Verleden week zit ik geheel in mezelf gekeerd achter de pc. Achter mij hoor ik wat gerommel bij het kattenluik, op zich niet zo vreemd als je drie katten hebt. Ik ben zo verdiept in mijn werk dat het vrij laat tot me doordringt dat het geluid niet het normale geluid is, wat ik normaliter hoor als een van de katten binnen komt. Het getik van de normale kattenpootjes op het laminaat wordt overstemd door een wat slepend geluid. Verstoord en enigszins ongerust draai ik me om, om te kijken waar dat slepende geluid vandaan komt. In een flits zie ik mijn rode kater met iets enorms groots in zijn bek, waarvan beide kanten van het “ding” over de grond slepen.
Heldhaftig als ik ben, spring ik op, ren de woonkamer uit en gil vanuit de wc naar mijn oudste zoon die boven zit dat hij als de donder naar beneden moet komen. Mijn paniek schijnt duidelijk te horen te zijn want boven alle lawaai van muziek uit de diverse kamers, rennen twee pubers in paniek naar beneden om hun moeder te redden. “Wat is er, mam?” Vanuit de wc, veilig op slot natuurlijk, meld ik heel beheerst dat er binnen iets klem zit in de bek van de kater wat daar duidelijk niet hoort.

Vanaf de pot met mijn benen omhoog, vraag me nou niet waarom, maar dat was op dat moment in mijn gevoel de enige juiste houding, probeer ik te luisteren naar de geluiden die ondertussen uit de woonkamer, in flarden, de wc binnen dringen.
“Owww gatverredammuh” en “owwwwww neeeee dat pak ik niet beet” en “laaaaaaat los” was het enige wat ik kon ontcijferen.
Ik kan mijn nieuwsgierigheid niet langer bedwingen en vraag door de nog steeds gesloten deur heen wat het is. “Mam, je wilt het niet weten”!! word er teruggeroepen. Verstandig als ik ben hou ik mijn mond, maar de pubers hebben besloten me toch te laten delen in hun vondst. “Het is een konijn en geen kleintje ook en mam… zijn keel ligt open.”

Als ik zeker weet dat het konijn op zijn laatste rustplaats ligt, kom ik de wc af. Op enthousiaste toon krijg ik de bloederige details van het arme beestje te horen. Satan, de boosdoener, zit trots en stoer mee te luisteren en werpt af en toe een hooghartige blik op me als ik een rilling van afschuw niet kan onderdrukken. Na enig overleg, komen we tot de conclusie dat het een wild konijn moet zijn geweest, de kleuren grijs/bruin lijken daar op te wijzen.

De volgende dag is de schrik en het beeld van het konijn met open keel, zo goed als verdwenen en daarvoor is onze zwarte maar vaak slappe humor in de plaats gekomen. Het konijn gedoopt tot “Flappie” deed onze fantasie op hol slaan. In onze fantasie zien we een kleutertje de volgende dag in alle tuinen zoeken naar “Flappie” terwijl de tranen over zijn wangetjes biggelen. Schuren en Youp worden er bijgehaald, het kattenluik moet kleiner worden gemaakt, zo doet manlief een duit in het zakje, want voor hetzelfde geld trekt tie er de volgende keer een schaap door heen, rollend lagen we over de vloer van het lachen, tot dat mijn jongste binnen komt met een A4tje waarop staat geschreven: “Wie heeft Flopsy gezien, mijn lieve bruin-grijze konijn?”

Categorieën: Algemeen

13 reacties

datmensinkenia · 10 maart 2007 op 11:56

Prachtig verteld en een briljante uitsmijter!

arta · 10 maart 2007 op 13:00

😆

Prlwytskovsky · 10 maart 2007 op 13:38

ahahaaa … schitterend. En nu maar hopen dat het baasje van Flopsy CX niet leest. :wave:

SIMBA · 10 maart 2007 op 15:01

Simba noteert: “neem nóóit een kat/poes”
😆

MarieAnne · 10 maart 2007 op 17:36

Geweldig verhaal!! En zo herkenbaar… ik heb ook een aantal van die kattenbeesten rondwandelen. Wat die soms (en werkelijk ik ben zo blij met soms en dus niet regelmatig) binnen komen brengen en gaarne aan het vrouwtje willen aanbieden. Hartverzakkingen krijg je er van.

Maar nogmaals een schitterend verhaal!!

pepe · 10 maart 2007 op 20:00

Leuk weer iets van jou te lezen.

Triest verhaal, maar jouw capriolen op het toilet gaven mij reden om te glimlachen.
😉

WritersBlocq · 10 maart 2007 op 20:42

Geinig verhaal, ik zie het voor me.

Je laatste alinea is slordig geschreven (’tie’…) waardoor er afbreuk gedaan wordt aan de perfecte uitsmijter.

DreamOn · 10 maart 2007 op 21:45

Gatsie, ik was naast je komen zitten hoor, op die wc pot… 😀
Komisch verhaal.
Groetjes DO

Li · 10 maart 2007 op 22:08

Jij, die er als een haas vandoor gaat, ik zie het helemaal voor me 😀

[quote]want voor hetzelfde geld trekt tie er de volgende keer een schaap door heen,[/quote]

😆

Li

pally · 10 maart 2007 op 23:45

Als je die kater Satan noemt wat verwacht je dan voor goeds? 😀
Hele leuke column, Bitchy!
Ben je weer opgedoken?

groet van pally

Arne · 11 maart 2007 op 14:35

😆 leuk hoor..:-)

Mup · 12 maart 2007 op 01:50

Lekker beschreven, vooral je koelbloedige reddingsacties en je manier van op het toilet zitten:-)
ik had alleen wat moeite met je tijden gebruik, het zou misschien nog beter overgekomen zijn als je in de verleden tijd geschreven had, (zei de persoon die daar zelf ook voortdurend de mist mee in gaat)

Groet Mup.

Bitchy · 12 maart 2007 op 07:51

Allemaal bedankt voor jullie lieve reacties!

@Pally inderdaad weer ff onder mijn steen vandaan gekropen. Heb jullie wel allemaal steeds gelezen, maar had ff niet de puf om te reageren of te schrijven. Buiten dat, jullie schrijven erg goed! 🙂

@Mup Je hebt gelijk, het was ook het punt waar ik over struikelde. Eerst tegenwoordige tijd, toen verleden tijd en maar weer wisselen.

Al met al…. Ben er dus wel al zien jullie me niet! 😉

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder