Tevreden kijk ik naar het eindresultaat van uren graaien in de ‘oude doos’. De onophoudelijke kriebel op mijn hoofd probeer ik weinig succesvol te negeren terwijl de baleinen van het korset bij iedere beweging in mijn heupen prikken.
Eén voor één druppelen mijn mede eigenaardig geklede vrienden binnen. De opwinding zoemt zachtjes boven de opzwepende muziek en iedereen is helemaal klaar voor wat komen gaat. De slingers wapperen vrolijk boven de bont versierde straten die het toneel lijken te zijn van een utopisch sprookje; het is vrede, vreemden worden begroet als oude bekenden en op ieder gezicht siert een brede lach.
Hier en daar duikt er een onwetende toeschouwer een zijstraatje in. Verbaast, verschrikt en verlegen steken zij scherp af tegen de uitbundige menigte die zich een weg baant naar het centrum van de chaos. Kinderen rennen voor ons uit. Aangestoken door het meeslepende enthousiasme van hun ouders speuren zij de straten af. Onwetend van hetgeen waarnaar ze zoeken, snellen zij van de ene naar de andere hoek van de straat hopend op een spoor van het hele gebeuren.
Trommels, trompetten en tuba’s klinken zachtjes in de verte. De kriebel op mijn hoofd heeft zich verplaatst naar mijn buik. Ik kijk naar de omringende beschilderde gezichten en zie dat het virus zich snel verspreid. Zonder een woord te spreken versnellen twintig voeten hun pas; hoe het ook zij, wij zijn er bij!

Het kruidige drankje glijdt langzaam door mijn keel en laat een warm spoor achter op zijn weg naar mijn buik. Er wordt gedanst, gesprongen en vooral veel gedronken. Jonge meiden lopen met grijze knotjes gebogen achter hun stok en de oudere generaties vitaal rond dartelen. De wereld staat volledig op zijn kop. Niets is wat het lijkt, en wat er is lijkt nergens op.
Een onverstaanbare stroom woorden dringt mijn hersenen binnen. Ik kijk opzij en hou mijn handen op. Ik spits mijn oren en probeer al mijn concentratie te richten op het ontrafelen van het raadsel wanneer de wereld even stopt met draaien. De knal is oorverdovend. In slow motion draaien alle maskers, hoeden en pruiken zich naar hetzelfde punt. Ik kijk en wens meteen dat ik het niet had gezien. Het kleine hoedje met de twee zwarte voelsprietjes bungelt gebroken naast haar hoofd. Het rood van haar vleugeltjes is besmeurd met een andere kleur rood. Langzaam keert mijn gehoor weer terug en ik wens meteen dat ik het niet had gehoord. De hysterie die klinkt in het gehuil van de grote zonnebloem naast haar is hartverscheurend. Wanhopig kijken omstanders om zich heen, op zoek naar hulp. Politieagenten, zusters en chirurgen die tussen het publiek staan grijpen naar hun mobiele telefoons en bellen 112.
Waar nog geen vijf minuten geleden twee nieuwsgierige blauwe ogen eigenwijs over het zwartgeschminkte neusje heen keken druipt nu bloed over de kapot geslagen huid.

Voor het onschuldige driejarige meisje uit Veghel is het vanaf nu altijd carnaval.

Categorieën: Actualiteiten

9 reacties

KawaSutra · 28 februari 2009 op 22:50

Tot ver over de helft van de column had ik zo’n gevoel van: hier klopt iets niet. Over Carnaval schrijf je met plezier, met humor. En zeker als je het zelf van nabij hebt meebeleefd. Maar dan de knal en de ontreddering. Dat komt hard aan, letterlijk en figuurlijk.
Het contrast was nog groter geweest als je aanvankelijk met een uitbundig enthousiasme was losgebrand over dat geweldige feest dat eigenlijk niet meer stuk kan. Om vervolgens de lezer te confronteren met de keerzijde van onze samenleving.
Toch vind ik het een goede column omdat het ‘weer’ aan het denken zet.

Ik ben zo vrij hier een linkje te plaatsen, want ik kende de achtergrond niet. Waarschijnlijk ben ik niet de enige.

[b][url=http://www.blikopnieuws.nl/bericht/92670]Meisje gewond door vuurwerkbom.[/url][/b]

arta · 28 februari 2009 op 23:30

Jeetje, wat een verhaal.
Ook ik had in het eerste deel iets van: Waar gaat dit naar toe?
Goed stuk, zonder vals sentiment geschreven, en die laatste zin…Brrrr!

Mosje · 1 maart 2009 op 00:29

Heb jij het echt zien gebeuren? Was jij ter plekke? Of plaats jij jezelf in een rol die je niet vervuld hebt?

Grace · 1 maart 2009 op 09:33

Gelukkig ben ik er zelf niet bij geweest, ik stond op dat moment met mijn eigen kleine nichtje en neefje bij een andere optocht…

Mosje · 1 maart 2009 op 14:36

Onder dit stukje zou zomaar dezelfde discussie kunnen ontstaan als onder die van Maurick.
Je vermengt fictie en werkelijkheid, maar bovendien geef je jezelf een belangrijke rol in een vreselijke gebeurtenis. Dat vind ik niet erg gepast.
Ik vermoed overigens dat de tijd een belangrijke rol speelt. Fictie en non-fictie met elkaar verbinden is tegenwoordig erg in trek, vooral ook in literaire romans, maar het gaat dan vaak over non-fictie uit een verder verleden.

LouisP · 1 maart 2009 op 14:36

bijzonder geschreven, gevoelig stuk en zeker met de tip van Kawa erbij komt het wel binnen bij mij.

Alleen die laatste zin…….?

groet,
L.

Grace · 1 maart 2009 op 15:44

Ik heb het geschreven omdat ik het schokkend nieuws vond. Natuurlijk omdat het onze kindjes of ieder ander onschuldig Brabants kindje had kunnen overkomen.
De voornaamste gedachte erachter is dan ook het medeleven met Grietje en haar ouders.

De eerste berichtgevingen waren dat het meisje naar alle waarschijnlijkheid verminkt zou zijn. Vandaar de laatste zin.

Gelukkig blijken haar lichamelijke verwondingen achteraf (althans naar omstandigheden) mee te vallen. Maar toen dat bekend werd was het stukje al ingezonden.

Mien · 1 maart 2009 op 19:40

Potverdikkie, dacht ik zowaar, Carnaval positief belicht; wordt er weer roet in het eten gegooid, in de vorm van vuurwerk notabene.

Nu heb ik weer die zure smaak in mijn mond.

Edoch, de trieste gebeurtenis zoals je die inleid en beschrijft … dat is zonder meer knap.

Schoonheid en lelijkheid, plezier en verdriet, ze gaan altijd hand in hand samen.

Mien

maurick · 2 maart 2009 op 11:39

Ik vind ‘t wel een goed stukje. Daar waar aan de ene kant van het dorp verdriet heerst, heerst aan de andere kant van het dorp de feestvreugde van het carnaval. Misschien had je die laatste zin beter anders kunnen formuleren. ‘Vanaf nu gaat het meisje door het leven met chronische schmink.’ bijvoorbeeld.

Geef een antwoord