Ken je dat? Je gaat naar een film, laten we zeggen: [i]’The Matrix Reloaded'[/i] Je bent tenslotte hip, bij de tijd, en net zo goed als bij ieder ander is ook de printplaat in joúw hoofd uitermate gevoelig voor hype-ruis uit Hollywood. Al handjeswrijvend anticipeer je volop op [i]state of the art[/i] digitale effecten, en op de verhaallijn die nóg complexer, gelaagder en meer existentieel-filosofisch schijnt te zijn dan die in het eerste deel. Vol goede moed installeer je je, de door muizen aangevreten bekleding van je stoel blijmoedig negerend. Alles wijst er op dat dit een leuk avondje biossen wordt. De [i]opening credits[/i] lopen, je zet al je zintuigen wagenwijd open, en je wacht op de dingen die komen gaan.

Ergens in de zaal klinkt een polyfonisch beltoontje.

Ergens in de zaal heeft iemand het gore lef zijn Nokia-vormig aanhangsel niet alleen ter hand te nemen, maar er ook nog eens in te gaan praten. Niet fluisteren, maar p-r-a-t-e-n.

Voel je dat? Hoor je je synapsen al knetteren? Ruik je, nee, zie je de ozon vrijkomen door alle elektrische ontladingen in je lichaam? Razen de catecholaminen door je bloedbaan, verstrakken je zenuwknopen, tintelen je spiervezels, maak je onwillekeurige bewegingen met je tot klauwen vertrokken handen en voel je je alsof je nog maar twee hartslagen bent verwijderd van een moord (geen sinecure als je hartslag verdriedubbeld is naar tweehonderdtien [i]beats per minute[/i])?

Ik observeer je. Edward O. Wilson schiep de sociobiologie; ik klim op de schouders van deze gigant en verword tot [i]asociobioloog[/i]. Ik observeer, en heb kennis van de hormonale onbalans die ten grondslag ligt aan asociaal gedrag, en de reactie daarop. Ik geniet.

Ik zie je dansen met de stoorzender, een choreografie die erfelijk is vastgelegd. Je kent de passen, en het tempo wordt bepaald door je door adrenaline opgefokte hartslag. Het rode waas voor je ogen sluit zich als een gordijn, en nu zijn alleen jullie tweeën er nog; inmiddels volledig [i]in sync[/i] met de gestileerde kung fu op het grote scherm. Dat deze strijd zich vooralsnog alleen nog maar in je hersenschors afspeelt doet niet ter zake. Je weet wat er gaat gebeuren. Het is onvermijdelijk.

Dan lijkt de beller opeens te beseffen waar hij is. Hij bergt snel zijn Nokiappendix op, en biedt gehaast fluisterend zijn verontschuldigingen aan. Ik kijk naar je, zwijgend. Je woede bestaat nu van het ene moment op t andere alleen nog in een vacuüm; je bliksemafleider is je ontnomen. Even kijk je nog, verdwaasd, terwijl je lichaamsparameters terugkeren naar hun normale waarden. Dan keert jullie beider aandacht weer terug naar het witte doek; de gedachte aan de ander vervaagt snel, tot er niet meer rest dan een vingerafdruk op de spiegel van het onderbewustzijn.

Ik trek me terug in het primitieve deel van je brein. Ik ga over tot halfslaap, en ik wacht.

Ik [i]weet[/i].

[i]Nota Bene:dit is niet echt een column; het is gewoon een klein, vaag verhaaltje dat blijkbaar uit mijn systeem moest. Het gaat over simpele irritatie, bijvoorbeeld als gevolg van lawaaierige asocialen in de bioscoopzaal. Maar het gaat ook over het kille, observerende, berekenende deel van ieders persoonlijkheid; het deel dat verantwoordelijk is voor ramptoerisme en dat soort ongein. ‘Nuff said; het is niet de bedoeling veel over dit tekstje te filosoferen[/i] 🙂

Categorieën: Algemeen

4 reacties

MBB · 28 mei 2003 op 16:49

Goed dat je er een NB aan hebt toegevoegd, wan ik heb geen flauw idee waar je column nou precies over gaat. (alhoewel dat asociaal-studiegedoe interressant klinkt)

archangel · 28 mei 2003 op 17:20

*grijns*
Ik zei al, het gaat in feite ook nergens over. Ik was zomaar wat woordjes op het scherm aan het knallen. En voor ik t wist was ik hem aan het insturen naar ColumnX 😀

Volgende keer zal ik weer braaf zijn 😛

MBB · 28 mei 2003 op 17:24

óf..
je kunt deze column uitwerken in een lezing over het nut van ascosiaal gedrag in het dagelijks leven 🙂

Maurits · 29 mei 2003 op 10:55

Waarom plaats je nu een tekstje waarvoor je de behoefte voelt je te excuseren. De ervaring is maar al te herkenbaar. Het onderwerp leent zich fantastisch voor een frisse nieuwe uitwerking in een echte column. Eentje met geen woord teveel. Waarin flink gekapt is in het woud van beeldspraak (dus zonder zinnen als mijn voorgaande:-) Ga voor de herkansing!

Geef een antwoord