Het kerstdiner bij Max op school staat weer voor de deur. En wat doe je dan? Dan schrijf je je als rechtschapen moeder vliegensvlug in om ook een culinaire bijdrage aan het buffet te leveren. Want dat geeft je kind een goed gevoel en als het een beetje mee zit hou je er zelf ook nog iets aan over. Extra goodwill bij de juf ofzo. Dus schreef ik in m’n netste handschrift “kaassoesjes” op de lijst. Dat was namelijk verreweg het makkelijkste recept wat ik in m’n splinternieuwe, van Sinterklaas gekregen kookboek kon vinden. En ik achtte de kans groot dat de meeste kinderen het zouden lusten. Ik mag dan van nature geen keukenprinses zijn, maar kaassoesjes: hoe moeilijk kan het zijn? Vanmiddag stonden Max en ik dus met opgerolde mouwen en een flinke dosis kooklust in de keuken om het klusje te klaren.

1. Breng de melk met het water, de blokjes boter en een snufje zout aan de kook.

Eitje. Max stond in de pan te roeren en ondertussen las ik de volgende stap.

2. Haal de pan van het vuur en roer met een houten spatel de patentbloem er doorheen.

Hmmm…klontjes. Dat klopte niet met het plaatje in het kookboek. En ook had ik al snel een lamme arm van het roeren. Klontjes zijn dus niet goed. Ik instrueerde Max de mixer te pakken. Dat leek me een stuk doeltreffender en bovendien: wie verzint er dan ook dat je zo’n taai mengsel met de hànd moet roeren! Zoals verwacht ging het met de mixer een stuk makkelijker. Hah! Ik was het kookboek te slim af geweest.

3. Roer de eieren er één voor één doorheen en meng tenslotte ook de geraspte gruyère-kaas door het beslag.

Met elk ei dat ik erbij kwakte werd het roeren gemakkelijker en uiteindelijk was het een perfect glad papje. Klaar voor de oven dacht ik zo.

4. Schep het beslag in een spuitzak.

Met de ene hand probeerde ik de spuitzak in de aanslag te houden terwijl ik met de andere hand onhandig het beslag opschepte. Het werd één grote kledderzooi. Ik kreeg het niet voor elkaar om het beslag zonder te knoeien in de slaphangende spuitzak te krijgen. Aan de andere kant: waar gewerkt wordt… Ik liet het bedropen aanrecht dus even voor wat het was.

Toen ik na veel gehannes met een gevulde spuitzak boven de met bakpapier bedekte ovenplaat stond om er elegante toefjes op de spuiten, kwam de volgende tegenslag: ondanks het feit dat ik toch echt de juiste verhoudingen had aangehouden, was het beslag zó dun dat de toefjes gereduceerd werden tot zielige plasjes. “Ehm, Max? Misschien moeten we het maar kaaspóffertjes noemen, dan heeft niemand op school in de gaten dat het er eigenlijk anders uit had moeten zien.”.
Snel schoof ik de bakplaat in de oven: 20 minuten zou het kosten om deze teleurstellende hoopjes toch nog in goudgele smullers te veranderen. Na een minuut of 10 trok er een verrukkelijke kaasgeur de huiskamer in. Ik had de kookwekker op 15 minuten gezet, zodat ik ruim voor tijd zelf nog even een controlerende blik de oven in kon werpen. Toen ik echter in de richting van de piepende kookwekker liep, kwam me een zwaar verbrande lucht tegemoet. Het zal toch niet… Met een ovenhandschoen trok ik de oven open, wapperde driftig alle rook weg en zag tot mijn ontsteltenis dat alle kaaspoffertjes er uit zagen als zwarte sjoelschijven. Er was niks meer aan te doen. Proeven had geen zin, ze konden regelrecht de prullenbak in.
Wat was er mis gegaan? Ik wist zeker dat ze 20 minuten de oven in moesten. Geïrriteerd pakte ik het kookboek erbij…ik voelde me belachelijk gemaakt. Ik liet mijn vinger langs de beschrijving gaan en las bij punt 5:

5. Bak de soesjes 5 minuten. Zet de ovendeur op een kiertje van 2 cm zodat het vocht kan ontsnappen en bak de soesjes vervolgens in 15 minuten gaar.

Slimmerik…zucht. Het was officieel: Esther kan niet koken. Bloemkool met aardappeltjes en een gehaktbal? Geen punt. Stamppotje? Draai ik m’n hand niet voor om. Maar kennelijk is alles wat ik uit een kookboek probeer te fabriceren gedoemd te mislukken. Hopeloos. En als klap op de vuurpijl was de keuken een waar slagveld geworden.

De rest van het beslag heb ik weg maar gegooid. Ik wilde Max de vernedering besparen. Een verstandig besluit denk ik. Maar ik kan Max natuurlijk niet met lege handen laten aankomen. Morgen dus nog maar even snel langs de supermarkt voor drie doosjes kwarktaartmix. Dat gaat altijd goed. Als de koelkast tenminste niet in het complot zit om mij binnen de keukengrenzen te laten falen… Wish me luck.

Categorieën: Algemeen

5 reacties

KawaSutra · 23 december 2008 op 01:23

Zwarte sjoelschijven ken ik niet maar dammen kun je er vast wel mee. Maar je daagt me uit. Een complete beschrijving hoe het moet, dat kan niet mislukken, toch? Goodluck met je kwarktaartmix!

arta · 23 december 2008 op 11:06

Tip: Cakemix waar alleen nog maar water bij hoeft: razendsnel gemaakt en veeeeel lekkerder dan kaassoesjes. (vind ik):-)

Mien · 23 december 2008 op 11:24

Herkenbaar.
Puinhoop in de keuken en geen resultaat.

Mien

Ma3anne · 23 december 2008 op 13:55

Nou wil ik toch wel weten, of het nog wat geworden is met die kwarktaart. 😀

pally · 23 december 2008 op 15:18

Leuk beschreven, Esther, jouw soesjes die damschijven werden…en die kwarktaart, bleef die soms vloeibaar, zodat je er drinkyoghurt van gemaakt hebt? 😀

groet van Pally

Geef een antwoord