Het is dinsdag. De enige dag in de week die ik de afgelopen periode het liefst helemaal wilde overslaan. Het liefst in bed. Onder de dekens verscholen, afgesloten van de buitenwereld. Dinsdag was namelijk practicumdag. De dag waarop ik in afgehakte lichaamsdelen van overleden mensen moest snijden om zo kennis te vergaren. Dinsdag was verschrikkelijk. [img align=left]http://www.linkylog.nl/images/anatomie2.jpg[/img]De eerste keer dat ik de practicumzaal in de kelder van de universiteit betrad lijkt alweer zó lang geleden, maar de herinnering is nog vers. Zonder ringen om mijn vingers, met grondig gewassen handen en in mijn veel te grote doktersjas betrad ik de ruimte. De snijzaal was geen CSI-decor, zoals ik deze onbewust had voorgesteld. We zaten niet in een schemerige, verduisterde ruimte, maar de zaal was flink TL-verlicht. Een stuk of zeven ijzer tafels stonden parallel naast elkaar opgesteld. De gedaantes onder de doeken lieten niet te raden over wat eronder lag. Een mens. Dood.

Gespannen en zonder wat te zeggen nam ik samen met mijn medestudenten plaats op een van de krukjes aan de zijkant. Ik durfde lichtjes te zuchten. Het ging nog, het nog viel mee. Een beetje nieuwsgierig keken we de rest van de ruimte rond. Wat zou er onder het laken op de tafel voor ons liggen? Een mens was het niet, het leek meer op losse stukken. Toch niet iets afgehakts?

Ik moest er niet aan denken naar een los ledemaat te moeten kijken. Ik wist niet of ik hier nog wel wilde zijn. Of eigenlijk wist ik het wel. Ik lag het liefst onder mijn eigen dekbed, gevlucht voor datgene wat mij te wachten stond. Alle studenten waren binnen en de lakens gingen eraf. Mijn maag maakte een licht sprongetje. We mochten vrij rondkijken naar datgene wat op de tafels werd tentoongesteld. Ik bleef nog even op mijn krukje zitten om de boel vanaf mijn zittende perspectief te bekijken. Ik was niet de enige die dit deed. Na voldoende moed verzameld te hebben besloten ik en een medestudenten toch maar een rondje te maken. Op de tafel voor ons, waar overduidelijk alleen maar enkele onderdelen van de mens op lagen, vonden we een stel geprepareerde gewrichten. Het zag er nep uit. Het leek niet echt, maar gewoon plastic en het was eigenlijk alleen de nog doordringende geur dat verraadde dat dit een deel van een mens was geweest.

Maar zo mocht ik niet denken. Het was geen mens meer. Het was een preparaat. In het voorbereidende college ervoor was dit wel honderd maal herhaald. Misschien in de hoop ons zo te brainwashen voor wat we te zien zouden krijgen. Maar bij mij was het klaarblijkelijk mislukt. Het [i]waren[/i] mensen. Dít was een been van iemand die vroeger kon lopen. En dát was een hand van iemand die vroeger kon schrijven.

Naarmate we verder de ruimte in wandelden langs de tafels, werd het steeds confronterender. Het leek geen plastic meer, het leek niet meer nep. De haren op de huid, de vingers en tenen, het werd steeds echter. Lichamen, waarvan slechts het hoofd werd bedekt met een doek misten een aantal ingewanden, of lagen er met opengereten rug en schedel. Ze werden open en bloot geshowd. Studenten waren met hun vingers in de lichamen aan het wroeten.

Het was verschrikkelijk. Ik kon het niet aan. Het werd me teveel. Tot twee keer toe heb ik die eerste dinsdag trillend op mijn benen op de gang staan uithuilen bij een onbekende medestudent. Ik wilde niet meer naar binnen. Hoe kon iedereen dat toch verdragen? Maar ik wist dat ik nog 5 practica dagen had te gaan. Vluchten was geen optie. En snijden moest ik de volgende keer zelf.

De tweede dag in de week was elke keer weer verschrikkelijk en ik kon ook niet wachten tot het 3 uur durende het practica voorbij was.
Eenmaal weer thuis na het practicum voelde ik me vies. Maar ook voor de rest van de week was het niet zonder gevolgen. Onder de douche walgde ik van mijn eigen lichaam. ’s Nachts sliep ik slecht en kwamen de beelden opnieuw op mijn netvlies. Of de beelden doemden plots op tijdens het eten, waardoor mijn eetlus direct voor het komende uur verpest was.

Ik keek er elke week weer tegenop, maar als zoveel dingen; je leert er mee opgaan. Want alles went. En zo ook het anatomie practicum. Bij het aanbreken van practicum vier liep ik zonder blikken of blozen de snijzaal in. Ik liep naar de aan jou toegewezen arm of been en je begon aan de opdracht. Toegeven, daar waar andere studenten vol interesse in een lichaam zaten te frummelen, stond ik met een zuur gezicht en mijn pincet, maar toch; het wende wel. De losse ledenmaten, de koude leerachtige huid, de gele verweefsel-laag, zelfs de doordringende geur. Dat ik mij hierdoor beter ging voelen is alles behalve waar. Ik kreeg juist afkeer van mezelf dat ik zonder enige emotie naar binnen kon wandelen de snijzaal in! Zoiets hoor je toch niet normaal te gaan vinden, alsof het een dagelijkse bezigheid is. Alsof je niet realiseert dat daar een ooit springlevend iemand in stukjes op tafel ligt? (Ok, uiteraard was niemand emotieloos op de snijzaal aan het werk. Maar er honger bij krijgen is ook een totaal onverwachte niet-logische reactie.)

Natuurlijk riep het practicum anatomie nog wel steeds enige emoties bij me op. De dinsdag was de dag waarop ik het minst productief was. Of ik nou ’s ochtends, ’s middags of ’s avonds op de VU werd verwacht, ik raakte er toch helemaal ontregeld van en wist die dag niets meer uit mijn handen te krijgen. Het practicum beheerste je dag, je kreeg het niet uit je hoofd, je gedachten op een ander spoor zetten bleek een bijna onmogelijke taak.
Maar er was één remedie, niet wetenschappelijk getest of bewezen, maar bij mij werkte deze perfect. Namelijk kinderen. Kinderen doen je alles behalve aan de gruwelijke beelden van het practica en de levenloze lichamen denken. Mijn baas was blij dat ik kon invallen voor een afwezige collega, ik was hem dankbaar dat ik zwemles kon geven aan kinderen die mijn gedachten van het practicum afhield. Dat thuis de gedachten toch weer de vrije loop gingen, dat terzijde, de paar uurtjes was het werken waard.

Nu, 6 weken verder, zijn de practica afgelopen. Het is tijd om datgene wat ik tegen willens en weten heb gezien een plekje te geven. Daar waar ik er niet meer aan hoef te denken. Want immers, ik wil geen verpleger worden. Ik wil geen doktor worden. Geen arts. Geen cardioloog. En ook geen chirurg. En toch heb ik de anatomie practica weten te overleven. Maar nu is het dan voorbij. Mijn witte doktersjas ligt in mijn kledingkast op de bovenste plank verstopt onder een berg oude kleding. Die hoef ik niet meer aan. En de dinsdag, die dag kan weer een willekeurige dag in de week worden.

Tekst oorspronkelijk geplaatst op [url=http://www.linkylog.nl]Linkylog.nl[/url].
Zie ook;
[url=http://www.linkylog.nl/pivot/entry.php?id=99]Practicum Anatomie – 1/11[/url]
[url=http://www.linkylog.nl/pivot/entry.php?id=105]Practicum Anatomie #2 – 8/11[/url], eveneens eerder gepubliceerd op [url=http://www.examedia.nl/columnx/modules/news/article.php?storyid=3936]Column X[/url]

Categorieën: Algemeen

6 reacties

wendy77 · 20 december 2005 op 08:42

Heel knap verwoord Linkylog. Hij is wat aan de lange kant, maar ik heb me geen moment verveeld.

Shitonya · 20 december 2005 op 11:02

inderdaad nogal lang. En daarnaast alles nog eens veel te langdradig en saai verwoord. Na 4 alinea’s gaf ik de moed echt op. Erg lekker las het ook niet weg. Ik las meer een beetje over de woorden heen om er vaart in te houden dan dat ik alles letterlijk las. Je zou net zo goed een recept uit een kookboek kunnen beschrijven op deze manier.

Mup · 20 december 2005 op 13:00

Pff, brengt me terug naar mijn eerste obductie, bekijken dan, bedoel ik. Vond het doodeng (verkeerde woord) maar was snel gefascineerd van de ingewikkelde, heoliede constructie van het menselijk lichaam,

Groet Mup.

ietje · 20 december 2005 op 21:41

als beroepskeuzeadviseur ben ik natuurlijk wel beniewd wat je dan wel wilt worden? Ik vond het een interessante column die wat korter had gemogen (inderdaad) maar die wel mooi jouw ontwikkeling in het ermee omgaan duidelijk maakt.

heupie · 20 december 2005 op 22:43

Waardevolle ervaring. Gelukkig maar dat practica al vroeg in studies geintegreerd zijn. Je zou erachter komen in het laatste jaar van je afstuderen. Succes, misschien is voor banketbakker gaan leren een suggestie.

WritersBlocq · 20 december 2005 op 22:48

[quote]als beroepskeuzeadviseur ben ik natuurlijk wel beniewd wat je dan wel wilt worden?[/quote]
[quote]Mijn witte doktersjas ligt in mijn kledingkast op de bovenste plank verstopt onder een berg oude kleding. Die hoef ik niet meer aan. En de dinsdag, die dag kan weer een willekeurige dag in de week worden.[/quote]
Huisschilder? Komt die jas toch nog van pas. Ik ben diagonaal gaan lezen, door de lengte en vele herhalingen over DE dinsdag, maar het was wel een interessant verhaal. Een kijkje in de keuken van het hiernamaals. Nog een paar dagen, dan zitten de lijkensnijders weer aan tafel, met z’n allen, hele grote blote vogels, konijnen, reeën en reten te ontleden 😡 en volgend jaar valt 2e Kerstdag op dinsdag, dinsdag is snijdag in 2007, ‘dood’normaal.

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder