“Hebt u een legitimatiebewijs en identiteitsbewijs bij de hand?”
In een handomdraai haal ik ze uit mijn portemonnee en geef ze mompelend aan de dame, achter het loket van de bloedafname. Dit jaar lijk ik ze vaker te moeten gebruiken dan mijn bankpas. Chagrijnig word ik ervan. Heel erg chagrijnig. Elke keer wanneer ik denk dat die vervelende Q uit mijn leven verbannen is, zet hij in alle hevigheid weer de kop op. De ene keer met een longontsteking, dan weer met wat ontstoken nierbekkens, maar dit keer is hij origineler. Hij heeft mijn favoriete lichaamsdeel aangetast. Mijn mond. En die wil, tot groot plezier van mijn kinderen, niet meer open.
“Lachj nie omme”, mompel ik steeds, maar elk woord lijkt op een nieuw startsein van hun plezierwedstrijdje. Ik besluit hem maar gewoon helemaal dicht te houden. Mijn grieven uit ik op papier, wat, zo mogelijk, nog meer hilariteit teweegbrengt. Frustrerend.

Ik bel de weekendarts. Altijd als ik iets heb, gebeurt dat in het weekend.
“Met de huisartsenpost.”
“Mhet Arta. Mij mhond hil nie mweer ope.”
“Pardon?”
“Mhijn.. mhond hil nie weer ope.”
“Wil uw mond niet open? Ik hoor u anders goed.” Minutenlang probeer ik de dame van mijn probleem te overtuigen, maar het lijkt alsof zij de hele dag mensen met spraakafwijkingen aan de lijn heeft gehad, waarbij de mijne in het niet valt.
“Neemt u maar een pijnstiller en maak morgen maar snel een afspraak met uw eigen huisarts.” Ik geef het op. Loop wazig naar de keuken, prop een ibu tussen mijn lippen en baal verder, terwijl de linkerhelft van mijn gezicht op zijn gemakje verder opzwelt.

“Moet je eens bij ons binnen naar mijn moeder komen kijken. Ze lijkt op een monster, zó grappig.” Kutkinderen. Gaan ze aan de voordeur ook nog reclame lopen maken voor mijn afschuwelijke uiterlijk en ik kan me niet eens verweren. Snel krabbel ik een scheldwoord op een briefje en gooi het grommend van de trap af. Tien minuten later klinken de hoge kinderlachjes nog bonkend door in mijn hoofd.

Na een dagje huisarts, ziekenhuis en apotheek kom ik de volgende dag, nog steeds in mineurstemming, thuis. Vol vriendelijkheid is mij meegedeeld dat ik wéér een keer mee mag rennen in de ziekenhuis-tredmolen. Ik ben het strontzat.

Bij mijn voordeur loop ik een pleingenote tegen het lijf. Twee jaar geleden is bij haar man kanker geconstateerd. Twee keer is hij genezen verklaard, twee keer is het weer teruggekomen. Een paar weken geleden zag het er weer goed uit.
“Hoe is het met Ron?” vraag ik met mijn, door een stevige spuit, nieuw hervonden stemgeluid.
“Slecht, weer drie nieuwe plekjes op zijn longen gevonden, dus hij zit weer aan de chemo. Ze onderzoeken nu of het is uitgezaaid naar zijn botten, maar… We gaan er gewoon weer voor, zijn ervan overtuigd dat hij weer op gaat knappen.” Geschokt stamel ik standaardonzin, weliswaar recht uit mijn hart, maar toch…
“En hoe is het met jouw Q-koorts, Arta?”
“Goed. Prima. Bijna over, denk ik.” Ineens besef ik geluk te hebben, want tegenover longkanker ben ik nog springlevend.

Ik open mijn voordeur, loop met een rood hoofd de trap op en schaam me…
Diep.

Categorieën: Algemeen

Arta

Zijn. bewonderen, verwonderen, notuleren, opwaarderen; Het zijn zomaar wat steekwoorden, die voor mij onlosmakelijk zijn verbonden aan 'Schrijven'. *Overigens schrijf en reageer ik als arta natuurlijk op persoonlijke titel

14 reacties

LouisP · 12 december 2010 op 09:12

Arta,

ik denk wat standaardonzin maarre..heel veul beterschap Arta..

louis

Prlwytskovsky · 12 december 2010 op 10:22

[quote]Moet je eens bij ons binnen naar mijn moeder komen kijken[/quote]
Wahahaaaaa …… die vind ik leuk.

En toch schrijnend wat je aanhaalt over het advies van je huisartsenpost.
Maar gaat het nu weer een beetje, mevrouw? 😉

SIMBA · 12 december 2010 op 11:23

Mooie titel!
Schamen hoeft niet, je mag gerust balen van je eigen ellende hoor, maar de ellende van anderen relativeert wel lekker 😀

Nimrod1979 · 12 december 2010 op 12:40

Er zit zoveel in dit stukje. Te veel om op te noemen zelfs, maar het geheel leest lekker weg. Van genoten Arta!

pally · 12 december 2010 op 16:20

Effe mopperen, effe kwijt. Toch wat humor en dan met je neus op het feit dat het veel erger kan…
Sterkte! :kus:
Mooie titel,

groet van Pally

Anti · 12 december 2010 op 16:46

Geweldig stuk Arta! Dat van die harteloze kinderen 😆 .
Relativeren trouwens echt een goede eigenschap, maar van monddood zou ik hoe dan ook ontzettend chagrijnig worden.

WritersBlocq · 12 december 2010 op 16:52

Onwijs goede titel en sterke column Arta. Je voelt toch echt alleen je eigen pijn – alles wegrelativeren is soms gewoon geen optie. Zoals Pally zegt ‘effe klagen, en weer door’. Je bent net een mens (ongeacht hoe je eruit ziet 😀 )

Liefs, en gauw beterschap hoop ik, Pauline.

Dees · 12 december 2010 op 16:55

Ik vind niet dat je je hoeft te schamen, niet zo hard zijn voor jezelf. Mooi stukje. Heb het echt met je te doen. En die kids van jou krijgen geen chocoladeletters volgend jaar 😉

sylvia1 · 12 december 2010 op 17:27

Hè bah die Q… De reactie van je kinderen is zooo herkenbaar. Prachtige column Arta.

arta · 12 december 2010 op 17:30

Whaaa, die eerste zin, ik zie het nu pas, die is zó fout! Eén van twee znw moest een ponskaartje zijn. Stom!
En verbannen moet gebannen zij, volgens mij… (Ik stuur nooit gelijk in na schrijven, maar heb dat met deze wel gedaan…:oeps:)

Dank jullie wel voor de reacties.
Tja mijn relatie met Q. begint na acht maanden flink te wringen. Tijd dat ik hem eens genadeloos dump (of mijn ZH-knokploeg er op loslaat)… 😀

lisa-marie · 12 december 2010 op 21:53

Zet Q buiten de deur, of nog beter dump hem in de kliko. 😉

En je hoeft je niet te schamen hoor, zeker niet.

Harrie · 13 december 2010 op 13:31

Grote griebus!
Griep en kanker zijn gruwelzaken.
Zoek naar goede boslucht.

SIMBA · 13 december 2010 op 17:16

@ Harrie: arta zit altijd in den Boschlucht 😀

Avalanche · 14 december 2010 op 08:26

Geen enkele reden om je te schamen, Arta. Andermans narigheid zet je eigen ellende dan wel in een ander perspectief, maar het blijft ellendig. Beterschap en een pluim voor deze rake en tegelijkertijd grappige column.

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder