Ik druk op de knop van de intercom. Hoor niets, maar  zie dat de eerste glazen deuren naar links en rechts wegschuiven. Ik stap naar binnen en de deuren achter mij sluiten zich. Ik sta in het halletje en de deuren voor me openen zich. De geur van djamoes uit de warong voeren mij altijd nog terug naar mijn jeugd op Java.

De krontjong muziek klinkt zachtjes uit de luidsprekers. Aan de wand – in lijsten- de zwart wit beelden uit het verleden. Ik groet de man achter de balie.

Nu rechts af naar het trappenhuis en dan naar de 2e verdieping waar de deuren ook gesloten zijn en pas open gaan als ik daar toestemming voor heb gekregen van de dienstdoende verzorgende. Moet me wel eerst melden. Ik druk op de knop van de intercom. Zeg mijn naam.

Ze kennen me. Wekelijks ga ik naar dit huis. Het “all-inclusive” oord voor Indo’s. “Indo’s”, ik maak grapjes over deze afkorting: In Nederland door omstandigheden. Mijn kleinzoon zegt dan; “In Nederland Door Opa.” Tsja, we moesten wel vertrekken.

De huiskamer geeft een gezellige indruk, tenminste als je liefhebber bent van de aanwezige kwetterende vogeltjes in hun kooitjes. Het tapijt op de houten vloer ligt vast. Vast, omdat het uitglijden een breuk kan opleveren en daar zit niemand op de te wachten. Niemand! Ook het tropisch aquarium op een lage kast wordt aandachtig bekeken door 2 bewoners. Ze kijken niet om, zeggen niets, ook niet tegen elkaar. Hun staren verbreekt de stilte niet.

Op een bank klinkt het gesnurk van een andere gast. Gasten noem ik hen. Gasten die niet meer weten waar ze zijn en wat ze hier doen.

Wat is het vandaag? Het licht verblindt mij en ik wil wat zeggen, maar er komt niets. Geen geluid, geen woord. Ik zie een arm omhoog gaan. Van wie is die arm? Waar ben ik? Gisteren is voor mij zo lang geleden. Is het nu maandag of een andere dag? Wat doe ik hier? Ik voel me niet senang. Soms komt een vrouw hier zomaar naar binnen zonder kloppen en zegt iets wat ik niet begrijp. Ik wil schreeuwen maar er komt geen schreeuw.

Annie, de vaste verzorgende van mijn man, loopt mee. Als Annie er niet is, dan is het Helena. “Hij weet dat u er bent, mevrouw”.   “Hij” is mijn man. Ze pakt haar pasje en laat het even heen en weer over de scanner op de deur gaan. De deur schuift ook. Ik zie mijn man op zijn stoel zitten. Zijn pyjama jas zit verkeerd geknoopt. Gelukkig, zijn pantoffels heeft hij al aan. De marmoleum vloer ziet er koud uit. Hij staart in het niets. Kijkt naar mij en ik zie een lichte glinstering. Verder blijft zijn oogopslag leeg en donker. “Ja, we hebben uw man al gewassen en geschoren. Hij heeft zijn Inco helemaal losgetrokken, het hele bed was drijfnat. Inco? Een afkorting waarvan ik nu de betekenis wel weet; incontinentie luier.

Vannacht was het verder rustig. “Daar is de knop en als u daar op drukt kom ik naar u toe” Ze opent de deur en langzaam en laat mij achter. Mijn man, de oudste, hij heeft zijn  2 jongere broers overleefd, zegt niets.

Ik wil spreken, maar iets blokkeert mijn spraak. Wat gebeurt er met mij, mijn lichaam? Hoe lang lig ik hier al. Wanneer ga ik hier weg. Het is een andere kamer. Ik herken niets. Wat een lelijk portret aan de muur. Ben ik dat? Wie is die persoon die naar mij kijkt. Ik weer niet wie dat is. Ik wil weg, maar waarom? Ga weg, ik ken u niet. Ga weg! Ik wil schreeuwen, Ik wil mijn meisje roepen, maar er komt niets uit mijn mond. Niks soedah. Lekas waar is mijn paraplu! Masa?

Op de foto staat mijn man geleund tegen de vensterbank van onze woning. Hij steunt met zijn linkerhand op het handvat van de paraplu. ‘’Dag lieverd, we gaan straks even naar buiten?” Ik kijk naar buiten. Het zonlicht belooft een mooie dag. Maar eerst aankleden, toch?

Ik wil spreken, maar er komt nog steeds niets uit mijn mond. Nee, natuurlijk niet. Mijn tanden, waar zijn die? Mijn bril moet ik hebben, want het lezen is moeilijk. Waar is mijn paraplu? Verdomme, ik zie het niet. Schreeuwen wil ik, maar ik hoor niets.

“Zo, klaar! Lieverd, je ziet er goed uit. Jouw lievelingstrui en broek heb ik zelf uit de stomerij meegenomen. Deze pantoffels nog aan en we gaan samen naar beneden en straks smakelijk eten.”

Wat zegt die vrouw nu? Van wie is dat been dat omhoog getild wordt. Ik begrijp er niets van. Ik wil spreken maar het lukt me niet. Wat is dit voor een gedoe. Van wie is dat arm? Wat is dat nu, weer een been? Verdomme, waar is mijn paraplu. Dat was mijn cadeau toen ik  jarig was, gisteren. We moeten niet nat worden en mijn meisje helemaal niet als we gaan wandelen. Mijn meisje, waar is ze nou?

Was de sajoer en ajam kodok lekker. Vond je het hard gekookte eitje en de sambal ook zo lekker?

Ik wil spreken, maar niet tegen die vrouw. Die ken ik niet. We hebben samen aan een tafel gezeten en ik zag iets vreemd mijn mond ingaan. Gelukkig had ik mijn tanden weer in. Ik ken haar niet, die mevrouw. Ik zeg niets. Ik heb dorst, ik wil drinken. Water, ijskoud water met ijsblokjes net zoals bij mij moeder thuis. Waar is mijn moeder?  

“Wanneer komt u weer op bezoek?”

“Weet u waar zijn paraplu is? Gisteren heb ik het nog aan het voeteneinde van zijn bed gehangen. Zonder zijn paraplu in zicht gaat hij schelden en schreeuwen, maar daar hebben jullie al kennis mee gemaakt, toen ik hem bracht. Oh, wat was dat moeilijk en is het nog. We zijn 53 jaar getrouwd, moet u weten. Het is zo’n lieve man altijd al geweest.”

Wat spreken ze nu, die twee, ik ken die taal niet. Wie zijn het. Ik wil hier weg naar mijn meisje, maar ik zie haar niet. Ik wil schreeuwen, ik moet schreeuwen want ze horen me niet. Dat geluid uit de muur, wat is dat? Waar is mijn paraplu, Verdomme! En nu moet ik plassen.

“Annie, morgen kom ik niet. Vergeet u zijn paraplu niet?“

Morgenvroeg komt Andrew en hij vertrekt direct als zijn vader begint te schelden en schreeuwen. Andrew is een gevoelige jongen, weet u. Net zijn vader!

 

  • Ajam kodok; kipgerecht
  • Djamoes ; kruiden
  • Lekas; schiet op, vlug
  • Masa; hoe is het mogelijk
  • Sajoer; soep
  • Senang; prettig, heerlijk
  • Soedah; klaar, laat maar
  • Warong; is een kraampje waar eten wordt verkocht
Categorieën: Algemeen

Nummer 22

Verwarde, inmiddels Anno 2020 minder verward, en mede oprichter van het Absurdisch Verbond met als mede lid en co oprichter Kees Schilder "Paco Painter"en zijn andere alter ego's. Prof.dr.mr.ir. R. Leijdecker (1955) van het O.I.L. Onderzoeks Instituut Leijdecker waarnemer, beschouwer en publicist over maatschappelijke ontwikkelingen met een knipoog. Een flinke knipoog! Reiziger over onze aarde, kijker en luisteraar naar anderen.

14 reacties

van Gellekom · 5 oktober 2016 op 14:02

Adoe apa asli luar biasa ayu. Tansah munggah Nilai sandi. U overtreft uzelve mijn waarde absurdist

    Nummer 22 · 5 oktober 2016 op 19:04

    Van Gellekom. Dank voor uw woorden en compliment.

Mien · 5 oktober 2016 op 14:11

De column komt binnen. Zowel door mijn neus als mijn ogen. Ja zelfs de oren doen mee zodra ik de woorden hardop voorlees aan mezelf. Was de paraplu mogelijk ook van een tuinman. Ik heb er een voor ogen namelijk door deze bijzondere column. Waarvoor dank.

    Nummer 22 · 5 oktober 2016 op 19:02

    Dank je Mien. De onbegrepen mens geblokkeerd brein. Ik werd verdrietig bij het schrijven omdat het mij op vele fronten diep heeft geraakt

    Nummer 22 · 5 oktober 2016 op 19:08

    Die paraplu was het enige dat rest en ook gesloten bleef.”Soedah laat maar” is een indo standaard antwoord als een verleden met pijn, verdriet, gevangenschap niet verder besproken wordt. Kasian, als de indo een ander ziet, voelt en hoort lijden.

NicoleS · 5 oktober 2016 op 15:42

Prachtige column. Persoonlijk een van je beste. Column vd maand?

Nummer 22 · 5 oktober 2016 op 19:03

Moet natuurlijk ” jouw” zijn?

g.van stipdonk · 5 oktober 2016 op 19:56

Heel bijzondere column. Moest heel in de verte denken aan ‘Asta’s ogen’een boek dat ik onlangs las. Ook heel bijzonder.

Nummer 22 · 5 oktober 2016 op 21:09

Dank u G. van Stipdonk. Ik ga dat boek snel lezen.

StreekSteek · 6 oktober 2016 op 09:50

Gevangen in een cel in een cel: persoonlijk en mooi beschreven.

Bruun · 7 oktober 2016 op 14:15

Ik bladerde met wat leesachterstand door de voorpagina van ColumnX en kwam dit pareltje tegen. Heel mooi geschreven Nummer 22!

Nachtzuster · 7 oktober 2016 op 23:45

Jouw beste column, Nummer 22. Absoluut, in mijn ogen. De gedachten van de man goed weergegeven. Mooi, rauw en een juiste dosering van de emoties. Zonder absurditeiten en overdrijving. Chapeau.

Geef een reactie