Zeg maar Orhan of Orlin

 Achter de manshoge ficus in de gedempt verlichte hal die naar zijn appartement leidde, bewoog iets. Orhan dacht even iets geks te zien vanuit zijn linkerooghoek, maar hij was druk bezig om de sleutel in het slot te steken. Het was een vermoeiende dag geweest en dan gingen soms zijn gedachten op de loop. Het zachte geritsel van bladeren deed hem opkijken. Een jonge vrouw met een kat in haar armen keek verontschuldigend glimlachend naar hem. Niet dat ze er uit zag als een verlegen meisje, maar zij gedroeg zich zo om wat ze aan had. Of liever gezegd, wat ze niet aan had.  Alleen een badhanddoek bedekte haar lichaam.

‘Boef krabde aan de deur om binnen te komen, maar toen ik haar wilde oppakken rende ze weer naar buiten’, zei ze. Orhan dacht haastig na wat de woorden ‘boef’ en ‘krabde’ zou kunnen betekenen, maar hij had geen aanknopingspunt. ‘Natuurlijk’, zei hij met gespeelde overtuiging. Dit woord gebruikte hij deze week als een soort mantra. Het bleek erg bruikbaar en kon in vele situaties worden toegepast. ‘Hè, Boef’, zei ze bestraffend tegen de beweeglijke kat. Ze begroef haar gezicht in zijn vacht. Dit gebaar opende voor hem de poort naar de woorden ‘Boef’ en ‘krabde’.‘Hallo, Boef’, zei hij tegen de onrustige kat die zij stevig tegen haar borsten aandrukte. De twee bollingen boven de badhanddoek wonden hem op. Het was een zonderlinge situering: een schaars geklede vrouw, een kat, een ficus en een Bulgaar.

Een jaar geleden was hij naar Amsterdam verhuisd en hij had nog nooit een buurman, buurvrouw, buurmeisje of buurjongen ontmoet. Orhan verbaasde zich over de specificatie van het woord ‘buur’. Doordat er zoveel verschillende typeringen bestonden, dacht hij dat de buren van groot belang waren in deze maatschappij. Hij kon er maar moeilijk aan wennen dat iedereen in Nederland zo op zichzelf is. Zo anders dan in zijn geboortestad Sofia. Voordat je naar je werk gaat, drink je samen met andere buren of kennissen een espresso in een cafeetje, dan ontmoet je je collega’s op het werk en daarna drink je een rakija en eet je een enorme salade met je vrienden in een eetcafé. Belt een familielid, een vriend, een kennis of een buur, terwijl je in een restaurant aan de gekruide ovenschotel gyuveche zit dan nodig je die persoon uit om mee te eten. Je gezelschap juicht dat ook toe.

Boef begon klagelijk te miauwen en dat bracht hem terug naar de halfnaakte vrouw die voor hem stond. Hij nam aan dat zij de buurvrouw was, want er was op zijn etage slechts één ander appartement. Tegelijkertijd vroeg hij zich af of de kat ‘buurkat’ werd genoemd en of dat dan voor alle huisdieren van buren zou gelden? Buurhond, buurvis, buurhamster, buurcavia, het klonk niet goed in zijn oren.

‘De deur viel door de tocht dicht en mijn sleutels liggen binnen’, legde ze uit. Hij knikte begrijpend. ‘Wil je misschien binnenkomen voor een kopje koffie en een mantel? Hij wist niet zeker of hij het woord ‘mantel’ moest gebruiken of het woord ‘jas’. ‘Of jas?’ ‘Graag’, zei ze. ‘Kan ik even mijn zus bellen? Zij heeft mijn reservesleutels’. Hij antwoordde met zijn pas opgedane mantra ‘Ja, natuurlijk’. Het gaf hem het gevoel dat hij de situatie en zijn Nederlandse woordgebruik weer onder controle had.

De buurvrouw had slechts één naam en dat was Kaatje. Het scheen een traditionele Nederlandse naam te zijn. ‘Kaatje en Orhan of Orlin zijn buren’, zei hij zonder erbij na te denken. Hij legde zijn jas om haar schouders heen en gaf haar zijn mobiel. Ineens stopte ze met het intypen van het telefoonnummer. ‘Hebben we nóg een buurman?’, vroeg ze.

Orhan zuchtte diep. Hij wenste dat hij slechts een naam had genoemd. Het verhaal achter de twee namen was niet echt geschikt voor een eerste ontmoeting, maar wel noodzakelijk om te weten. In de jaren ‘80 moesten minderheidsgroepen zoals Turken, Armeniërs en Roma bulgariseren. De Bulgaarse overheid verbood het spreken in andere talen en alle buitenlandse namen dienden vervangen te worden door Bulgaarse namen. Op Orhans identiteitskaart kwam de Bulgaarse naam Orlin te staan. ‘Je naam is je identiteit! Was je niet heel boos’, riep Kaatje uit.Orlin haalde zijn schouders op en zei: ‘Ach, ik was vijf’’. Hij schoot in de lach om een grappig voorval uit die tijd. Zijn oude buurvrouw van 95 jaar, sprak ook Turks en riep in haar tuintje altijd de kippen bijeen met de Turkse woorden ‘tauk tauk tauk. Een barse politieman wandelde voorbij, maar keerde zich om en zei tegen haar: ‘Je moet ko ko ko zeggen’. Hij gaf haar een fikse boete, want ook kippen moesten Bulgaars leren tokken.

Het werd een gezellige, kakafonische avond en ongemerkt vloog de tijd snel om. Het ene onderwerp volgde op het andera en er was absoluut een klik. Ook hun gevoel van humor had raakvlakken. Orlin en Kaatje hadden de grootste lol om de geluiden van dieren in hun eigen taal na te doen. ‘Wat is dit?’, Orlin plaatste zijn handen naast zijn heupen en waggelde: ‘Pa pa pa?’ ‘Ja, dat is kwak kwak kwak’, lachte Kaatje.‘Deze. Bau, bau, bau’, gromde hij en hij ontblootte zijn tanden. ‘Waf, waf, waf, piepte ze, ‘dat is een chihuahua en op zijn mobiel liet ze het type hondje zien. Ze zag dat haar zus had ge-sms’t, dat ze pas om 24.00 uur de reservesleutels kon langsbreuken. ‘En deze. Knor, knor, knor’, zei ze haar neus op en neer bewegend. Hij bulderde van het lachen: ‘Natuurlijk, dat is gruh, gruh, gruh.

Een fles Bulgaarse wijn werd opengetrokken en de dierengeluiden werden steeds uitbundiger nagedaan. Als je langs de flat zou lopen, zou je denken dat een kinderboerderij open dag had. Ze rolden over de grond van het lachen, waarbij ze elkaar af en toe voorzichtig vasthielden

Drie jaar geleden begon zijn relatie met de Nederlandse Kaatje. Als vrienden hem vroegen hoe ze elkaar hadden ontmoet, maakte hij altijd de grap dat hij op een doordeweekse avond opeens bezoek kreeg van een buurvrouw in badhanddoek met een buurkat. Het leverde gelach op, maar meer vanwege het nieuwe type kat dan de kledingkeuze van de vrouw.

Hij leerde haar toen ook de horo, een Bulgaarse dans vol zwaaiende en draaiende bewegingen van de armen en handen. Zij met een te grote jas aan, hij met zijn aanstekelijke enthousiasme en de kat worstelend met de badhanddoek. Orlin dacht vaak terug aan die hilarische avond. Hij had haar die avond ook verteld dat hij het gek vond dat je hier niet zomaar een meisje kon vragen op de dansvloer. In Nederland werd daar meteen iets van gedacht. In Bulgarije was het doodnormaal om een vrouw ten dans te vragen zonder enige bijbedoelingen. Jong en oud dansen met elkaar. In hotels waar orkesten spelen, komen de medewerkers aan het einde van de avond op de dansvloer om samen met de gasten te dansen. Er wordt soms ook voor het personeel de tafel gedekt, zodat ze ook kunnen genieten van eten. Orlin had dit in Nederland nog nooit gezien. Zelf vond hij dat Bulgaren de kunst van het genieten beter uitten dan de Nederlanders. Hij had makkelijk praten, want hij was een Bulgaar. Hij vermoedde dat de eeuwige agenda, waar alles tot op de minuut wordt vastgelegd, de boosdoener was. Hij had geen opschrijfboekje nodig; hij onthield automatisch alle sociale afspraken. Kaatje had zelfs drie agenda’s; twee voor het werk en een voor de sociale activiteiten. Soms vroeg ze aan hem: ‘Heb je de afspraak opgeschreven in je agenda?’ Dan gebruikte hij zijn oude mantra uit de begintijd: ‘Mijn lieve Kaatje, natuurlijk’.

 

 

 

 

 

Categorieën: Liefde

4 reacties

evil-ine · 24 september 2014 op 13:20

Mooie boodschap. Leuke inkijk. Het middenstuk komt wat lang over op mij. Vanaf ongeveer dat zij binnenkomt bij de buurman, zou ik het wat samenvatten. Verder staan er wat droge grappen in die het goed doen! (‘waarbij ze elkaar voorzichtig vasthielden’)

troubadour · 24 september 2014 op 14:32

Lang verhaal, maar toch met interesse gelezen. Je wekt wel verwachtingen… ; Een dame met slechts een jas aan, (de kat speelt immers met de handdoek) te groot zelfs, een fles Bulgaarse wijn … Wat een heer die Ohran of Otan! Van de Bulgaarse overheid kan onze regering nog wat leren! Welkom bij CX.

Meralixe · 25 september 2014 op 08:09

Welkom op column x.

Wel een lange eerste column. Onderweg kreeg ik moeite om door te lezen. Nu ja, dat kan natuurlijk ook aan mij liggen maar ik miste wat tempo en nieuwsgierig makende verhaallijnen. 🙂

Mien · 25 september 2014 op 09:19

Verrassend debuut op ColumnX. Welkom. Aan het einde vervliegt de column een beetje, na een lange intro, die an sich boeiend genoeg is om te blijven volgen. Ben benieuwd naar je volgende column cq verhaal.

Geef een antwoord