Terwijl ik voorzichtig overeind kom, moet ik de neiging onderdrukken om mijn hoofd met beide handen te ondersteunen. Door een dikke mist, banen herinneringen aan een rijkelijk met alcohol besprenkelde avond zich een weg naar mijn bewustzijn. Niet alle grijze hersencellen zijn vernietigd door de alcohol, concludeer ik nuchterder dan ik me voel. Ik knijp mijn ogen tot spleetjes om mezelf te beschermen tegen de acute pijnscheuten in mijn hoofd, als gevolg van die oogverblindende zon die vrolijk de slaapkamer binnenschijnt. En ik bedenk dat zelfs dénken zeer doet. De smaak in mijn mond roept associaties met een dood vogeltje op en het gebonk in mijn hoofd overstemt met gemak de muziek van de avond daarvoor. Mijn lijf voelt vreemd slap aan en mijn handen trillen. Als ik voorzichtig mijn hoofd draai, lijkt er plotseling iets van uitzwenkgevaar te bestaan. Het voelt net alsof er nog een deel van mijn hoofd – na enige aarzeling – in slow-motion volgt. Mijn coördinatie is niet meer wat het geweest is en mijn handelingen verlopen verre van vloeiend. Ik sleep mezelf naar beneden en kiep twee vitaminepillen naar binnen. Gulzig drink ik minstens een liter water, maar mijn dorst wordt maar niet minder. Oneliners van diepe rouw en spijt schieten door mijn hoofd. Wanneer ik na enige ‘blessuretijd’ in de auto zit, zijn de flikkerende lampjes van de richtingaanwijzer genoeg om een licht gevoel van duizeligheid bij me op te roepen. De eerste bocht die ik voorzichtig neem, gaat goed. De rit naar mijn werk later die dag, ook. Ik moet de rest van de dag stevig boeten voor mijn uitermate gezellige avondje, iets dat vroeger gewoon in een paar uurtjes bekeken was. Ik word wederom met mijn neus op de feiten gedrukt: ik wil nog wel de beest uithangen, maar mijn lijf werkt niet meer mee.

De avond daarvoor. Plaats delict: restaurant de Amiral, deelnemer aan: ‘Mijn tent is top!’ Heerlijk gegeten, goede wijnen gedronken en zelfs een kleine proeverij met de sommelier als bonus gehad… So far, so good. Maar dat ‘afzakkertje’ in die Ierse pub heeft me duidelijk de das omgedaan. Dat allerlaatste drankje had ik niet moeten nemen en eigenlijk ook het drankje daarvoor al niet, als ik heel eerlijk ben. Maar de muziek was goed en het gezelschap ook. En de aanblik van die jonge mooie Australische ober, die mij steeds zijn stralend witte lach toonde, waardoor bij iedere bestelling zijn fooi groter en groter werd, joeg het bloed door mijn lijf. Ik voelde me de hoofdrolspeelster uit de film: A Fish called Wanda, iedere keer als ik zijn Australische accent hoorde. Ik liet mijn fantasie de vrije loop en in gedachten liet ik mij meevoeren naar de Australische outback. Ik stelde me het ruige landschap voor, rook de geur van leer en paarden, evenals het gevaar dat daar overal op de loer ligt. Maar het feit dat hij mijn gids, mijn beschermheer en wie weet wat nog meer zou zijn in die woestenij, maakte oergevoelens in mij los. Ik smolt ter plekke. Dat was overigens niet wederzijds. Denk ik.

Gebeurde het vroeger nog wel eens spontaan, tegenwoordig is een royale fooi de enige manier om exclusieve aandacht te krijgen van zo’n lekker ding. Zucht. Ik heb duidelijk mijn beste tijd gehad… En dat nuchtere besef, zorgde onmiddellijk voor weer een nieuwe kater.

Categorieën: Algemeen

14 reacties

arta · 25 april 2009 op 13:31

Die uitsmijter: Ge-wel-dig!
Tis een lekker stuk, Champagne, de column dan, he? 😀

SIMBA · 25 april 2009 op 14:12

Wat een heerlijk stukje met een super einde!

Mosje · 25 april 2009 op 14:26

Een vette fooi voor dit stukje.
😉

LouisP · 25 april 2009 op 15:56

C.
de titel vind ik een beetje saai. Het onderwerp leek me dat ook. Maar is het absoluut niet. Heel mooi beschreven. Ik vind het charmant, vrouwen die zo mijmeren.

Leuk!

L.

pally · 25 april 2009 op 17:30

Heel mooi en eerlijk stuk, Champagne. Zelfspot en weemoed een prima combinatie.
Geweldige uitsmijter!

groet van Pally

trawant · 25 april 2009 op 18:13

Twee katers voor de prijs van een.
En ook nog een man met een hamer die ding dong in je hoofd speelt.
Heel leuk beschrevn. Ik dacht eerst ook. Oh ja weer zo’n cliché stukje over the morning after.
Maar je weet er een heel eigen aantrekkelijke draai aan te geven..
En nu Champagne..vooor dde hheele zzaak..!

Ma3anne · 26 april 2009 op 10:40

Ik snap dus echt niet, dat mensen dit zichzelf uit vrije wil aandoen. Maar je hebt het geweldig beschreven, dat dan weer wel. 😆

WritersBlocq · 26 april 2009 op 11:12

Hi Champie!

Wat een lekker stuk, alles bij elkaar, en… hrknbrrrrrr 😎 🙁 😥

lol@trawant ook, hierboven 😀

Groetje, Pauline.

doemaar88 · 27 april 2009 op 10:29

Leuk stuk, goed onderwerp en lekker geschreven. Ik heb een bloedhekel aan katers, daarom drink ik ook nooit teveel. Zoals jij het beschrijft kan ik er alleen maar om lachen. Goede uitsmijter ook! 😀

Dees · 27 april 2009 op 12:05

Heerlijk geschreven. En de volgende keer, grijp die ober, verzuip in het leer en herstel van je kater in een vreemd bed. Ow en schrijf er dan nog een column over 😀

champagne · 27 april 2009 op 13:49

Haha Dees, ja dat zou nog eens wat zijn. Mocht het ooit zover komen dan lees je het.

Gisteren was ik er weer,in die pub. Toen was er een andere ober. Ook leuk. Maar ik heb me keurig gedragen. Ik leer snel van katers 😉

lisa-marie · 27 april 2009 op 15:17

Geweldig!! 😆 😆

Mien · 27 april 2009 op 16:13

In een woord: supercolumn

Wat wordt er lekker geschreven aan het einde van de maand.

Ook deze mag voor mij CvdM worden.

Mien krijgt nooit een kater van Champagne

KawaSutra · 28 april 2009 op 01:15

Ondanks de kater heb je hier toch weer een heel uitgebalanceerde column neergezet. Die dreunt nog wel even na! 😀

Geef een antwoord