Ik staar naar het vel en het vel staart terug. Geen vleeslijk vel, want welk mens kijkt daar nu naar? Afgezien mensen die inkt verwerken in andermans uit. Afgezien mensen die staal door andermans vel jagen. Afgezien mensen die naar hun geliefde staren met de treurige, maar ook mooie illusie dat degene voor altijd de zijne zal zijn. Waar waren we zonder illusies. Ik staar naar het vel, het papier. En het staart leeg terug. Wil het niet meer dat ik schrijf? Wil het niet meer dat ik denk? Dat ik nog voel? Dat ik elke rechte en kromme gedachte aan het misschien wel eeuwige papier toevertrouw? Een schrijversblok kan ik het ondertussen niet meer noemen, want het is zo langzamerhand meer een schrijversdrijfzand. Alsof mijn inspiratie is gesmolten door de verstikkende leegte van mijn geest en elke hoopgevende gedachte direct weer naar de bodem zinkt. Grijpende naar allerlei illusies, weet ik dat ik nog verder weg verdwijn. Je kunt iemand wel oogkleppen voordoen, maar je kunt niets veranderen aan een mens gevoel.

Zoekende naar woorden, zoekende naar betekenis of zin. Zoekende naar een schuddebuikende grap die de leegte doet vergeten. Wachtende tot de zandloper weer volgelopen is en we ons hoofd weer kunnen omzetten. Vergelijkingen, het zijn er oneindig, maar wat heb je aan al die mooie woorden, zonder een goed gevoel. Zien is geloven, maar geloven is nog niet voelen. We zien dat wij als nietszeggende zandkorrels in een soort van belachelijk, grote zandloper niet enkel naar beneden gaan, maar dat we ook wel eens omdraaien en het lijkt alsof we ook nog de andere kant op kunnen gaan, als we maar geduld hebben.
Toch blijft het onvermijdelijk dat we naar beneden gaan, de één nog sneller dan de andere. Maar hoe krijg je het voor elkaar om minder snel naar beneden te gaan? Als we eenmaal leeg van binnen zijn, wordt het weer tijd om om te draaien. Dat is immers het idee van een zandloper. Je kunt je niet eeuwig zwaar en leeg tegelijkertijd voelen, de korrels erin moeten in beweging blijven, zodat je het punt van krankzinnigheid niet bereikt en het hele gedoe gewoon maar uiteindelijk stuk tegen de muur gooit.

Ik staar naar het vel en het staart terug. Het wil vast wel dat ik schrijf, dat ik denk en dat ik voel. Maar misschien is het wel de bedoeling dat ik eerst nog even verder leeg loop. Dat ik daarna mijn hoofd weer kan omdraaien en dat er dan weer betere krabbels, gedachtes en gevoelens komen. Misschien moet het gewoon nog even op mij wachten. Misschien moet ik gewoon nog even verder zinken in de illusie die me doet vergeten wat er is. Misschien moet ik eerst zo leeg geraken dat er zelfs geen schemering meer is, zodat er weer ruimte is voor een klein beetje licht. Misschien moet ik gewoon dit vel omdraaien, zodat ik het schrijversdrijfzand weer kan voelen.

Categorieën: Algemeen

3 reacties

Mien · 13 juli 2012 op 09:11

Tsja en zo blijven we aanmodderen in onze eigen zandloper. Soms is het een glijbaan, vaak een molenrad en af en toe een put met een bodem. Als zandkorrel heb je dan je twijfels. Dat kan ik me goed voorstellen. Je voelt je dan ziek, zwak en misselijk, als woestijnzand of obstipaat als vette klei.

Maar zie ook eens door het venster. Rol je zelf eens voor het glas. Spiegelend bespiegelend. En geniet van het uitzicht. Het glas is halfvol. Bijt even door het fijnzand en het komt allemaal goed. Toi toi.

Mien Clay

Sagita · 13 juli 2012 op 11:41

Wanhopig zweten boven een leeg vel papier! Schrijven is 5% inspiratie en 95% transpiratie. Wie zei dat ook al weer!
Ik had erg veel moeite om door de eerste alinea heen te komen. Echt een stukje om op gang te komen en wat je, nu de rest goed geslaagd is, gewoon weg kan laten.
Vanaf de tweede alinea begint het te lopen.
Mooie metafoor: die zandloper! 😉

KingArthur · 13 juli 2012 op 18:34

Een stuk om over na te denken. Maar ik zou zeggen: Steek je hoofd niet in het zand en hou hem lekker leeg. Als je dan een grap maakt blijft het lekker lang nagalmen.

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder