We maken een ritje met de auto. Alle rode auto´s worden geteld. De blauwe zijn al aan de beurt geweest. “Waar gaan we naartoe? Zijn we er al? Ik kan al zonder kinderzitje. Mag ik nog een snoepje? Kijk daar rijdt een politie. Ik ben gestoken door een mug. Eén. Twee. V… Een, twee, drie. Pappa, ik heb zes bulten. Dat is van een vrouwtjesmug. Die heeft me flink te pakken gehad, zeg! Mannetjesmuggen steken niet, hè pappa. Zijn we er al?” Ga je met Laura boodschappen doen, dan presteert ze het om pratend de deur uit te gaan en een uur later pratend weer binnen te komen. Die mond, die staat geen seconde stil. Alles wordt becommentarieerd, alles wordt benoemd, alles bedolven onder een laagje woorden. Dat heeft ze van jongs af aan. Ik kan mij niet herinneren dat ze heeft moeten leren praten. Bij de verloskundige luisterden wij niet naar een ruisend hart, nee, wij kregen een uitgebreid verslag van haar belevenissen. Ze heeft haar eigen naam gekozen, de geboortekaartjes uitgezocht, een korte maar indrukwekkende speech gehouden op onze bruiloft (wij waren met zijn drietjes; Laura als lichte uitstulping van de buikwand).

Later. Bij het consultatiebureau. Een arts die in de wachtkamer een archiefkast staat te doorzoeken draait zich verbaasd om. “Kijk, die mevrouw maakt een kast open. Het is een dokter, ze heeft ook zo’n kijkding om haar nek, ik heb er ook een, hè pappa. Ze zoekt iets, er zitten allemaal mappen in de kast…” Werkelijk alles wordt door Laura van commentaar voorzien. Dat heeft de arts volgens eigen zeggen nog nóóit meegemaakt. Toen vonden wij het nog leuk dat Laura op die leeftijd al complete verhalen rondstrooide. Toen was het nog bijzonder. Nu vragen wij haar met regelmaat en niet altijd even vriendelijk of ze een tijdje haar kwek kan houden.

We maken dus een ritje met de auto. Rode en blauwe auto’s zijn geteld. Laura kwekt en kwekt. De hoogste tijd om op te treden.
“Laura, kijk nou gewoon uit het raam en hou tien minuten je mond!”
“Ja, pappa.”
Mooi.
“Zijn we er al?”
We zijn amper de wijk uit, rijden net de snelweg op, verlaten die pas een half uur later weer, dan nog een kwartier door de polder en dán en niet eerder dan dán zijn we er pas. Leg dat maar eens uit.

“Laura, voor elke zin die je zegt, ga je vanavond één minuut eerder naar bed. Begrepen?”
Dat lijkt een lichte straf. Eén minuut per keer. Met aftrek van voorarrest.
Vijftien heerlijke seconden is het stil.
Op wat motorgeronk na.

“Je bent lief, pappa.”
“Eén.”
“Maar je bent heel lief. Dat telt toch niet mee?”
“Twee minuten eerder naar bed..”
“Nee, pappa!”
“Drie.”
“Dan vind ik je niet meer lief.”
“Vijf.”
“Vier! Je slaat er eentje over!”
“Zes”.

“Nou hoor. Ik vind dit niet leuk.”
“Zeven.”
Ergens rond de dertig geef ik het op. Er is geen beginnen aan. De straf scheld ik haar kwijt. Zie het als een proefproces.

Een nieuwe dag. Een nieuwe poging. We maken er nu een wedstrijd van. Tijdens de maaltijd wint degene die als laatste iets zegt. Om vals spelen te voorkomen wordt elk geluid als sabotage gezien, behalve hoesten, niezen en hikken. Een aarzelend boertje is dus al voldoende om te verliezen. En meteen is het heerlijk rustig aan tafel. Ik hoor blaadjes ruizen in de wind, vogels zingen hun lied, in de verte een auto die voorbijrijdt, natte kauwgeluiden naast mij, mijn darmen die pruttelen. Dan valt het eerste woord. De stuwdam breekt.

Net als bij antibiotica is Laura binnen de kortste keren immuun voor wat eerst nog een wondermiddel leek. Ik moet op zoek naar een nieuw medicijn. Nu schijnt Hansaplast binnenkort met nieuwe, extra grote, extra sterke spraakvaste pleisters op de markt te komen…


Kees

Zelfstandig schrijver en fotograaf

3 reacties

Godspeed · 19 augustus 2003 op 09:27

Kees,

Ik heb meerdere van die kwebbels thuis, volgens mij is het wel erfelijk, ik heb zelf ook wel eens last van oeverloos lullen, vooral onder het genot van een biertje.

Indien in bezit van een MPV, zet kwebbel op de achterste bank, zet de radio aan en stel de fader in op front, en je hebt er amper last van, tijdens het autorijden dan.

Groetjes,

Godspeed
:pint:

Cor Snijders · 22 augustus 2003 op 15:03

Steengoeie kolom Kees!
Volgens mijn ouders heb ik dat ook wel gehad. Onderweg vrachtwagens tellen, die noemde ik lollies. Vraag me niet waarom. En alle teksten onderweg hardop lezen. Maar gelukkig duurde dat niet zo lang. Ik zie wel perspectief. Een dochter die zo babbelt, die alles ziet, die overal commentaar op heeft… Heb je haar al eens iets zien opschrijven? Of komt dat nog? Misschien moet je nog even wachten.. Maar zeg dan alsjeblieft niets. Als ze het talent van jouw heeft meegekregen, en de babbel gaat over in geschreven tekst… Schrijfster in de dop volgens mij! Dat gaat nog leuk worden bij jullie.
‘Papa: Ik heb een nieuw verhaal. Wil je het lezen?’
‘Tuurlijk.’
‘Het is wel vijfentwintig pagina’s pap.’
!!! ‘Geeft niet.’
‘En ergens aan het eind schrijf ik wel erg slordig.’
‘Hm’
Ik ben nu al nieuwsgierig wat er uit die pen komt!

Groetjes Cor.

Casperio · 29 augustus 2003 op 15:26

Heerlijk geschreven Kees!
Je hebt heel wat te stellen met Laura geloof ik… geniet er maar lekker van. 😉

En inderdaad, zoals Cor al schreef, als ze haar gesproken woorden in de toekomst eens op papier gaat zetten en ze doet dat een beetje zoals jij dat kan… dan heb je er een grote concurrent bij 😛

Geef een antwoord