IJskoud was het buiten. De damp die uit mijn mond kwam leek op uitgeblazen rook. Ik liep, mijn neus liep driftig mee. Ogen die zich tegoed deden aan alle kostelijke en kotselijke kerstversieringen binnen, ogen van mij. Ogen die alles gadesloegen en zelf niet gadegeslagen werden. Ik voelde mij één met het kneuterige binnen en het grote niets buiten. Zoals ik dat vaker doe, deed ik dat ook die avond. Een ommetje maken door de vinexwijk waarin ik woon. In gedachten zag ik het polderlandschap voor mij dat hier ooit haar huishouden had. Een landschap dat ook verrijkt was met vele planten- en dierenfamilies, dat was ver voordat wij hier huishielden. Tijdens zo’n ommetje verbaas ik mij over wat ik zie bij die mensen binnen en fantaseer ik erop los waarover zij babbelen, ruzie maken of naar welke zender zij zappen. Soms kom ik iemand tegen die groet, vaker kijk ik iemand aan die volgens Hollands gebruik naar de voetsporen van zijn anonieme voorganger staart. Ik vraag mij dan af wat er in hem of haar omgaat, maar de moed ontbreekt mij altijd om hiernaar te vragen. Geldt dat andersom ook?

Bijna thuisgekomen zag ik haar lopen. Een zwart vrouwtje met in haar ene hand een wit plastic tasje en in haar andere een bungelend kerstmannetje. Zij huilde. Wij stopten allebei en keken elkaar aan. Stille tranen biggelden, nee stroomden over haar wangen, schreeuwden het uit tegen haar huid.

“Tràm?” vroeg zij. “Trèm?” vroeg ik. “Tràm!” zei zij met meer klem. Tràm, zoals in trammelant. “Geen tram hier. Ver weg”, gebaarde ik. “Hier bus. Boes”, probeer ik nog, wijzend in haar looprichting. Met een grote snik herhaalde zij nog een paar maal “tram”. Zij liep van mij weg, in de richting waarin ik gewezen had.

Ik was besluiteloos. Zo vlakbij mijn huis, mijn autosleutels op zak en een tank vol benzine. Ik had een kopje thee voor haar kunnen maken en iemand kunnen bellen. Ik had haar een lift kunnen geven.

Ik durfde niet. De verhalen die je hoort over “bendes” speelden mij op dat moment parten. Laf of wijs ging ik naar binnen, nadat ik haar uit het zicht verloren was. Dit laat mij niet meer los. Een radeloos, troosteloos, verdrietig en kansloos hoopje liet ik gaan omdat ik bang was. Bang om beroofd te worden door het vrouwtje met de kerstpop en het plastic tasje. Ook al was ik ook bang voor wat haar kon overkomen. Ik wil niet zo zijn, maar ben het wel. Bang. Bah.

Categorieën: Algemeen

Avatar

WritersBlocq

Talent voor tekst, taal en verhaal

12 reacties

Avatar

Mien · 6 december 2004 op 09:19

Tussen bàng (liggen op de bank) en bèng (… liggen op straat) zitten meer gedachtenflitsen en emotiesignalen dan de tijd die het kost om na tienen bij “bìng bòng” de deur te open (… naar je hart). Be aware, be alert, be brave and help …!!!

Mooie column WB !!!

Mien

Avatar

archangel · 6 december 2004 op 09:44

Inderdaad een mooie column, en qua thematiek een beetje verwant aan [url=http://www.examedia.nl/columnx/modules/news/article.php?storyid=1168]een column die ik ooit schreef[/url] (ja beste iedereen, ik weet het, ik loop mezelf schaamteloos te promoten. Ik beloof bij deze dan ook plechtig dat ik voor het uitluiden van het jaar weer eens iets [b]nieuws[/b] zal schrijven 😀 ).

Het is verbazingwekkend hoe sterk ratio en emotie met elkaar kunnen conflicteren, en het erge is dat je na afloop vaak nog steeds niet helemaal weet wat de ‘juiste’ handelswijze zou zijn geweest. En als je dat kunt beschrijven (zoals jij hier deed), dan verdien je een applausje 🙂

*applausje*

Groet,
Michaël

Avatar

Hendriks · 6 december 2004 op 11:10

Ik ben het volkomen eens met het alreeds geleverde commentaar.

Mooie column!

Avatar

Kees Schilder · 6 december 2004 op 17:59

Een fantastische column.Echt heel goed.
groet
kees

Avatar

Mosje · 6 december 2004 op 19:45

Erg mooi verhaaltje. Om een beetje treurig van te worden. En helemaal treurig word ik bij de gedachte aan een wandeling door een vinexwijk.

Avatar

Ma3anne · 6 december 2004 op 19:59

[quote]kostelijke en kotselijke kerstversieringen[/quote]
[quote]Ogen die alles gadesloegen en zelf niet gadegeslagen werden.[/quote]
Dit soort vondsten vind ik dus om te smullen. Als je dit zelfs bedacht hebt….. wow hee.

Erg erg mooi geschreven.

Avatar

Mup · 6 december 2004 op 21:13

Eens met Ma3, die haalde precies de zinnen eruit die ik ook erg mooi vind. En erg herkenbaar, gatver, ik val wel vaak in herhalingen.
Bij de supermarkt waar ik mijn boodschappen doe, zat ook een verwarde vrouw op een bankje. Ik waarschuwde het personeel, die uiteindelijk na lang aandringen de politie belde. Toen was het arme mens alweer weg, en ik ging mijn kar volladen…..

Groet Mup.

Avatar

doos2 · 6 december 2004 op 23:31

Supermooie column! Zo verschrikkelijk herkenbaar. Jammergenoeg……

Avatar

Dinah · 7 december 2004 op 09:02

Heel mooi geschreven en eerlijk gezegd weet ik niet wat ik zou doen in zo’n situatie.
Weer iets om over na te denken.

Avatar

WritersBlocq · 7 december 2004 op 14:24

Geweldig, al die reacties van jullie. Archangel, jouw verhaal heb ik ook gelezen, prachtig en confronterend en herkenbaar inderdaad.
Ma3, ik heb alles zelf verzonnen hoor!
Kees, jij ook bedankt.
Mosje, een vinexwijk levert toch een “mooi” verhaal op, tis nooit saai…
En alle anderen, ook jullie nogmaals bedankt. Groetjes en fijne dagen……..
ook voor heel 2005 natuurlijk!!!
Pauline.

Avatar

sally · 7 december 2004 op 17:18

mooi!!!!!
liefs Sally

Avatar

Li · 7 december 2004 op 22:18

Oei, ik ben achter met lezen. Ben ik blij dat ik nog een gaatje heb gevonden om de achterstand in te halen. Want anders had ik deze mooie column gemist.

En ja, soms schrik je van jezelf, Maar omdat je zo schrikt doe je het wellicht de volgende keer anders 😉 Dat weet ik uit ervaring 🙁

Li

Geef een antwoord