Toen Mike, mijn jongste, werd geboren, werd hij meteen doorgestuurd naar het Sophia Kinderziekenhuis in Rotterdam, het oude gebouw. Het leek wel alsof ik van het moderne westen werd teruggezet in een Oostblokland. Sarcastisch vroeg ik me af of ze hier bekend waren met zoiets als bijvoorbeeld een fax. Hij werd opgenomen op de High Intensive Care. Vanaf dat moment leek het alsof wij in een slechte B-film speelden. De zaal lag vol met zieke zuigelingen en peuters, op één kindje na. Ik schatte haar een jaar of negen. Iedere keer als de deur open ging, sprong ze op vanuit haar bed. Ze had een zuurstoffles naast haar bed hangen en ze had een tube in haar keel, waardoor ze niet kon praten. Ze was wel handig geworden in gebaren. Als ik binnen kwam zwaaide ze vrolijk naar me en soms liet ze me haar zelfgemaakte tekeningen zien of maakte ze met gebaren duidelijk dat haar moeder op bezoek was geweest.

Ik liep daar een dag of vijf rond toen ze een gebaar maakte wat ik niet kende van haar. Ze maakte met door met haar vingertjes over haar wangen te glijden me duidelijk dat ze gehuild had en ze maakte nog een gebaar, een gebaar dat wat ik alleen maar herkende als “nekkie eraf”. Ik begreep er niets van, tot ze ongeduldig wees naar een leeg bedje tegenover. Nog begreep ik het niet en keek haar een beetje verward aan. Haar verpleegster kwam het uitleggen. Zij vertelde me dat het baby’tje tegenover haar die nacht was overleden.

Ik werd met mijn neus op de harde feiten gedrukt door de verpleegster. Per week stierven op deze afdeling 2.8 kindertjes. Een bizar getal, 2.8. Geen drie geen twee, maar 2.8.
Annet, de verpleegster, vertelde me meer over het negen jarig meisje, Susanne. Suzanne was nog nooit thuis geweest. Zij lag al negen jaar op deze afdeling een kamer van tien bij twintig meter. Een wandelingetje in de troosteloze gang was haar enige uitje geweest in al die jaren.

In de drie maanden die hierop volgde heb ik heel wat kindjes zien overlijden, ik heb ouders horen schreeuwen en huilen van verdriet. Ik heb moeders artsen horen smeken om de behandeling van hun kindje nog niet te stoppen. Ik heb vaders gebroken in de ouderkamer zien zitten. En iedere keer als er een kindje was overleden, deed Susanne hetzelfde lugubere handgebaar en viel er een oorverdovende stilte.
Alles was dan even stil, verpleegsters, artsen, bezoek en zelfs de doodzieke kinderen hoorde je dan niet. Na ongeveer vijf minuten, ging men over tot de orde van de dag, namelijk zieke kinderen proberen beter maken. Het bezoek werd altijd door Suzanne ingelicht, met het alom bekende handgebaar.

Ik ben altijd bang geweest dat ik op een dag binnen zou komen en zij naar het bedje van Mike zou wijzen met dat handgebaar. Wij hebben het geluk gehad dat Mike na vier maanden mee naar huis mocht en hij tot ieders verbazing opgroeide tot een boom van een kerel.

Ik denk dat het een jaar of vier later is, als ik Suzanne voor de laatste keer zie. Ik liep door de draaideur met Mike op mijn arm het gloednieuwe gebouw van het Sophia Kinderziekenhuis in terwijl zij naar buiten liep. Ze zwaaide naar me, verrast zwaaide ik terug. Naast haar zat in een karretje nog steeds haar zuurstoffles, maar ze straalde. Ze stond even stil, daar vlak voor het gebouw. Ze hief haar hoofd op naar de zon en de wind speelde met haar haren.

Een bijna puber, eindelijk mag ze gaan leven, eindelijk een eigen kamer en heel misschien kan ze de dood en de verschrikkingen van de High Intensive Care een plekje geven en genieten van het leven, zoals wij iedere dag nog van Mike genieten.

Categorieën: Algemeen

6 reacties

Fem · 17 november 2009 op 07:20

Wat een heftig verhaal over leven en dood. Een kind dat zoiets moet meemaken en toch zo opgewekt blijft… Daar kunnen wij noig iets van leren!

Avalanche · 17 november 2009 op 08:13

Wat een aangrijpend verhaal.

Anne · 17 november 2009 op 08:14

Prachtig portret.

Emiliever · 17 november 2009 op 14:19

Wat mooi en wat heftig.

Bitchy · 18 november 2009 op 21:16

Dank jullie wel!! :kus:

KawaSutra · 19 november 2009 op 00:03

Heel goed geschreven Bitchy. Ik zou graag meer willen weten van dit meisje en hoe het nu met haar gaat. Lijkt me toch heel moeilijk voor zo’n meisje om na zo’n jeugd de draad van volwassenheid op te pakken. Nogmaals mijn complimenten.

Geef een antwoord