Hij bleef gewoon staan, vloog niet weg, schoot niet angstig opzij. Beetje arrogant dacht ik. Staaltje zelfbewustzijn wellicht. Hij stond midden op de weg en reageerde niet of nauwelijks op mijn verschijnen. Hij keek wel even op maar verplaatste zich niet. Wat ‘m precies bezig en op zijn plek hield begreep ik niet. Hoe dan ook, ik moest met een boogje om ‘m heen. Ondanks het wat vermoeid krakende stuur lukte het me om hem te ontwijken. Mantelmeeuw heet ie. Tussen alle meeuwensoorten herkenbaar aan zijn zwarte vleugels. Een zwarte mantel wordt dat onder vogelkenners genoemd. Mooie aanduiding, deftig bijna.
Een beetje verbaasd, onder de indruk ook van dit parmantig exemplaar, keek ik na het passeren nog even in mijn achteruitkijkspiegel. De auto achter mij had minder op met parmantige vogels zag ik. Hij reed er prompt over heen. Arrogant of niet arrogant, zelfbewust of zoekende, tegen een auto leg je het af als mantelmeeuw. Meeuw was dood.
Zo gaat dat. Alvorens te verworden tot een van de vele op het asfalt aanwezige hoopjes levensrest is ieder hoopje dier, bedenk ik. Vogel vaak, haas soms, kat ook. Anoniem; een van de vele vogels, vele hazen, vele katten. Slachtoffers van de blikken haast en onverschilligheid die, blind voor de complexiteit van levende systemen, door raast. Levende systemen waarin celdelingen, spijsvertering en stofwisseling na ik weet niet hoeveel jaren van evolutie met elkaar… ho, ho, jongen. Voordat ik verder ga roep ik mijzelf tot de orde. Even tot hier. Ik heb de neiging om mij af en toe in weinig opbeurende gedachtenfuiken te manoeuvreren. Uitkomst bekend, uitkomst deprimerend. Niet doen knaap. Parkeren die meeuw. Aandacht op de weg. Het is al ingewikkeld genoeg.
Smalle paden langs wankele dijkjes zijn het hier. Niet gebouwd op hoog water zo lijkt het. Een beetje hoog zou al teveel zijn. Het lager gelegen land zou snel onderlopen. Ook niet echt gebouwd op een chauffeur zoals ik trouwens. Ik heb bij voorkeur wat meer ruimte tot mijn beschikking. Ik kijk graag om me heen namelijk. Bovendien heb ik de neiging om wanneer ik een kant op kijk ook de rest van mijn lichaam naar die kant mee te nemen, inclusief handen en stuurrichting. Dat moet ik hier niet doen. Ik let op, geconcentreerd uiteraard maar met toch ook een beetje mijmerruimte. Ik kan niet zonder.
Over liefde gaat het. Over leven dat geweest is en leven dat nog in het verschiet ligt. Het zijn riskante gedachtenfuiken maar ik ken ze en weet de al te risicovolle afslagen ondertussen te vermijden. Het betekent dat ik over het algemeen op bekend terrein blijf. Op dat terrein verken en herken ik alle overwegingen opnieuw: de zekere en twijfelachtige; verstandige en impulsieve; eenvoudige en complexe; radicale en geleidelijke; ervaren en bedachte. Ik varieer en combineer met redelijkheid en fantasie. Het terrein verschuift wat en wordt afgebakend, opnieuw afgebakend. Ik beschouw mijn ruimte en besluit te blijven, het terrein te koesteren, vandaag te laten tellen. Het is goed.
Getoeter. De auto die over mijn mantelmeeuw is heengereden vraagt om aandacht. Hij wil er langs. Ik besluit bij de eerste de beste mogelijkheid om de berm op te zoeken en mij in te laten halen. Ik zie de chauffeur die mij voorbij raast. Ik kijk hem na, kijk om me heen en hoop op een mantelmeeuw. Ergens op een paaltje, met een zwarte mantel, een doodskleed.
Maar helaas, in geen velden of wegen, nergens een meeuw.

7 reacties
Libelle · 30 april 2013 op 17:26
Geconcentreerd met mijmerruimte. Daar ga ik eens goed over nadenken. Net zoals over gedachtenfuiken. En vooral of ik er last van heb. Goede column!
Libelle · 30 april 2013 op 18:45
Hé Frank, je hebt me geïnspireerd tot het schrijven van een stukske in het café. Kijk snel! Meestal wissen die berichten zichzelf.
Groet van Libelle.
Yfs · 30 april 2013 op 19:03
Frank, wat mij betreft had je jezelf halverwege niet tot de orde hoeven roepen! Briljante column waarbij ik zelfs niet één keer afdwaalde naar mijn eigen, vele gedachtenfuiken.
Meralixe · 30 april 2013 op 19:11
‘Slachtoffers van de blikken haast en onverschilligheid’
Deze en nog enkele andere zinnen brengen ons bij een mooi schrijven. Enerzijds laat je je fantasie de vrije teugels en anderzijds waak je er over dat alles perfect te volgen is. Een schitterend resultaat dat op de valreep voor mij als column van de maand zou mogen worden genomineerd. :yes:
Hier en daar een witregel?
Als ik een column van uit mijn Microsoft-word documenten naar column x over breng moet ik sinds de vernieuwde site telkens mijn te grote witregels aanpassen.
Zijn er nog mensen die sukkelen met dit gegeven? 🙁
Nachtzuster · 30 april 2013 op 19:27
@Frank, mooie column! Met name de vierde alinea sprak mij erg aan. Heel fijn geschreven!
@Meralixe, ja, de lay-out van de site is wat veranderd bij het indienen van een column. Ik heb onlangs geleerd om de shiftknop ingedrukt te houden bij het aanslaan van een enter. Dan krijg je een kleine witregel. Probeer maar eens.
Mien · 30 april 2013 op 23:21
Maar goed dat je niet in India rondrijdt.
Met al die koeien.
Mooie column.
Over een mantel der liefde.
pally · 2 mei 2013 op 11:38
Mooie peinzende column, Frank. Weinig lidwoorden gebruiken past goed bij jouw stijl. Topstukje.