Vol spanning pakte ik mijn cadeautje uit, het was Sinterklaas. Het gedicht wat er bij hoorde had ik net lachend voorgelezen, alles kwam er in voor, van mijn altijd aanwezige flirtgedrag, mijn vergeetachtigheid tot aan het schrijven van korte verhalen. Ik was dus hoopvol gestemd. Degene die mij had getrokken, kende me. En ja, ik ben een klein kind wat Sinterklaas betreft, ik geloofde, ik geloof! Mijn glimlach bevroor toen ik het papier er ongeduldig afscheurde. Een verjaardagskalender van Marjolein Bastin! Mijn God, wie had dat kunnen verzinnen. Van Marjolein Bastin, nu ben ik echt middelbaar gaat door mijn hoofd. Mijn oog valt op een p.s. onder aan het gedicht “Wat je hier mee kunt doen hoef jij je niet meer af te vragen, zo vergeet je nooit meer verjaardagen”.

Ik bedankte Sinterklaas keurig, maar het huilen stond me nader dan het lachen. Al die jaren heb ik het weten te voorkomen. Ik heb het altijd keurig weten te omzeilen. Natuurlijk vergat ik wel eens een verjaardag, maar niemand die daar over maalde. Een kaartje een cadeautje, een verlaat bezoekje heeft er altijd voor gezorgd dat er geen permanente schade toegebracht werd.

Ik zie de vriendin van mijn oudste me lachend aankijken, zij is het geweest, wist ik opeens met 100% zekerheid. Het zal eens niet. Wedden dat ik met kerst een agenda krijg? Met haar nasale stemmetje vertelt ze me ook nog dat haar moeder in juli jarig is. Ik krijg de neiging om mijn middelvinger naar haar op te steken om daarna met mijn duim en wijsvinger de letter L te vormen. De “L” van Loser wel te verstaan.

Ik verontschuldigde me en liep met dichtgeknepen keel de kamer uit, de verjaardagskalender onder mijn arm geklemd. Wat moet ik nou? Hang ik hem op in de wc of laat ik hem gewoon in de open haard verdwijnen? Ik loop naar mijn slaapkamer waar in een la een oude verjaardagskalender opduikel. Daar staan ze allemaal nog op. Ik blader het gehavende exemplaar door. Zie namen staan, namen die mij dierbaar zijn, herinneringen aan tijden dat ik schold op het feit waarom iedereen in december jarig moest zijn, het was al zo’n dure maand. De decembermaand, 3, 5, 7, 9 december, Kerstmis en als toetje Oudjaar!

Op verjaardagskalenders horen verjaardagen te staan van mensen die je dierbaar zijn. De verjaardagen van mensen die je niet zou mogen vergeten. Wat doe je met mensen die zijn overleden? Zet je die op een verjaardagskalender met bijvoorbeeld een kruisje achter hun naam, zoals ik in een dramatische bui als puber heb gedaan met mijn “poesiealbum”? Laat je de namen achterwege? Verwijder je ze van je kalender alsof ze nooit bestaan hebben? Mijn vader, mijn moeder, mijn vriendinnetje, oom en tantes? Of koop je een aparte kalender, een zogenaamde Dodenkalender? Misschien toch een gat in de markt gevonden!

De decembermaand is de familiemaand bij uitstek. Veel is er van mijn familie niet meer over. Net als de verjaardagskalender leger is geworden door de jaren heen, is ook de decembermaand, zoals ik het sarcastisch noem, intiemer geworden. Maar is dat eigenlijk wel zo? Ik bedoel, al die verjaardagdata van vroeger schud ik zo uit mijn mouw. Meer moeite heb ik met de mensen die later in mijn leven zijn gekomen. Al sla je me dood, ik heb geen flauw benul op welke dag mijn beste vriendin jarig is of om een nog sprekender voorbeeld te noemen, de verjaardagen van mijn schoonfamilie, een crime! En is het ook niet zo, dat ik op 3 december toen mijn vader 100 jaar werd stiekem een borrel op hem heb genomen? Ze horen er gewoon bij, een borrel op hun verjaardag, met Kerst zitten ze in mijn hart en met oud en nieuw een beschonken knipoog naar boven.

Met een resoluut gebaar gooi ik de oude kalender terug mijn nachtkastje in, de Bastin-kalender gooi ik op het bed ergens neer. Lachend loop ik naar beneden. Hoe zouden mijn pubers reageren als ik met kerst in plaats van een tafel voor tien, een tafel voor dertig personen dek? Een mooi gedekte tafel voor al die personen die gewoon doorleven in mijn herinneringen en in mijn hart.

Categorieën: Algemeen

6 reacties

Mien · 20 december 2008 op 21:28

Mooie column Bitchie, de doden horen bij het leven. Op mijn kalender zijn ze dan ook vereeuwigd met geboorte- en sterfdag.

Mien

SIMBA · 21 december 2008 op 08:43

[quote]nu ben ik echt middelbaar [/quote]
😆 😆

Neuskleuter · 21 december 2008 op 12:07

Ik dacht bij de eerste alinea: het is nu wat te laat voor Sinterklaas. Maar geluk las ik door, want er zit een pracht van een verhaal onder!

Die oude verjaardagen.. ach, die zitten wel in mijn hoofd. Die vreselijke nieuwe kalender: ik heb ooit een gruwelijke eigengemaakte SCHOONMAAKTIPkalender gekregen van een ex-schoonmoeder die net een graadje minder verschrikkelijk was. Ik heb het de meest toepasselijke functie gegeven en het na een jaar van verstoffen bij de verhuizing in een grote vuilcontainer gemieterd.

Maar het mag natuurlijk ook gewoon in het laatje met ondergoed dat je nooit draagt.

Mooi!

pally · 21 december 2008 op 14:18

Het stukje over de doden die nog op de kalender staan etc.is een mooi onderwerp. De uitsmijter heb je daar goed op afgestemd. Het hele Sintverhaal vond ik er minder toe doen hier.
Ook jammer dat je steeds tegenwoordige tijd en verleden tijd door elkaar heen gebruikt.

Groet van Pally

doemaar88 · 21 december 2008 op 17:42

Een erg mooi stuk, Bitchy!

KawaSutra · 22 december 2008 op 23:51

December, de maand van reflectie.
Mooi slot!

Geef een antwoord