De vlam is uit. De verwarmingsketel – die zeker niet van het type Hoog Rendement was – stond al geruime tijd op het punt van ploffen. Door haar slechte functioneren bracht ze vaak een onaangenaam kille sfeer in de kamer. De vader des huizes werd herhaaldelijk door zijn nog altijd inhuizige moedertje naar boven gestuurd in de hoop dat hij de ketel weer aan de praat zou krijgen. En tegen alle verwachtingen in – vader had al drie keer eerder een ketel laten ploffen – lukte dat keer op keer weer. Urenlang zat hij dan te zweten voor de ketel met zijn onderlip krampachtig tegen zijn bovenlip gedrukt om zich beter te kunnen concentreren. Herhaaldelijk smakkend met zijn lippen om het overtollige speeksel binnensmonds te houden, bestudeerde hij de ketel aandachtig vanachter zijn ronde brillenglaasjes. Net alsof hij al jarenlang verwarmingsketels repareert. Hij draaide eens aan een knopje hier, drukte eens op een toetsje daar en uiteindelijk begon te temperatuur in de kamer langzaam weer te stijgen. Blij als een klein kind rende vader vervolgens de trap af naar beneden, waar zijn trotse moedertje hem opwachtte. Eerst kreeg hij twee dikke klapzoenen op zijn blozende wangetjes en dan haalde ze met een afkeurend gebaar een kam door zijn haren. Van links naar rechts. ‘Altijd zorgen dat je haar goed zit voordat je de kamer binnenkomt, jongen!’, zei ze streng. ‘Haardracht zegt alles over de persoonlijkheid van een mens, vergeet dat niet! Kam je iedere dag netjes je haar of ben je een beetje dwars en woel je er maar een beetje doorheen met je vettige vingers? Ga je regelmatig naar de kapper of wil je geen structuur in je leven en laat je ze gewoon doorgroeien? Accepteer je jouw eigen kleur of wil je anders overkomen dan je in werkelijkheid bent en laat je ze verven? Wees je er altijd van bewust hoe je overkomt op andere mensen, jongen!’ Vader zou nooit iets durven doen wat zijn moedertje niet goed vindt. Hij wil niets liever dan dat ze altijd trots op hem is. Maar op een dag kreeg vader de ketel niet meer aan de praat. Hoezeer hij ook zijn best deed. Tot diep in de nacht zat hij te zweten. Hij probeerde van alles, maar niets lukte. Toen kwam zijn oudste zoon naar boven. ‘Vader! Ik heb een geweldig idee! Zullen we met de hele familie naar een warm land emigreren? Dan hebben we geen ketel meer nodig! Dat helpt ook veel beter tegen moeders reuma. Ik weet nog wel een nederzetting ergens in het oosten. Onze landgenoten schijnen het daar prima naar hun zin te hebben! Zou het niet geweldig zijn als we daar een nieuwe kolonie kunnen vormen? Die noemen we dan Internationale Nederlanden! En zou het niet helemaal geweldig zijn als ik dan de nieuwe koning zou worden? Stel je eens voor: Maxime en Maxima! Wat zou ons moedertje dan trots zijn!’ Toen dook plotseling de rode puntmuts van de grote, boze boskabouter uit het Haagse bos op in het trapgat. Als een duveltje uit een doosje. Voordat vader en zoon in de gaten kregen wat hij van plan was, gaf hij een welgemikte trap tegen de ketel, waardoor ze plofte. ‘Dat feest gaat mooi niet door!’, riep hij met een gemeen stemmetje. ‘We hebben in Canada al een nieuwe koning en koningin gekroond! Dus het koningsnummer gaat mooi aan jullie pinokkioneuzen voorbij!’ De boskabouter sloeg zich op de knieën van pret en danste met grote sprongen een overwinningsdans rond de ketel. ‘Een nieuwe ketel moet er komen! Een nieuwe ketel moet er komen! ’, schreeuwde hij. Toen toverde hij een rode roos onder zijn muts vandaan en gaf die aan de vader des huizes. ‘Geef die maar aan je moedertje’, riep hij en verdween schaterlachend in het trapgat.

Dus moeten we dit jaar twee keer naar de stembus. Eerst voor het lokale geneuzel en vervolgens voor de landelijke poppenkast. Twee keer kiezen tussen links of rechts. En dat die keuze soms best moeilijk is, hebben we deze week wel kunnen zien. Volgen we ons eigen gevoel, of laten we ons overhalen door een ander? Onze nationale schaatsheld koos in een vlaag van verstandsverbijstering het laatste en werd door zijn leermeester op het verkeerde been gezet. Weg goud. Weg Olympische droom. Niks ‘Svencouver’. Schaatste hij naar eigen zeggen op de vijf kilometer nog de ballen uit zijn broek, aan het einde van de tien kilometer moet hij toch het gevoel hebben gehad alsof iemand de ballen van zijn buik aftrok. Schijnt overigens een populaire sport te zijn onder Duitse homo’s. En nu ik het toch over homo’s heb: terwijl ik dit zit te schrijven hoor ik op het nieuws dat homo’s in Nederland massaal in opstand zijn gekomen tegen de kerk. De katholieke kerk deze keer. Een pastoor in ‘s Hertogenbosch heeft namelijk geweigerd om een hostie te geven aan prins Carnaval. Omdat de jonge prins liever een adamskostuum aantrekt dan een evakostuum. Onbegrijpelijk. Onbegrijpelijk dat een roomse pastoor er ineens moeite mee heeft om iets in de mond van mooie, jonge knaap te duwen. Ik vind dat eerder een positieve ontwikkeling! Maar het moet gezegd: het is een gemene streek van die langjurken. Eerst lokken ze een nog maagdelijke jongeling hun huis binnen met mooie praatjes en als hij dan smachtend om meer voor de pastoor op zijn knieën valt, wordt hij bruut weggestuurd. Voor het zingen de kerk uit graag! En dat alleen maar omdat hij via de achterdeur naar binnen wil. En dat mag niet van sint Jan. Het gewone volk dient door de voordeur naar binnen te komen. Die deur is immers niet voor niets zo breed gemaakt! Alleen de pastoor zelf mag de achterdeur gebruiken.

De homo’s zijn dus boos omdat die lieve jongen geen hostie door zijn strot kreeg geduwd. De één wel en de ander niet op grond van voorkeur voor binnenkomen door de achterdeur, dat is discrimineren. En dat mag niet. Ook niet een klein beetje. Het is net als bij de Olympische spelen: alles of niets. Als topsporter krijg je één keer in de vier jaar de kans om te laten zien wat je waard bent. Het is een medaille of niets. Op het puntje van mijn bank volgde ik tot diep in de nacht de ritmische bewegingen van onze schaatsers: links, rechts, links, rechts! Ik heb ook nog even het bobsleeën gevolgd, maar dat ging me te snel. Ik zou van mijn leven niet in zo’n slee durven stappen. Maar ja, ik ben dan ook geen bopper… Snel weer terug naar het schaatsen dus, waar mijn fantasie af en toe even op hol sloeg. Maar dat kwam door die strakke pakken. Het was duidelijk te zien dat Sven loog, toen hij beweerde dat hij de ballen uit zijn broek had gereden. En bij de dames was liplezen nog nooit zo eenvoudig: links, rechts, links, rechts. Sven rekende op drie keer goud en kreeg ‘maar’ één keer een gouden plak om zijn nek gehangen. En toch heeft hij laten zien dat hij meer dan drie keer goud waard is. Niet het aantal overwinningen die je kunt vieren, maar de manier waarop je tegenslagen verwerkt laat dat zien. En hoe oneindig veel mooier was het niet om de dag na het drama een heel land pijn te voelen lijden. Had Sven goud gepakt op de tien kilometer dan was de meest enthousiaste reactie waarschijnlijk geweest: ‘Zo gaat ie goed, zo gaat ie beter, ook goud op de tien kilometer…’ Maar nu was het anders. We overspoelden elkaars mailboxen met relativerende humor over het wisselen van baan in de hoop de pijn dragelijker te maken. Wat is de overeenkomst tussen Balkenende en Sven Kramer? Ze hebben allebei de verkeerde baan gekozen!

Toch waren we met z’n allen getuige van één van de mooiste sportmomenten uit de geschiedenis. De close-ups van de gezichten van Kemkers en Kramer zijn nu al legendarisch. De enigen die er een nare bijsmaak aan overhouden zijn de sponsors van Sven. Het product Sven is namelijk minder waard met ‘maar’ één gouden medaille. Dus verdienen ze minder aan het product Sven. Het zou mij niet verbazen als binnenkort ook Kemkers en Kramer spijt zullen moeten betuigen aan het gehele Nederlandse volk. Onder dwang van die energieke reus. Live op alle zenders. Op prime time. Aan de schandpaal! Net als die zielige Tiger Woops! En dan herhaalt Sven nog eens de woorden die hij eerder de NBC-camera in spuugde, toen hem na zijn winst op de vijf kilometer werd gevraagd of hij even wilde vertellen wat zijn naam en nationaliteit zijn. ‘Are you stupid? Hell, no! I’m not gonna do that!’ Ik ben fan van Sven!


Antonie

Antonie schrijft columns en korte verhalen. Wanneer de actualiteiten hem daartoe prikkelen of zodra er inspiratie naar boven borrelt in zijn ietwat donkerroze gekleurde brein.

4 reacties

u-queen · 2 maart 2010 op 12:05

Jeetje, voor mij een beetje teveel van het goede eigenlijk 😕 Het is zo lang dat ik op de helft gewoon geen zin meer had om te lezen :oeps:
Gezien de vele verschillende onderwerpen zou ik je aanraden om te proberen van ieder afzonderlijk onderwerp een eigen column te maken. Dat houdt het overzichtelijker en pakkender 😉 Succes

Avalanche · 2 maart 2010 op 13:24

Helemaal met u-queen eens. Er zitten erg grappige stukken in, maar die sneeuwen – door de lengte van het stuk – onder.

Ontwikkeling · 2 maart 2010 op 21:58

Stuk leek leuk, maar bleek lang. Misschien beter in stukjes knippen en dan in verschillende stukken opdelen. Dan komt je onderwerp, of hetgeen je aan de kaak wilde stellen, beter uit de verf.

wamackaij · 5 maart 2010 op 18:15

Bedankt voor de tip! Het is goed om een bevestiging te krijgen over de twijfels die ik zelf ook al had. De volgende stukjes worden weer kort en bondig, zodat je halverweg niet zult afhaken 😉

Geef een antwoord