Het voorgenomen Namenmonument voor alle Nederlandse slachtoffers van de holocaust moet er gewoon komen. En precies op op de door het comité en architect Liebeskind bedoelde plek. Waarom? Omdat het een goede plek is en men niet moet en niet mag zeuren. Een analyse van de zwakke en minder zwakke tegenargumenten.

Gelijke behandeling

Voor de wet zijn wij allemaal gelijk en dus verdient een protest tegen een redelijk plan een eerlijke kans, maar geen onevenredige overweging. Het protest tegen het monument is ingediend door een groep mensen met opvallend veel architecten en andere hoogopgeleiden. Dat betekent niet in het minst, dat het bezwaar meer hout snijdt of dat het een langere overweging verdient. Het protest bestaat deels uit drogredenen, kunstig verwoord, maar niettemin niet terzake doende. En uit enkele inhoudelijke bezwaren die het behoren af te leggen tegen de argumenten die voor de bouw van het monument spreken. Omdat het bezwaar in eerste instantie geen gehoor vond, zijn de klagers naar de rechter gestapt. Want dat was echt hoognodig.

Nu wel, alsnog

Waarom moet het monument er komen? Omdat er nog geen monument is voor de door de Nazi’s vermoorde en door hun toedoen overleden niet-militaire slachtoffers van de holocaust. Er zijn lokale monumenten waar de namen genoemd worden, en er zijn nationale monumenten alleen familienamen noemen – de Hollandse Schouwburg, ook in Amsterdam. Je vind de namen wel in Westerbork, waar echter – terecht – ook de andere geschiedenis van dit kamp ruim aandacht gegeven wordt, en waar de impact van die enorme hoeveelheid namen deels tenietgedaan wordt door de bescheiden presentatie.

Er is geen monument dat alle namen wil verzamelen, waar het alleen draait om de doelwitten van de Nazi’s, de joden, Roma en Sinti. Simpel gezegd voldoen de huidige monumenten niet aan de behoefte. Die behoefte is tweeledig: een plek om zelf te kunnen herdenken én een plek om anderen de enormiteit van de holocaust te helpen begrijpen. Schoolklassen en toeristen zouden hun bezoek aan Amsterdam mogen versterken door dit monument te bezoeken.

Vier plekken in de buurt zijn wel relevant voor dit monument. De Dokwerker is een monument voor het verzet, en voor het ontwaken van een bewustzijn over wat er gaande was. Het Joods Historisch Museum toont de hele Joodse geschiedenis in Nederland. Het holocaust monument van Jan Wolkers toont onmacht en woede of verdriet over wat er gebeurd is. De Esnoga (Portugese synagoge) toont dat het oudste en grootste verleden ook nu nog een centrale plek kan innemen in het huidige Nederlandse jodendom. Maar aan dit viertal ontbreekt iets. Een hoofdgedenkteken, een plaats waar iedereen, altijd, de individuen kan herdenken, op een schaal die ook probeert weer te geven hoe het is om meer dan honderdduizend mensen uit je bevolking te verliezen.

Er staat al iets

Op de voorgenomen plek voor het monument staat al een monument. Zoals de klagers terecht vaststellen, staan er zelfs twee. Ten eerste het abstracte Vaz Dias monument. Dit staat, zonder opsmuk of zelfs een opvallend naambordje, op de rand van de huidige groenstrook, bij een ingang voor de ondergrondse. Het verplaatsen van dit kunstwerk is een vooral logistieke kwestie; weinig mensen kijken ernaar om, en zowat iedere verplaatsing belooft al gauw een verbetering. Ondanks de hoogte hoeft dit kunstwerk ook niet veel ruimte in te nemen. Het kan bijvoorbeeld op enkele plekken rond de brug of de volgende brug staan.

Het tweede monument, dat voor de Joodse erkentelijkheid, is problematischer. Het neemt een prominente plaats in, midden in het plantsoentje. Het is een groot beeldhouwwerk van de hand van Wertheim, waarmee de (overigens niet unanieme) dank van joden aan Amsterdammers voor hun hulp en steun tijdens de oorlog wordt geuit. Ook dit monument verdient een prominente plek, hoewel het geen vaste plek voor samenkomst (meer) is. Maar de huidige plek is niet oorspronkelijk. Dit monument is, vanwege sloop en wegenbouw, al eens eerder verplaatst. En dat mag nogmaals, wat wellicht meer aandacht ervoor oplevert. Misschien kan het bijvoorbeeld in het stadhuis staan, of elders in de zeer nabije omgeving.

Nee, hoeft niet meer

De discussie dat het monument er allang had moeten zijn is een “non-starter”; het was er niet, ondanks de duidelijk gevoelde behoefte. En nu kan het er wel komen. Een argument tegen afdoende milieumaatregelen is ook nooit, dat ze er al eerder hadden moeten zijn.

Binnensmonds en binnenskamers wil men misschien suggereren dat het monument nu, of binnen ettelijke jaren, toch niet meer nodig is. Want als de overlevenden er niet meer zijn, heeft het monument toch geen functie meer. Of – in een vergevingsgezinde bui – als hun kinderen overleden zijn, dan kunnen wij al die sentimentele monumenten weer opdoeken. Zeker als ze ons in de weg staan. Een functioneel zuiver argument, maar dan is werkelijk ieder monument tijdelijk en bij voorbaat al overbodig. Voor mensen met deze redenatie zijn monumenten bedoeld voor sentimentele anderen, de zwakkeren van de samenleving, die wij nu eenmaal moeten helpen, helaas. Maar dan wel zo, dat wij er niet al te veel last van hebben.

Mijn groene stad

De discussie wordt ook gevoerd omwille van een aantal bomen. Dit is in vele opzichten het beste argument. Er staan bomen op de plek van het geplande monument. Deze moeten verwijderd worden. Ondanks compensatie door het planten van bomen elders, is dat vervelend.

Door de bomen en een belangrijk deel van het omringende groen weg te halen, verdwijnt een plek waar hitte en regen geabsorbeerd kunnen worden, en waar een beetje CO2 in zuurstof wordt omgezet. Bovendien, in hoeverre gaan deze bomen een verplaatsing overleven? Moeten er weer bomen sterven zodat mensen kunnen herdenken?

Het antwoord op dit meest waardevolle argument is toch: ja, die bomen en dat groen kunnen het beste plaats maken voor dit monument, op deze plek. Er is een tuin achter, er is water vlakbij, en de omgeving waar de klachten vandaan komen is een betonjungle die in alle gevallen (tientallen) meters asfalt en steen van deze groenstrook verwijderd is. Compensatie door elders te planten is afdoende voor het milieu als geheel, en slechts van zeer beperkte invloed op de lokale omgeving.

Geen enkele discussie

Een van de bezwaren van de verenigde omwonenden is dat er “feitelijk geen enkele politieke discussie over ontwerp noch locatie plaatsgevonden” heeft. Hoe dit nu zo bezwaarlijk is, wordt maar moeilijk duidelijk. Er is een naar de mening van velen geschikt ontwerp, op een in ieder geval fysiek geschikte en volgens diverse maatstaven sociaal-cultureel passende locatie. Maar deze mensen vinden het problematisch, dat er over de plaatsing in hun omgeving geen discussie gevoerd is. Dat zij zo belangrijk zijn, dat hun belangen, zelfs als ieder voor zich tot de conclusie komt dat die niet of nauwelijks geschaad worden, in de politiek bediscussieerd moeten worden. Zij vragen hiermee niet om zorgvuldigheid, maar om aandacht. Zij voelen zich miskend omdat zij geen aandacht kregen. Daarnaast doen zij de aanname dat de politieke partijen intern niet overlegd zouden hebben, of dit onderwerp in een plenair debat besproken moest worden – of zij nemen aan dat discussie binnen een partij geen politiek is. Zonder verder conclusies over deze groep klagers te trekken, kan gesteld worden dat dit argument geen relevantie heeft.

Ongezamenlijk

Voor herdenken is, menen de bezwaarmakers, gezamenlijkheid nodig, het krijgt pas “betekenis” als er “sociale samenhang” is, staat in een bezwaar van maart 2018. Men stelt impliciet, dat de samenleving het monopolie heeft op herdenken. Dat is niet juist, men mag in eigen huis een altaar voor Osama bin Laden maken als men wil herdenken – al zou zelfs hij daar waarschijnlijk hoogst ongelukkig mee zijn geweest. Maar dit monument staat straks in de publieke ruimte. Is die sociale samenhang dan wel een vereiste? Zeker niet in absolute zin. Het land staat vol met beelden en herdenktekens die door velen, maar zeker niet door allen geaccepteerd worden. Een beeld van een voetballer van een bepaalde club, van een zanger met een bepaald repertoire, een abstract gedenkteken: niet de hele samenleving pruimt dit. Extreem milieubewustzijn kan een reden zijn om alle nieuwe monumenten af te wijzen. Sommige standbeelden verwijzen naar omstreden helden, zoals Piet Heyn, of iemand die slaven had.

Daarmee komen wij uit bij termen als “breed gedragen” of “onomstreden”. Vage, subjectieve uitdrukkingen, die in al hun subtiliteit worden gebruikt om tot een absolute beslissing te komen: ja of nee.
Het monument wordt breed gedragen. Behalve door enkele extreemlinkse, extreemrechtse of extreemreligieuze randgroepen en individuen lijkt de weerstand alleen afkomstig van antisemieten en van de miskende buurtbewoners. Daarbij nemen wij dan aan, dat dit twee afzonderlijke groepen zijn. Verder ervaart het Nationaal Auschwitz Comité vooral steun, en vindt men de klagers onredelijk.

“Niet mijn monument”

De bezwaarmakers willen het monument niet op deze plek. De redenen die men aanvoert zijn het gebrek aan overleg, het verlies van een tot plantsoen gebombardeerd groenstrook en de manier waarop het monument in tegenspraak is met het beschermd stadsgezicht en de bijbehorende ruimtelijke inpasbaarheid. Conform de wens van het Auschwitzcomité is het een opvallend, in sommige opzichten zelfs schokkend monument, maar aan dit opvallende beeld heeft de gemeente geen aandacht gegeven bij de besluitvorming. De klagers vinden dat erg. Maar wie vanaf de geplande locatie om zich heen kijkt, ziet wel schokkender beeld, in de vorm van de brede rijbaan en, aan de overkant, een flatgebouw in (een variant van) de moderne stijl. Het monumentontwerp kent een hoogste punt van zeven meter, dit gebouw is minstens twintig meter hoog. En enkele tientallen meters verderop begint diezelfde stijl van hoogbouw ook aan de andere kant van de Weesperstraat.

Wel kan men stellen, dat de groenstrook, die enkele hogere bomen kent, samen met de erachter gelegen tuin van museum Hermitage Amsterdam een soort oase vormt. Wanneer de voorste hogere bomen er niet meer zouden staan, wordt dat minder, maar ook met monument blijft dit een groen stukje stad in de overgang van het oude centrum naar het brutalistische hoogbouwconcept van de Weesperstraat.

Bij de oproep om de bomen ter plaatse te beschermen, is het opvallend dat anderen zich niet aansluiten. Men lijkt zich liever om ander groen te bekommeren, in ieder geval vanuit de politiek.

Wat een haast

De klagers doen veel moeite om in een feitenrelaas te laten blijken het “opmerkelijk” te vinden dat de gemeente Amsterdam, in casu het college van burgemeester en wethouders, stappen zet om de gang van zaken te bespoedigen, zoals het toevoegen van de gewraakte uiteindelijke locatie, en het alvast aannemen dat de wegingsfactoren die zijn voorgesteld aan de raad daadwerkelijk ongewijzigd worden gehanteerd. Zich hierover verbazend stelt men echter nergens de vraag, waarom deze haast. Het antwoord op die ongestelde vraag is, bijvoorbeeld, dat er al jaren eerder donateurs geld hadden geschonken voor een monument, met toen nog de locatie Wertheimpark in gedachten. Of dat, zoveel jaren na dato en blijkens het voor klagers zo verbazende feit dat er nauwelijks politieke discussie over was, misschien eens zich de kans voordeed om een opgelopen vertraging een beetje in te lopen met een bespoedigde doorloop van de procedures.

In de herhaling bevindt zich de zwakte

In de opsomming van de feitelijke bezwaren komen meermaals dezelfde argumenten in een ander jasje langs. Het besluit zou onzorgvuldig genomen zijn, en qua maatvoering “in strijd met stedenbouwkundige randvoorwaarden”, en cultuurhistorische waarden “onevenredig” aantasten, en “in strijd met stedenbouwkundige randvoorwaarden” de bestaande bomen niet hebben geïntegreerd, en “de kwaliteit van de woon- en leefomgeving” verslechteren. Dit zijn vier of zelfs vijf kanten van dezelfde medaille.

Bestuurlijke gebreken

De bezwaarmakers hebben gelijk dat de gemeente Amsterdam van de eigen procedures is afgeweken. Zij voeren aan, dat van zorgvuldigheid op spoed is overgestapt, op verzoek van de aanvrager Nederlands Auschwitz Comité. Het is best ongebruikelijk dat een aanvrager een dergelijk verzoek kan doen, en dat dit zonder tussenkomst van de raad wordt goedgekeurd. Echter, deze aanvraag is ongebruikelijk. Niet vaak wordt een monument van landelijk en lokaal belang, waarvan het nut algemeen wordt onderkend, door een externe organisatie aangeboden. De (toenmalige) burgemeester wordt verweten, op wensen van het NAC ingegaan te zijn.

De klagers voeren aan, dat het afwijken van de procedures heeft geleid tot een slecht afgewogen besluit dat naar die ene gewenste uitkomst toewerkte. Dit gaat voorbij aan de oorspronkelijke wens voor een andere locatie. Het is begrijpelijk dat de tweede keus van het Auschwitz Comité enige ondersteuning krijgt van de burgemeester, wanneer die er sympathiek tegenover staat. Dat het comité vervolgens snel de draad weer wil oppakken en wat van de verloren tijd wil terughalen is logisch.

Het zou meer dan sneu zijn, als het onder autoriteit van de burgemeester afwijken van de procedures, waarvoor als gezegd goede gronden zijn, reden zou worden om nogmaals het monument tegen te houden. In plaats daarvan past deemoed, en bewondering voor een burgemeester die wil doorzetten op een dossier waar voor hem al geen eer meer te behalen is, waarmee hij probeert om alsnog iets te realiseren dat er allang had moeten zijn.
De klagers hebben grotendeels, maar zeker niet volledig, gelijk in hun kritiek op de puntenscores. Terecht herkennen zij de sterke schijn dat de punten subjectief zijn toegekend, waarbij het doel moet zijn geweest om de huidige locatie een (schijnbare) verdediging van objectieve pluspunten te geven. Niettemin zijn er sterke, zwaarwegende argumenten die voor deze plaats spreken, zoals reeds aangegeven. De tegenargumenten doen daar onvoldoende aan af, wat voor de klagers wellicht moeilijk te verkroppen is, reden waarom zij die argumenten presenteren als absoluut en beslissend.

Stedenbouwkundig?

Het ontwerp van Liebeskind voldoet dus niet aan de stedenbouwkundige eisen. “Dat desondanks voor dit ontwerp een vergunning is verleend, maakt de gebrekkige besluitvorming over de locatiekeuze voor de omwonenden extra wrang”, klaagt hun juridische vertegenwoordiging. Waarna de klacht nog eens dikker wordt aangezet, om over te gaan tot een volgend aspect van het bezwaar, namelijk dat het ontwerp “te hoog en kolossaal” is, een herhaling dus. Het siert de klagers dat ze zich niet beklagen over de aantasting van hun Lebensraum.

Wel spreken zij van een “cultuurhistorisch essentiële zichtrelatie” tussen de Weesperstraat en de tuin van de diaconie. Deze uitbundige terminologie draait erom dat het vanaf de Weesperstraat fijn is om de groene tuin (en authentieke gebouwen) te zien staan. Wederkerig is die zichtrelatie allerminst, maar de tuin en gebouwen moeten als gevolg daarvan toch zicht bieden op de Weesperstraat, die wij dan maar “een gemêleerd modernistisch stadslandschap met mutipele rijstrookdynamische elementen” zullen noemen.

Veiligheid als excuus

De bezwaarmakers vinden alles onveilig. Het monument zou teveel ruimte innemen, zodat je er niet meer aan de kant van de Weesperstraat langs kunt – maar verderop verwijzen ze naar de metroingang en stoep aan die kant, waar opstoppingen kunnen ontstaan bij een ontruiming of vluchtsituatie, en waarvandaan men een aanval zou kunnen uitvoeren (“niet veel fantasie voor nodig”). En die stoep is bovendien te smal, want de haalbaarheidsstudie vond 1,80 meter weliswaar genoeg, maar vond 3,60 meter beter. Men vraagt zich af, waarom de stoep dan gemiddeld 2 meter breed wordt, en dus wordt afgeweken van de ‘aanbevolen’ 3,60 meter. Dom, of ziende blind, want die grotere breedte is natuurlijk uitsluitend haalbaar door de rijbaan te versmallen, of het monument. Toch hebben zij hier wel een punt, namelijk dat deze stoep bij bezoeken door grotere groepen ontoereikend is. Dit zou een reden zijn waarom de locatie voor het monument ongeschikt is. Zinvoller is wellicht te overwegen, de middenberm en/of de stoep aan de overzijde te verleggen en versmallen. Oplossingsgericht denken, zeg maar. Maar dat is niet het doel van de klagers.

Geen reflectie

Ziende blind meent men te worden van de lichtweerkaatsing op het monument. Hiervoor wordt een professionele analyse aangehaald, die echter blijkens de – naar men mag aannemen toch zorgvuldig geselecteerde – citaten lang niet zo ver gaat als de klagers. Zelf menen zij “continu” verblind te zullen zijn, wanneer men van bovenaf op het monument kijkt, “zeker bij zon- en helder daglicht”. Feitelijk kan dit natuurlijk alleen dan het geval zijn. De ondergaande zon moet voor deze studenten en andere bewoners een ware hel zijn. Wellicht interesseert het hen, dat firma’s zoals Hema, Kwantum en IKEA verduisterende raambekleding aanbieden tegen gunstige prijzen?

De zwakte van herhaling

In de klachten gaat het bij herhaling over aantasting van het uitzicht, soms met toevoeging van de elementen lichtreflectie en aantasting van cultuurhistorische waarden. De gemeente zou nergens aangeven, waarom het monument geen aantasting of zelfs een versterking zou kunnen zijn voor de cultuurhistorische facetten van de buurt en de nabijgelegen historische gebouwen.

Hiermee ontkennen de klagers de essentie van dit monument en komt hun relatieve ongevoeligheid voor de delicate kant van het project holocaust monument naar voren. Want, zoals reeds eerder beargumenteerd, de plaats van dit monument, in deze wijk, is passend, en completeert een reeks aan andere monumenten en objecten in het gebied. Het monument – in welke vorm dan ook, en dus zeker in deze vorm – doet recht aan een belangrijke groep voormalige bewoners van dit gebied, en hun bevolkingsgroep, en hun medeslachtoffers. De gevoeligheid hiervoor die je van bewoners zou kunnen verwachten, met hun inlevingsvermogen in hun wijk, en in sommige gevallen ook slachtoffers van de holocaust in hun eigen familie, ontbreekt, mogelijk bewust en ten faveure van het gevoel er recht op te hebben, dit monument te weigeren. Empathie met slachtoffers en nabestaanden staat op zijn best op de tweede plaats, achter een nietsontziende verdediging van het eigen woongenot.

Bovendien slagen de klagers er niet in, argumenten te geven waarom het monument een aantasting is, anders dan hun bezwaren te herhalen, tot het bijna grappig is. Bijna. Men citeert de intenties van het Nederlands Auschwitz Comité, om een schokkend monument te bouwen dat om aandacht vraagt. De mogelijkheid dat dit een verrijking vormt voor de omgeving wordt niet gezien, of niet erkend. Het monument zal toeristen trekken, die vervolgens de mooie elementen van de omgeving – en onvermijdelijk ook de Weesperstraat – kunnen zien en eventueel bezoeken. Het monument biedt kunstzinnige architectuur van een wereldberoemd architectenbureau. Het beantwoordt een vraag om een iets grootschaliger monument dat de meer dan honderdduizend slachtoffers recht doet in hun totaliteit en hun individualiteit.

Gegroepeerd, niet unaniem

De bezwaarmakers vertegenwoordigen een door henzelf niet nader benoemd deel van de bewoners van de omliggende buurt. Als dit maar tien procent is, is hun stem al van belang. Waarschijnlijk is het meer. Het recht om gehoord te worden hebben zij, en excuses van de gemeente lijken dus op hun plaats. Excuses en leerbereidheid, zonder verdere gevolgtrekkingen voor dit proces.

Heeft geen pas

Een citaat van de website Weesperplantsoen.nl, van de bezwaarmakers, inzake een raadsvergadering van de zomer van 2018: ‘Er waren ook veel voorstanders van het monument die inspraken (sic!) en appelleerden aan de gevoelens van de gemeenteraad, met verhalen over familieleden die in de Tweede Wereldoorlog waren afgevoerd door de Duitsers. Alles werd uit de kast gehaald om op ons schuldgevoel in te spelen.’ De pagina heeft geen benoemde auteur, dus moet men aannemen dat dit namens alle ‘verontruste bewoners’ geschreven is. Wat hier gebeurt is duidelijk: slachtoffers van de holocaust en hun nabestaanden worden bekritiseerd omdat zij hun verhaal vertellen ter ondersteuning van een monument dat hun familieleden herdenkt. Een zo gunstig mogelijke uitleg van deze kritiek is dat de auteur of auteurs dusdanig egocentrisch zijn, dat zij menen dat deze verhalen ten doel hebben hun bezwaren tegen het monument te bagatelliseren. Een erger motief mag gevreesd worden, want men motiveert zich verder niet. Maar evengoed: dat deze nabestaanden simpelweg het monument willen ondersteunen, zonder overwegingen van welke aard dan ook over de exacte plaats ervan, wil er kennelijk bij hen niet in. Dat er nabestaanden zijn die eindelijk een kans zien voor een monument dat zij al lang geleden gerealiseerd hadden willen zien, is voor deze organisatie blijkbaar reden voor een minachtende sneer, dat mensen hun leed uitbuiten om dingen gedaan te krijgen.

Redenen voor kritiek

Kritiek op het monument met goede redenen is wel mogelijk. Die richt zich echter meestal niet zozeer op de precieze locatie. Zo is er externe kritiek vanuit de joodse gemeenschap. Die stelt de vraag, waarom men nog geld wil uitgeven aan monumenten voor de overledenen, als de infrastructuur van de overlevenden door tekort aan geld en mankracht achteruitgaat? Joodse gemeenten krimpen, net als de meeste andere kerkgemeenten, maar de slachtoffers van de oorlog die niet meer terugkwamen hebben deze achteruitgang ingeleid. Opeens ontbrak in grote delen van het land de kritieke massa om de lokale geloofsgemeenschap gaande te houden. Gemeentes werden opgeheven en sjoel gesloten. In dit kader zouden mensen geld liever naar de overgebleven restanten van het Nederlandse jodendom zien gaan, voor beveiliging, behoud van gebouwen, mankracht om religieuze diensten voort te zetten.

Bouw het gewoon

Alles tezamen is het goed mogelijk om de bouw van het monument gewoon te laten doorgaan. De bezwaarmakende bewoners hebben enkele valide punten, die niettemin het besluit niet zouden mogen beïnvloeden. De gebrekkige wijze waarop burgemeester en wethouders en de gemeenteraad de procedures hebben gevolgd staat het oordeel dat het voorliggende plan de (beslissende) politieke voorkeur kan krijgen, niet in de weg. De hinder van reflecties is reëel, de extra overlast door drukte ook, maar die zal nauwelijks merkbaar zijn – behalve voor de prinses op de erwt. Het zijn geen redenen om het monument uit te stellen en waarschijnlijk evenmin om het te wijzigen.

Daarnaast hebben de klagers enkele valide en relevante bezwaren. De smalle stoep en het gebrek aan een omliggende vrije ruimte, zoals een plein, maken het monument in potentie onveiliger. In ieder geval is daarvoor goed beleid nodig, met periodieke toetsing en oefeningen, en wellicht ook een aanpassing van het ontwerp. Laat politie en brandweer hierover adviseren. Dan nog is het verzoek om meer veiligheid moeilijk te rijmen met de kritiek op politiebewaking en het gebruik van permanente camera’s. “Wat had je dan gedacht?”

Boomschorsing

Het bezwaar over beeldbepalende bomen is gegrond. Het is zonde dat deze en andere bomen moeten wijken. Had het in het Wertheimpark gekomen, dan was dit niet anders geweest. Ook voor Wolkers monument zullen enkele bomen zijn omgehakt. Dus, is dit gegronde bezwaar reden om het ontwerp weg te gooien en opnieuw te beginnen? De bezwaarmakers denken van wel, zelfs dat de locatie dan opnieuw overwogen kan worden. Het is niet zo. Dit vormt aanleiding voor het planten van heel veel nieuwe bomen. De voorstanders van het monument doen er goed aan, tientallen bomen te laten planten, liefst in de buurt. Maar niet te dicht bij de bezwaarmakers, want dat willen zij vast niet. Dat leidt maar tot hinderlijke schaduwen en een permanente herinnering aan het trauma van het monument.

De ondersteuners van het monument kennende, zullen zij naast compensatiebomen in Amsterdam ook bereid zijn om nog wat bomen in Israël te planten, een goed gebruik in de lange weg naar een groen Midden-Oosten.

Tot slot

De bezwaarmakers laten zich luid horen, en, zoals gebruikelijk, zijn voorstanders en – vooral – mensen die geen bezwaar hebben, niet of nauwelijks te horen. Niet alleen is deze groep minder mediageniek, ook is deze van zichzelf minder mondig, reden waarom tegenstanders in veel beslissingsprocessen zijn oververtegenwoordigd. Het is niet juist om deze oververtegenwoordiging in dit geval in stand te houden, gezien het grote belang van het monument.

Daarom, ter afsluiting: dit monument moet er komen, omdat het er nog niet was, en omdat er in de laatste eeuwen geen ander conflict is dat ook maar in de buurt komt van de omvang en gruwelijkheden van de holocaust. Onoprechte kritiek van buurtbewoners die hun interpretatie van hun eigenbelang voorrang geven op empathie kan niet de leiding krijgen over dit project, kleingeestig denken boven grootmoedig herdenken. Het nu voorgenomen ontwerp doet op de juiste plaats recht aan dit leed en aan het streven het nooit weer te laten gebeuren.


Rvpcc

Ruben van Praagh (1978) is schrijver. Naast essays en columns schrijft hij ook voor bedrijven; van training tot business plan. Ruben komt uit Utrecht, is getrouwd en heeft vele interesses, waar hij ook over schrijft. Dit zijn, bijvoorbeeld, astronomie, economie, maatschappij & politiek, auto's, muziek, en gedragswetenschappen.

Geef een reactie