Zondagmorgen 20-08-1994
Het is een gewoonte geworden. Een vijftiental sportievelingen verzamelen op de grote parking voor het uitgestrekte bos. Iemand, niet toevallig de beste van de groep houd van stiptheid. Wie er om klokslag 9u 30 niet bij is moet de bende maar achterna hollen. Een omloop van een achttal km, steeds dezelfde, wordt binnen een zo scherp mogelijke tijd afgewerkt. Er heerst een gezonde competitiegeest, ik ken mijn naaste concurrenten, eindig sterk op de zesde plaats. Het bos is maar een tweetal km van het appartement verwijderd. De ideale afstand om uit te lopen na de geleverde inspanningen.
Het appartement, mijn appartement, mijn vluchtoord waar ik weg van een vroeger schijnbaar geluk, eindelijk rust gevonden heb na hevige omwentelingen in het leven van een veertiger. Daar sta ik onder de douche en spoel ik de sportieve moeheid en het zweet van me af. De verse klederen voelen goed aan. Van Morrison klinkt lekker ruw. In mijn hoofd komt er een aangenaam gevoel van perfecte rust, alles onder controle!
Met dit overwinnend gevoel rij ik even later de stad in en gooi de fiets tegen het paaltje voor het café waar enkele vrienden me lachend verwelkomen. Waarschijnlijk zien ze aan alles aan mij dat ik het goed maak, ondanks de lopende echtscheiding. Ik geniet van de status van vrijheid en het feit dat ik durven kappen heb met de gevestigde waarden van huisje, tuintje, boompje. Stel ik me dat nu voor of is het werkelijk zo, die jaloerse blik van één van hen?
Ik heb goed voor mezelf gezorgd, ossentong in de madeirasaus, gisteren gekocht bij de slager is maar op te warmen in de microgolfoven. Kroketten bakken, dat kan iedereen. De chocolademousse achteraf staat vriendelijk te wachten. Alles ziet er smakelijk uit en is het ook. Of, zou het toch moeten zijn.
Er kruipt iets in mijn kop! Mijn euforie valt stil. Mijn gedachten fluisteren me andere dingen toe! Een beklemmend gevoel van schrik en twijfel grijpt me bij de keel en maakt me zenuwachtig en bang. In een nieuw recordtempo werk ik het eten naar binnen en smijt ik de gebruikte schotels in de afwasbak. Ik heb de fut niet meer om de boel op te ruimen.
In paniek merk ik dat het nog maar één uur is. Een beetje rusten in de zetel lukt niet. Met wijd open ogen kijk ik vol angst naar het plafond en de rest van de dag.
Een rinkelende telefoon doet me recht veren. Ik ken het nummer. Nee, die nu even niet. Ik wacht tot de beller het besluit genomen heeft in te leggen. De laatste rinkeltonen snijden als scherpe messen door mijn kop, ik voel zelfs een vorm van woede in mij opborrelen. Niets op T.V.
Ik tuur dromerig in de verte, gebeurtenissen van de laatste tijd proberen de voornaamste plaats op te eisen. Hoe is het allemaal zo ver kunnen komen? Terwijl ik het rijtje vrienden en vriendinnen afloop die misschien nog bereikbaar zijn voel ik me verschrikkelijk moe en hulpeloos worden. Een vriend sleurt me door de rest van de dag. Voor de ik weet zelf niet hoeveelste keer luistert hij naar mijn verhaal, filosoferen we samen over relaties en levenslopen. Dit koste ons wel een fles jenever.
Morgen is het maandag, werkdag, vijf drukke dagen brengen me bij de volgende hindernis, nogmaals een ellendig weekend. Hoe lang hou ik dat nog vol?
[i]Voor alle duidelijkheid, deze gebeurtenissen dateren al van zo’n achttien jaar geleden, uit een periode toen het met mij niet zo goed ging, waarbij vechten en zoeken naar evenwicht de enige mogelijkheid was om niet totaal in te storten.[/i]

7 reacties
Boukje · 17 februari 2012 op 08:47
Mooi omschreven hoe je in zo’n situatie van euforisch naar depresief kan switchen. Goed stukje! :duimop:
Harrie · 17 februari 2012 op 14:24
En hoe is het nu?
Marja · 17 februari 2012 op 14:47
Je weet de sfeer goed over te brengen. Ik voel met je mee. Is het allemaal in orde gekomen?
Ferrara · 17 februari 2012 op 15:00
[quote]Er kruipt iets in mijn kop! Mijn euforie valt stil.[/quote] Bam!
Jezelf en anderen maar aanpraten dat het goed met je gaat.
Uiteindelijk is dat ook waar, maar dan heb je vele uren in de verte gestaard.
Ik was even 30 jaar terug. Goed beschreven.
Libelle · 17 februari 2012 op 15:17
Goed geschreven. Ik geloof dat het zo gaan kan.
Als je doordeweek niet drinkt kun je dit wel even volhouden. Ik zou in de kroeg gaan zitten.
Hoe is het nu vraagt Harry. Als je hem antwoordt lees ik mee.
Meralixe · 17 februari 2012 op 16:21
Die periode heeft 9 maand geduurd en is op vele vlakken de grootste levenswijsheid van mijn leven geweest. Onder andere het alleen zijn en die drank waren gevaarlijke adders onder het gras. Waarschijnlijk zou een langere periode me naar de afgrond gesleurd hebben. Op de rand daarvan stond er iemand om me te vergezellen en samen het tij te keren. Nu, na ook reeds bijna 16 jaar huwelijk hebben we met ons bijtjes(beitjes) de boel onder controle.
Nog dieper en autobiografischer schrijven over deze persoonlijke ervaringen zou ik wel willen maar durf ik niet. Dit kleine tipje heb ik met plezier vrijgegeven. 😉
P.C.
Het is de eerste keer dat ik merk dat er een kleine wijziging is aangebracht in mijn ingestuurde column. De laatste alinea met schuine letters stond bij mij bovenaan als eerste alinea. De wijziging is achteraf gezien beter. Wie moet ik daarvoor danken?
Marja · 17 februari 2012 op 16:29
Dank voor je reactie. Fijn om te lezen.