Voorzien van onze nieuwe instapkaarten betraden we de Boeing 737 die ons hopelijk heelhuids naar de plaats van bestemming zou brengen. Naast de gebruikelijke zwarte doos bleek het toestel ook te zijn uitgerust met een aantal blonde exemplaren, die ons welkom heetten bij de ingang. Hun gebleekte tanden deden het gebit van de grondstewardess onherroepelijk vergeten; zo’n stralend wit resultaat durven zelfs wasmiddelenfabrikanten niet te beloven in hun reclames.
Al schuifelend door het gangpad werd onze weg plots geblokkeerd door een gezin waarvan ik het verenigd IQ inschatte op dat van Bonnie St. Claire en dat qua gemeenschappelijk postuur wel een lijnvlucht kon gebruiken. De pater familias was verwikkeld in een poging om zijn handbagage met de afmetingen van een klein model olifant te herbergen in het bagagevak boven zijn stoel. Zelfs mensen met een beperkt ruimtelijk inzicht (lees: vrouwen) hadden kunnen voorzien dat dit niet ging passen. Desondanks probeerde de man zijn gezin te imponeren door dit varkentje wel even een wasbeurt te geven. Koffer erin, schuiven, aanduwen, tegenhouden, klep dichtdrukken en… zoals verwacht zwichtte de klep onder de grote tegendruk en floepte weer open. Na het mompelen van een krachtterm ondernam de man een tweede poging. Koffer erin, schuiven, aanduwen, tegenhouden, klep dichtdrukken en… ditmaal belandde het ding met een anti peristaltische beweging bovenop het hoofd van zijn eigenaar, gevolgd door een luidkeelse uiting van een indrukwekkend breed scala aan terminale ziektes en godslasteringen.
Na vijf minuten lang getuige te zijn geweest van gehannes en gevloek, greep een zichtbaar geïrriteerde stewardess in door de gewraakte koffer in beslag te nemen en hem alsnog te verbannen naar het laadruim. Na wat onderling gesteggel over wie er naast het raampje mocht zitten, maakte het gezin het gangpad vrij en konden we eindelijk plaatsnemen in de stoelen achter hen.
Toen de stewardessen met een slechte mimevoorstelling de veiligheidsinstructies hadden geïllustreerd, was het toestel ‘ready for takeoff’. Het opstijgen ging gepaard met dichtzittende oren, wat geen overbodige luxe was in verband met een blèrende baby drie rijen verderop. Ik spuugde gauw mijn kauwgum uit in de hoop het rustgevende effect zo lang mogelijk te rekken, maar niettemin schoot mijn gehoorgang al snel weer open zodat ik me met volle teugen kon ergeren aan de krijsende koter.
Du moment dat de ‘fasten your seatbelts’ lampjes waren gedoofd besloot mijn voorbuurman, meneer St. Claire zelve, zijn stoel in een relaxfauteuil om te toveren. Dat ik daardoor minder bewegingsvrijheid overhield dan een assistente van David Copperfield tijdens een doorzaagtruc, liet hem kennelijk kouder dan de buitentemperatuur op de hoogte waar we ons bevonden. Het geven van een subtiele hint door me met volle kracht schrap te zetten tegen zijn rugleuning, had niet het beoogde effect; meneer St. Claire voelde zich de koning te rijk en was niet voornemens om zijn stoel terug te brengen in ‘an upright position’ voordat de landing werd ingezet.
De oncomfortabele vlucht die volgde, verliep rustig. Er meldden zich geen kapers, de piloot werd niet buitengesloten uit de cockpit en onze kotszakken bleven onbenut. Na een twee uur durende reis die evenzoveel etmalen leek te bestrijken, landde het vliegtuig onder luid applaus van de familie St. Claire op de plaats van bestemming. Onze vakantie kon beginnen!
De gedachte dat we twee weken later weer terug moesten vliegen probeerden we nog even te verdringen. Het zou onze huwelijksreis alleen maar verpesten.

11 reacties
NicoleS · 27 april 2016 op 10:41
Schitterend vervolg op deel 1. Met met veel humor geschreven. Ik houd hier van. Voor mij met deel 1 samen column van de maand
Bruun · 27 april 2016 op 23:01
Dank je wel voor de mooie woorden Nicole!
Snarf · 27 april 2016 op 12:10
Wat een heerlijke column op deze zonnige Koningsdag!
Bruun · 27 april 2016 op 23:04
Als je hem net zo heerlijk vindt als het vandaag zonnig was, weet ik niet of ik dit nou als een compliment moet opvatten Snarf 😉
Snarf · 28 april 2016 op 15:44
Zeker! In Zwolle scheen de zon.
Mien · 27 april 2016 op 14:37
Je zou er bijna weer de boot door nemen. Of wacht. Daar zaten jullie natuurlijk al in. In de huwelijksboot. Dat maakt gelukkig veel goed. Leuke column. Maar pas wel op voor te veel darlings.
Bruun · 27 april 2016 op 23:12
Dit is een herschreven versie van een stuk van mij uit 2007 (het enige uit die tijd wat ik goed genoeg acht voor herpublicatie) Geloof me als ik zeg dat ik al heel wat darlings gewetenloos heb neergemaaid…
Bruun · 27 april 2016 op 23:17
Bijvoorbeeld het koek-en-zopie karretje dat mij de weg blokkeerde toen ik met een als verwarmingsdraden van een broodrooster gloeiende urinebuis het toilet wilde bezoeken.
WritersBlocq · 28 april 2016 op 12:14
Beetje te turbulent geschreven, een overkill aan grapjes. De zwarte doos… Die is té niet-grappig meer. Zonde, want zo gaat de pret van de goede grapjes er, voor mij, wat af. De haakjes bij die vrouwen mogen weg; dat is gewoon een feit
?
Mosje · 28 april 2016 op 15:27
Tja, vliegen is een ramp, hoewel stewardessen een hoop goed maken, althans bij mij.
Of doen ze dat bij iedereen?
arta · 29 april 2016 op 00:19
Lekkere humor.
Persoonlijk vind ik het geen overkill, vind dit stuk een Laurel&Hardy effect hebben. 🙂
@WB: Die haakjes bij vrouwen… ?