Mijn eerste verkering was het buurmeisje. Ik was 6 en zij 5. We werden door haar moeder betrapt terwijl we doktertje speelden. Daarna mocht ik niet meer binnenkomen.

Mijn tweede liefde was op afstand. Ik zat in de vierde klas en zij in de zesde. Ik vond haar geweldig! Ze had een uitdagende lach en droeg mooie kleren. Helaas had ze alleen belangstelling voor oudere jongens, terwijl het toch overduidelijk was dat ík degene was die zwijmelde.

Op dansles kreeg ik het pas echt te pakken. Als je 16 bent maken hormonen overuren. Er was keus genoeg. Bijvoorbeeld het meisje dat geweldig danste en zo lekker rook. Ze had sproeten, maar die nam ik op de koop toe. Ook dat kleintje met mascara en lippenstift vond ik best leuk. Maar ik viel voor de blonde paardenstaart met petticoat. Iedere dinsdagavond keek ik uit naar het moment dat ik haar weer mocht vasthouden.

Omdat er op de dansles van donderdag te weinig jongens waren, werden er vrijwilligers gevraagd voor gratis extra les. En daar liep ik tegen een volgende leuke meid aan. Ze was anders dan de paardenstaart. Deze had meer volume met alles erop en eraan. Ik genoot van haar rondingen. Laat ik het zo samenvatten: mijn hart ging uit naar dinsdag; donderdag was het de fysieke kant die mij trok. Aan het einde van de cursus was er het traditionele bal. Dan vroeg je een meisje of ze met jou mee wilde gaan als partner en dan was het feesten! Nou, voor mij dus even geen feest, want wie moest ik vragen? Dinsdag … of donderdag? Ze wisten van elkaar niet dat ze bestonden. Aanvankelijk nodigde ik dinsdag uit. Maar toen ik dat aan donderdag vertelde, vloeiden er tranen. Ik kuste ze weg en zei tegen dinsdag dat ik toch voor een ander had gekozen. Gelukkig werd zij alleen maar kwaad en ging niet huilen. Ik kan niet tegen tranen.

Uiteindelijk kreeg ik toch vaste verkering met dinsdag en liet ik donderdag vallen. Let wel, in de zestiger jaren van de vorige eeuw betekende verkering niet dat je gelijk onder de lakens dook. Kusjes geven, handje vasthouden en hooguit een beetje friemelen aan de jarretels. En dat was het dan. Voor de zekerheid had ik wel altijd een condoom in mijn portemonnee, maar die heb ik uiteindelijk weggegooid omdat de houdbaarheidsdatum was verstreken.

Mijn maagdelijkheid raakte ik pas kwijt toen ik 22 was. Het was niet met dinsdag en ook niet met donderdag. Met wie dan wel? Misschien vertel ik dat later nog wel eens.

 

Categorieën: Algemeen

Snarf

Tijdens koken zijn kruiden en specerijen mijn smaakmakers. Bij het schrijven: humor, zelfspot en ironie. Voor beiden geldt dat het soms lukt ... soms niet.

7 reacties

Mosje · 13 april 2016 op 21:26

Ik wacht al mijn hele leven op vrijdag 😉

Grumpy-old · 14 april 2016 op 01:15

Dat van die condoom in de portemonnee is pijnlijk herkenbaar 🙂

Mien · 14 april 2016 op 07:21

Ja, hunkeren tijdens dansles. Ik zie me nog zitten op de lange banken voor de grote spiegels van het danslokaal. Aan de ene kant de jongens, aan de andere kant de meisjes. Mijn oog viel op een leuke blondine. Toen we op teken van de dansmeester onze keuze mochten maken voor danspartner tijdens de eerste les, stormde ik op haar af. Bleek ze toch een kop groter te zijn dan ik. Oeps!

Meralixe · 14 april 2016 op 07:23

Mag ik dit traject prutserig noemen? Maar he… o zo herkenbaar.(O)

NicoleS · 14 april 2016 op 08:38

Wat een romantische man. Ik was vast voor je gevallen.?voor je column in elk geval wel???

Frans · 15 april 2016 op 01:59

Hebben condooms en houdbaarheidsdatum. Geeft me hoop, want dan ben ik misschien toch vader. Och wat, allemaal grootspraak. Van mij dan.

pally · 15 april 2016 op 16:38

Och, wat een leuke column! Ik ben vast van ongeveer jouw jaar. Als meisje moest je afwachten of die ene leuke jongen je kwam vragen, of net naar het meisje naast jou toe liep…

Geef een reactie

Avatar plaatshouder