Ik zit op mijn bed, om me heen ligt de inhoud van mijn kledingkast. Kleding die ik al jaren niet meer heb aangehad ligt als een bonte sprei verspreid op mijn bed. In mijn handen heb ik de blauwe ochtendjas van mijn moeder er naast ligt de mooie witte blouse met brandgaatjes van het vuur wat altijd van haar sigaret afviel. Niet wetende wat ik er mee moest, heb ik ze na haar overlijden in mijn kledingkast gehangen. Mijn gevoel zegt dat het gisteren was, maar de kalender zegt dat het jaar 1994 alweer 15 jaar geleden is. Ik pak de blouse en kan het niet laten om mijn neus er in te steken. Ik ruik haar, tenminste dat denk ik. Ik steek mijn neus in de blauwe ochtendjas en snuffel, ik weet het zeker, zo rook ze! Twijfelend kijk ik naar de grijze vuilniszak waar al wat kleding in ligt. Mijn ratio vraagt wat ik in hemelsnaam met de kledingstukken moet en vertelt me dat het onmogelijk is om iemand na zo’n lange tijd te ruiken. Met een diepe zucht gooi ik beide kledingstukken in de zak. Bijna trots op mezelf haal ik diep adem en vraag mijn oudste puber om de zak meteen weg te brengen.
Vreemd, bedenk ik me, vroeger vond ik haar niet lekker ruiken. Als peutertje rende ik s morgens vroeg naar de slaapkamer van mijn ouders. Ik liep mijn moeder steevast voorbij en dook op mijn vader. Buik tegen buik lagen we dan mijn neusje in zijn oksel geperst. Mijn vader protesteerde altijd *vies kind* zei hij dan en het enige wat ik murmelde “Niks vies, je ruikt zoooooo lekker.”

Naar bed gaan was een heel ritueel. Ik sliep niet zonder mijn grote zus. Zij moest naast me liggen en tegen me aangedrukt had ik geen beer of knuffel maar het pyjamajasje van mijn vader. Zonder zus en het jasje werd er niet geslapen.
Als mijn moeder de pyjama in de was had gegooid, nam ik bij Gods gratie genoegen met de nachtjapon van mijn zus. Haar geur kon er ook mee door.

Toen ik veertien was overleed mijn vader. Ik sliep ondertussen zonder zijn pyjama, maar kon het niet laten om zijn overgebleven kostuums die na zijn overlijden waren bewaard zo af en toe te besnuffelen. O, niet iedere dag, maar terugkijkend toch wel één keer per maand dat ik stiekem de kast in dook om mijn neus in zijn oksel te steken. Eén keer ben ik betrapt. Mijn “grote” zus kwam net de slaapkamer van mijn moeder binnen en vond haar zusje van zeventien met haar neus in het colbertjasje van haar vader. Nadat ze bekomen was van haar verbazing en ik haar stamelend uitleg had gegeven, dook ook zij tot mijn stomme verbazing met haar neus in de oksel van het jasje.

Met een schrok kom ik terug naar het heden en gil ik de naam van mijn oudste. De enige die reageerde was mijn andere zoon die me vertelde dat mijn oudste het vuil naar beneden aan het brengen is. Ik sta op en ren over de galerij naar de lift, die ik laat voor wat het is en dender de trap af naar beneden om daar net op tijd te zien dat de zak in de grondcontainer verdwijnt.

Mijn verdriet reageer ik op hem af. “Nooit, nooit doe je wat ik vraag, alles moet ik tien keer vragen en nu …”

Verslagen loop ik de woonkamer in en daar zie ik mijn jongste zitten zestien jaar en onder zijn neus mijn t-shirt die ik de avond te voren had uitgetrokken. “Bah, vies kind” kan ik niet nalaten om te zeggen: “Niks vies, zegt hij, je ruikt zoooo lekker.”

Categorieën: Diversen

10 reacties

Ma3anne · 4 oktober 2009 op 09:11

Prachtig verhaal. Het dilemma wat je met de kleren van je moeder moet. Ik ken het zo goed.

Na vier jaar is haar geur verdwenen uit de enkele kledingstukken die ik bewaard heb. Toevallig heb ik een paar weken geleden een stukje Mayazeep gekocht en ertussen gelegd, om de illusie te creëren dat ze er nog een beetje is.
Die zoete nestgeur…

Zelfs het terughalen van de vuilniszak komt me bekend voor.

Avalanche · 4 oktober 2009 op 14:22

Wow! Mooi!

klapdoos · 4 oktober 2009 op 16:16

Voor mij persoonlijk ook heel herkenbaar, mooi verwoord.
groet van leny

Neuskleuter · 4 oktober 2009 op 19:58

Lief! Zo leuk dat je de spot met jezelf durft te drijven, ook in de gevoeligste en persoonlijkste verhalen. En mooi rond verteld, met de jongste op het eind!

Kleinigheidje: “In mijn handen heb ik de blauwe ochtendjas van mijn moeder er naast ligt de mooie”
Punt of komma was handig geweest.

Macx · 4 oktober 2009 op 22:10

Mooi. Maar om toch een beetje over je tekst te ‘neuzelen’, ik had wat moeite met het vuur wat altijd van haar sigaret af viel. Alsof de vlammen eruit schoten als ze rookte. Misschien is gloeiende as een suggestie.

lisa-marie · 5 oktober 2009 op 08:53

Lief, moooi en ontroerend !

Mien · 5 oktober 2009 op 10:36

Yes yes, sniff’n the tears!

Mien from the driver’s seat

pally · 5 oktober 2009 op 16:39

Heel mooi, Bitchy! Geur is een belangrijke factor bij herinneringen. Misschien wel de belangrijkste.
Het brengt je terug naar vroeger. Goed verwoord.
De kleine taalonvolkomenheden zijn al genoemd.
:wave:
Groet van Pally

KawaSutra · 5 oktober 2009 op 22:17

Prima column, mooi rond geschreven.
Ik heb nog ergens haar schort bewaard. Gewoon het idee dat ik nog iets heb. Niks mis mee toch?

Bitchy · 6 oktober 2009 op 15:04

Dank jullie wel!!

Geef een antwoord