Al vanuit de verte kon ik haar specifieke pose ontwaren. Alhoewel ze in één lijn op ging het vernieuwde barblad, markeerden haar haren met lichte krul, dat zij het was.

Het oude eikenhouten blad, onlangs  vervangen voor een lichtkleurige versie met een led-strip, lichtte haar enigszins spitse kin van onderen aan. Met haar rug wat gekromd en met haar kin vooruit, als wilde ze een ieder vertellen dat ze alles onder controle had, zat ze daar, net zoals vroeger, net zoals altijd.

Ze leek de enige aanwezige in de kroeg. Zelfs de barkeeper leek zijn plek verlaten te hebben..

“Ellen?”, probeerde ik zachtjes te zeggen.

Ze draaide zich langzaam om en keek me doordringend aan. Onder haar ooglid zag ik een glinstering, alsof ze even daarvoor nog gehuild had.

“Ik dacht dat jij moest nadenken?!”

“Ik kon het niet, Ellen, zelfs niet voor een paar uur.”

Ik probeerde haar gezichtsuitdrukking te interpreteren. Was ze nu blij of juist niet? Even verstarde ze, daarna leek het er goed uit te zien. Haar lippen lieten elke spanning los, een gezichtsuitdrukking, die haar een stuk minder kil maakte, zelfs in het blauwe licht.

Haar kin liet ze wat zakken, Daarbij sloeg ze haar ogen neer.

“Het spijt me, Ellen, het spijt m…”

Ik kon mijn zin niet afmaken. In een opwelling had ze haar lippen op de mijne geperst.
Ze ademde een odeur van Whiskey en tranen, maar door de zout-alcoholische smaak heen, rook ik de parfum die ze waarschijnlijk niet eens op had. Sómmige mensen hebben dat, dat ze in hun ziel een bepaalde geur herbergen, die dieper is dan parfum of deodorant.

Die kern van haar ziel wilde ik proeven, via mijn tong langs haar tong, vanuit al haar openingen op zoek met mijn neus en ongeschoren lippen, naar dat edele vocht uit de bron des levens, doordringen tot die hemelse geur van haar aller vrouwelijkste ziel. Al had ze de geur geademd van een vergeten klooster, zelfs dan had via haar kruis de hemel willen proeven.

Mijn lippen zakten af richting oorlel en nek. Bij elke ademteug rook ik sterker haar geur van de zielenvrucht. Ik wilde meer en ik wilde  sneller. Mijn linkerhand had reeds met bruuske beweging haar topje omhoog geschoven en ook háár hand wist, langs de knoopjes van mijn met koffie bevlekte overhemd, mijn borsthaar te bereiken.

Met mijn twee trillende en bezweette handen wist ik haar stretchrokje tussen haar billen en de barkruk te verwijderen. Ik had inmiddels zicht op de Trevifontein.

Opnieuw hadden mijn lippen haar mond gevonden, die via nek en haar ontblootte borsten richting de opening gingen van haar parfumfles. Met MIJN TONG PROBEERDE IK HAAR CHAMPAGNEFLES TE LATEN KNALLEN.

Ze zuchtte diep: “Wil je dit nooit meer doen? Nee, doorgaan… GA DOOR GA DOOR!”

Mijn tong gleed als een bal in een flipperkast langs haar edele knopje. Nog geen uur geleden zag ik er geen gat meer in, nu rook ik aan de hemel van haar ziel in de krochten van de hel.

Ze had zowaar mijn ontblootte kurk in haar handen. Deze was definitief uit de fles.
Onder de kurk rommelden nog zoveel bubbels. Die moesten richting haar hemeltje, diep in haar, op weg naar die verbintenis van ziel en paradijs. Nooit had ik me meer welkom gevoeld dan op dit moment.

 Terwijl ik probeerde de kurk weer op de fles te krijgen, bleef ik niettemin doorstoten. Ook zij kon niet meer terug. Ze ging met haar glimmende vleespasteitjes, als een bezetene, over mijn lichaam.

Door het raam zag ik vuurwerk en hoorde ik knallen…

… en gestommel.

Ik keek achterom en zag mijn kleine buurmeisje met open mond staan in  het geflikker van het weerlichten.

“Jan, Gelukkig Nieuwjaar!”

Ik schrok ook, maar wist me geen andere houding te geven dan om in de lach te schieten.

”Liesje, jij ook :Gelukkig Nieuwjaar!”

Categorieën: Overig

1 reactie

Nummer 22 · 10 september 2019 op 10:37

Dat was pas een slotakkoord. Oh hemel, oh hemel….

Mooi opgetuigd, u pardon geschreven.

Geef een reactie