Hans staat met zijn auto in de file, te wachten tot hij verder kan. Het duurt hem te lang. Hij geeft richting aan, voegt uit, en passeert de wachtende stoet. Tot hij bijna vooraan de rij weer moet invoegen. Hij wringt zijn auto met moeite tussen twee wagens in. Het wachten gaat verder, maar dan stapt de chauffeur achter hem uit zijn auto. Hij is het duidelijk niet eens met het gehannes van Hans, en komt verhaal halen. De man klopt op het dak van de auto, en Hans draait zijn raampje open. Voordat hij iets kan zeggen grijpt de man hem bij de kladden. Hij begint tegen Hans te vloeken en te tieren, de honden lusten er geen brood van. Hans duwt de grijpgrage hand van zich af, en draait zijn raam vlug dicht. De man kan amper zijn hand terug trekken. Hij blijft op hem schelden, en schopt tegen de wielen. Even later kan Hans doorrijden. Hij zucht.

De volgende dag heeft Hans een afspraak in het ziekenhuis. Hij moet bij een specialist zijn, voor een onderzoek. Hij wacht in de wachtkamer tot hij wordt opgeroepen. “Mijnheer van Dijk!” Hans stapt het kamertje binnen, en bevriest. De specialist kijkt hem aan, pleisters op zijn hand.

Authentiek

Categorieën: Algemeen

G.van Stipdonk

Gerard van Stipdonk. Mijn motto: Wie schrijft die blijft.

Geef een reactie