer je: zo’n arts maakt een ommezwaai van hier tot Hiroshima, want ineens wordt er in begrijpelijke taal verteld wat de bedoeling is. 

Nu is het zo dat mensen kunnen worden begraven of gecremeerd, bij het laatste blijft er weinig van je over heb ik me laten vertellen, maar bij begraven is dat wat anders.
Wie weet, over een miljoen jaar is er een archeoloog die een mens in elkaar kan zetten, want de man zit dan met een kwastje op zijn knietjes in de grond te peuren, en gaat botje voor botje, splinter voor splinter een mens qua skelet opbouwen…jawel, moeten we het wel een miljoen jaar volhouden hier!

Categorieën: Overig

Geef een reactie