Connie gilde. Ik verstijfde. Vlak voor me hield Willem halt. Zijn handen grepen mijn schouders.
‘Kzoujedoodmottemake,’ grauwde hij uitzinnig van woede. ‘Harstikkedood!’
Connie was opgestaan en rende om de tafel heen naar hem toe. ‘Wil je daar direct mee ophouden!’ gilde ze.
Ondanks mijn verlamming keek ik haar vol bewondering aan. Mijn verkeerslichtmeisje!
‘Jennywilmenietmeer,’ schreeuwde Willem, ‘dasjullieschuld.’
‘Laat hem los!’ riep Connie bevelend. En wonder boven wonder liet Willem me los. Ik dacht nog even dat hij mijn schouders zou kraken of me uit mijn stoel zou tillen. Maar nee, hij liet me los. Hij bleef wel staan.
‘En nou ga je zitten,’ riep Connie. Er zat een metalen klank in haar stem. Ze was echt boos. Ze begreep best dat het onze schuld was, maar je moest er wel over kunnen praten.
‘Ganiezitte,’ zei Willem kwaad en onwillig.
‘Sorry voor Jenny,’ zei ik, ‘rot van die foto, maar het moest er toch een keer van komen.’
‘Ze had toch een keer naar binnen gewild,’ voegde Connie er aan toe.
‘Asdiefotoernietwas,’ gromde Willem, ‘danhadzetnietuigemaak.’
Ik keek Connie aan. Waar had Spicht in vredesnaam die foto gezien? Was het verstandig dat nu aan Willem te vragen?
‘StondinPresto,’ mompelde Willem. Hij was opeens gekalmeerd. Hij had eruit gegooid wat hem dwarszat, en nu ebde de woede weg.
Maar plotseling keek hij me weer aan. ‘Sjullieschuld,’ begon hij opnieuw. ‘Julliehebdiefotogemaakt!’
‘En die heeft Spicht, ik bedoel Jenny dus gezien?’
‘InPresto, zeise.’
Plotseling zakte hij neer in een terrasstoel. De woede was eruit. Zijn grote hoofd zakte omlaag. Ik meende zelfs tranen te zien. Het was natuurlijk niet niks een relatie kwijt te zijn als je jaren geen vriendin had gehad.
‘Maar tisjullieschuld,’ gromde Willem. ‘Sjullieschuld!’
Ik knikte. ‘Dat is waar. We zullen je wel helpen.’ Ik wist nog niet waarmee. Maar ik moest iets zeggen.
‘Asjeschuldheb motjebetale,’ zei Willem duister.
‘Wat bedoel je?’ vroeg ik.
‘Wil je een pilsje?’ vroeg Connie.
‘Asjeverkeerde dingedoet, krijgjeklappe.’
‘Dat klopt,’ zei ik. Ik had geen idee wat er in dat hoofd rondging.
‘Pilsje?’ vroeg Connie.
Maar Willem hoorde ons niet. Er was iets bezig in zijn hersenpan en dat nam met moeite vorm aan.
‘Netals Hokusaibon,’ mompelde Willem.
‘Hokusai Bon?’ vroeg ik. Wat had dat er nou weer mee te maken.
‘Mijnheld,’ zei Willem. ‘Strafdebozen.’
Dat was me wel duidelijk. Maar niet wat hij er mee bedoelde.
Plotseling keek hij op. Er was een rare glinstering in zijn ogen. Hij keek naar Connie en toen weer naar mij. We hadden weer contact.
‘Hokusai Bon,’ zei hij. ‘Zomothet. Ennietanders.’
We keken hem verbaasd aan. Wat bedoelde hij. Wat ging er rond in het hoofd van die man?
‘Wedoenhetzoalshij,’ zei Willem. ‘Sjullieschuld. Motjevoorboete.’
‘Wat bedoel je nou toch?’ vroeg ik ongeduldig. Ik snapte er helemaal niets van.
‘Wat is dat met Hokusai Bon,’ vroeg Connie.
‘Wedoenhetzoalshij,’ gromde Willem.
Plotseling kwam hij weer overeind uit de stoel. Hij had erover nagedacht. Wij waren zijn vrienden. Hij had ons wel dood kunnen maken. Hij was Spicht nu kwijt. Dat was onze schuld.
‘Eénklapmetknuppel,’ zei Willem, ‘dasgenoeg.’
‘Wat?’ vroeg ik stomverbaad.
‘Eénklap,’ zei Willem. Hij schudde met zijn hoofd. ‘Datisset. Nietmeerennietminde.’
‘Wat bedoel je?’ vroeg ik. Ik begreep er echt niets van.
Maar ik zag dat hij me niet meer hoorde. Hij had nog steeds die rare glans in zijn ogen.
‘Kom,’ beviel Willem terwijl hij zich omdraaide en naar de heg liep.
Ik keek Connie aan en Connie mij.
‘Waar heeft hij het over?’ vroeg ik.
Connie haalde de schouders op. ‘Iets met Hokusai Bon?’
‘Eén klap,’ gromde Willem en worstelde zich door de heg heen. ‘Kom!’
Het klonk als een bevel.
En toen begreep ik het. ‘Hij wil het oplossen zoals Hokusai Bon,’ zei ik. ‘Die slaat booswichten met zijn knuppel.’
Connie keek me ongelovig aan. ‘Maar dat is een televisieserie?’ zei ze verbaasd. ‘Wil hij dat doen?’
‘Precies,’ knikte ik. ‘Hij wil ons een mep…’

Categorieën: Hokusai bon

0 reacties

Geef een antwoord