Het was aan het tafeltje naast het mijne. Ik had de witte oordopjes nog in terwijl de muziek al een tijdje afgelopen was. Begin dertig schatte ik, lang donkerblond haar, grote ogen en verder weinig opvallende kenmerken. Fanatiek sprak zij haar tafelgenoot toe. Hij moest overtuigd worden zo leek het. Van mijn aanwezigheid trok zij zich niets aan. Het waren de oordopjes wist ik. Mijn aanwezigheid werd daardoor niet als hinderlijk en ik werd niet als luistervink beschouwd. Ik deed er mijn voordeel mee en vermaakte mij met het gedoe van de onbekende dame en haar tafelgenoot.

Een voorzichtig zonnetje bescheen de beschutte plek. Het was er aangenaam toeven. De dame was geraakt. Met emotie sprak ze. Vochtige lippen en rode vlekken in de nek. Op het puntje van haar stoel zat ze. De handen afwisselend op tafel, onder de kin of door het haar halend. Met overtuiging reeg ze de woorden aaneen, zo op het oor weinig ruimte latend voor de heer. Deze deed overigens geen poging haar te onderbreken. Met een blik die ik moeilijk thuis kon brengen hoorde hij haar aan. Op het definiëren van die blik bleef ik even hangen. Licht twinkelende ogen en een wat vermoeide mond. Hier en daar een bevestigende knik en onhoorbare zucht. Ergens tussen verliefdheid en gelatenheid bedacht ik. Ik bedacht het en vroeg me bij bedenken af of je je daar überhaupt kunt bevinden, tussen verliefdheid en gelatenheid. Is daar ruimte? Ik hield mezelf voor dat het in zekere zin twee uitersten zijn, dus ergens daartussen zal er ruimte zijn. Het was een beetje een simpele redenering maar ik deed het ermee.
Hij hoorde haar aan. Het ging over onafhankelijkheid en gebondenheid. Liefde, overgave en grenzen waren de woorden die zij bezigde. Ze legde uit en lichtte toe. Diezelfde woorden kwamen regelmatig terug. In verschillende volgorde weliswaar, maar toch. Desondanks kon ik de kern van haar betoog niet vatten. Het was niet erg. Het ging niet om mij. Een korte pauze volgde. Ze haalde de hand nog eens door het haar, nam een slok van haar witte wijn en hervatte haar verhaal met vergelijkbare inzet en grotendeels dezelfde woorden. Ze was overtuigd van haar boodschap, zoveel was duidelijk. Of de heer overtuigd was viel te betwijfelen. Hij zei niets, dronk zijn jus d’orange slokje voor slokje en hield zijn blik op schouderhoogte, haar schouderhoogte, gericht. Hij luisterde en luisterde. Net als ik.
Alsof ze zich plotseling bewust werd van het herhalend karakter van haar betoog onderbrak ze zichzelf. Dat gebeurde vrij abrupt. Ik dacht aan de muziek tijdens de stoelendans vroeger. Zomaar gestopt en alle stoelen bezet. Moment van verwarring. Ze keek hem aan met een blik die ik als smekend zou omschrijven en vroeg hem of hij haar begreep. Ook voor de heer leek deze vraag als een verrassing te komen. Een direct antwoord had hij niet. Zij slaakte een zucht en liet zich, als door een acute vermoeidheid overvallen, in haar stoel terugzakken. Ze wachtte af, glaasje witte wijn losjes in de rechterhand. Het was aan de heer.
Opvallend soepel kwam hij uit zijn stoel overeind, ging recht op zitten, trok zijn mondhoeken op in een poging tot lach, liet een korte stilte vallen en begon aan een antwoord. Spreken verliep minder soepel. Hortend en stotend ging het. Dezelfde termen als even daarvoor door de vrouw gebezigd, kwamen wederom voorbij. Hij sprak voorzichtig maar onvast alsof hij ieder woord apart had gevonden. Te zorgvuldig dacht ik. Hij vervolgt en verwart. Hij struikelt, corrigeert, zoekt bevestiging, hoopt, valt stil en verontschuldigt. Niet alles kan in woorden vervat worden zegt ie op enig moment. Ik kijk naar hem, naar haar en realiseer me dat ik getuige ben van een eindigende relatie. Oh, mijn God.
Ik voel de rode kleur van schaamte rond mijn hals en realiseer me mijn plat voyeurisme. Betrapt heb ik mij.
Weer is daar het beeld van de stoelendans. Het overvalt me. Ik kijk rond en zie de vriendjes en vriendinnetjes die het nooit echt waren. Alle stoelen zijn bezet. Ten overstaan van iedereen sta ik alleen en te kijk.
Ik hoor er niet bij en schaam mij.

Ik richt mijn blik naar omlaag, pak mijn muziekdoos, activeer de batterij, kijk op het scherm en zoek. Ik voel aan mijn ene en vervolgens aan mijn andere oor. De witte dopjes zitten nog op hun plek. Iets instrumentaals moet het worden. Een lang nummer, vooral geen tekst. Ik stop mijn gezoek bij Coltrane, John. Ik druk op play, knik beschaamd in de richting van de onbekende dame en haar tafelgenoot en laat me op de tonen van de tenorsax wegblazen.

Categorieën: Algemeen

6 reacties

Meralixe · 11 juli 2013 op 07:40

Graag gelezen ondanks enkele kleine foutjes. :yes:
Volgende keer toch maar de titel van Coltrane meegeven. Na het lezen van de column via Youtube dat nummer beluisteren geeft dan een extra dimensie aan wat je de lezer wilde vertellen. 🙂
Mooie sfeer meegegeven van een spaak lopende relatie. Alhoewel, iets in mij zegt dat een dergelijk gesprek er meestal wel wat heviger aan toe gaat. :rotfl:

Mien · 11 juli 2013 op 08:18

Ja, ja, die oortjes.
Die fluisteren soms onaangename dingen in.
Stoorde me wel aan de lange aanzet.
De boodschap sluimerend beschreven met flink wat ruis.
Het schuurt een beetje.
Hoewel dat ook weer typerend is in dit soort gesprekken. Moeizaam te volgen maar je mag niets missen.
In staccato zinnen klinkt het huilen al door.
Knappe column.

Yfs · 11 juli 2013 op 09:36

Sjonge Frank!!! Ik heb je gemist! Blij je weer te lezen.
De eerste alinea laat zich wat lastig lezen en het verhaal komt idd wat moeizaam op gang. Heel knap hoe je een heel gesprek weergeeft zonder ook maar één woord letterlijk te citeren. Al zou je deze column anoniem ingestuurd hebben zou ik je herkend hebben aan het typisch ‘aan de slag gaan’ met je eigen gedachten midden in een verhaal ( tussen verliefdheid en gelatenheid).
ipv ‘de heer’ zou ik ‘de man’ gebruikt’ hebben, maar goed, het is niet mijn column.

Coltrane…goeie keuze…. mooie slotzin! :yes:

Ferrara · 11 juli 2013 op 12:36

Wat een scherpe observaties. Het leest alsof ik een tafeltje verderop zat. Ik herken het gedrag van de luistervink.

Dees · 11 juli 2013 op 14:08

Prachtig. Lange opbouw mooi, ik houd van het trage in een verhaal geslorpt worden. Het einde zo mooi dat ik met schaamrood op de kaken zit om voyeurisme dat ineens als dat van mij voelt. Ook deze mag van mij op voor de cvdm.

SIMBA · 12 juli 2013 op 13:36

Erg mooi, alsof ik daar zelf zat te “gluren”.

Geef een reactie

Avatar plaatshouder