Vijftig jaar Europese samenwerking. Vijftig jaar waarin Europa en de wijze waarop de samenwerking gestalte kreeg zelden of nooit een onderwerp bij verkiezingen is geweest. In ieder geval niet bij de verkiezingen waar ik de afgelopen 30 jaar aan deel heb mogen nemen. Het was niet belangrijk genoeg, te abstract of gewoon oninteressant. Het leefde niet en ging ook niet leven. Tegelijkertijd groeide de samenwerking maar door. Eigenlijk blijkt daar al uit dat het een keer mis moest gaan. Niet leven en wel groeien. Dat gaat namelijk lastig samen. De afgelopen week is Europa weer teleurgesteld. Teleurgesteld maar vastberaden. De Ieren hebben tegengestemd. In een referendum was de vraag voor of tegen het verdrag van Lissabon voor de Ieren aan de orde. Het verdrag van Lissabon omvat de uitgeklede versie van de Europese grondwet die in eerdere referenda in Frankrijk en Nederland van tafel werd gestemd. De Ieren stemde tegen. En dat was een tegenvaller. Ierland was immers het braafste jongetje van de klas. Daarbij was Ierland ook nog eens het meest begunstigde knaapje van Europa. Dankzij de enorme steun van Europa hebben ze zich in de afgelopen jaren van het armste land kunnen ontwikkelen tot een van de rijkste Europese landen. En dan nu dit.
Ondankbaar zou je ze kunnen noemen. Maar dat doen we natuurlijk niet. Dat zou politiek buitengewoon onverstandig zijn. Bovendien veronderstellen we daarmee dat iedereen de relatie kent en herkent tussen de financiële injecties vanuit Europa en de nationale Ierse welvaart.
Dat zal niet het geval zijn. Want als Europa één ding heeft dan is het wel slechte PR. De voordelen van Europese samenwerking kunnen maar niet begrijpelijk voor het voetlicht worden gebracht. Dat gegeven op zich roept natuurlijk vragen op. Al was het alleen maar de vraag of die voordelen er dan überhaupt wel zijn. Een tamelijk fundamentele vraag. Dat lijkt me een probleem. Bijkomend probleem is de beeldvorming rond Europa. Tis een beeld dat vooral wordt gedomineerd door repeterende geluiden over corruptie, incompetentie en bureaucratisch gedonder.

Europa vraagt dus om goede verkopers. Europa moet aan de man gebracht worden. Het schijnt dat men zich daar al enige tijd bewust van is. Er is namelijk een commissie die zich daarmee bezig houdt. Vanuit die commissie zijn er werkgroepen samengesteld die met ondersteuning van een begeleidingscommissie voorstellen moeten ontwikkelen. Die voorstellen moeten vervolgens aan de stuurgroep, bestaande uit een vijftal commissieleden, gerapporteerd worden. Deze stuurgroep rapporteert aan de commissie en via hen aan de verantwoordelijk Europees commissaris. Deze moet de voorstellen bestuderen en ze vervolgens in het Europees parlement aan de orde hebben. Wanneer het parlement ze goedkeurt dan worden ze als advies aan de verantwoordelijk ministers van de aangesloten landen voorgelegd. Deze zal ze in de eigen ministerraad en uiteindelijk in het eigen parlement moeten bespreken. Zij besluiten.
Ik denk dat het helemaal goed komt.


5 reacties

Avatar

arta · 16 juni 2008 op 18:40

😆
Je hebt Europa neergezet zoals het is: een lachertje! Vooral de laatste alinea vind ik erg sterk!
Waarschijnlijk heb je deze column geschreven en direct ingestuurd, gezien een aantal (onnodige) slordigheidsfoutjes, maar gelukkig doet dat weinig aan de inhoud af.
🙂

Avatar

pally · 16 juni 2008 op 19:58

goed geschreven,

groet van Pally

Avatar

lisa-marie · 16 juni 2008 op 21:32

[quote]Europa vraagt dus om goede verkopers. Europa moet aan de man gebracht worden.[/quote]
Niet iets voor jou?? 😀
Goed in beeld gebracht en eveneens zo geschreven.

Avatar

KawaSutra · 16 juni 2008 op 22:46

[quote]Ik denk dat het helemaal goed komt.[/quote]
Ik denk het met jou. 😉
Prima column!

Avatar

Neuskleuter · 18 juni 2008 op 11:58

Leuk stuk! Vooral die uitsmijter, die is geweldig.

Maar je hebt zeker wel een punt. De Europese communicatie gaat niet zo best. Toen ik in Slovenië was in het kader van een excursie over de EU, waren de Sloveense studenten daar erg verbaasd dat wij Nederlanders geen idee hebben wat de EU voor ons betekent. We zien alleen geld verdwijnen. Slovenen, als nieuw en vooral ontvangend lid, zijn dolenthousiast over de EU, weten er veel van en zien alle voordelen. En die euro met prijzende stijgen? Ach, die nemen ze nog voor lief.

Geef een antwoord