Ik zie de paniek in je ogen.
De angst, omdat je bang bent dat je niet tegen mij mag zeggen wat je wilt.
Maar ik ben je papa, je kunt me vertrouwen. Zeg maar wat je wilt zeggen.
Ik ben bij je, er kan je niets gebeuren, zeg het maar:

‘Wat? Kussen mama en Stefan elkaar?
Houdt mama niet meer van mij?’
‘Heeft ze jou dat verteld’?
Mama had dat eerst met mij moeten bespreken, over hoe ze het jou moet vertellen.
Misschien dat je daarom niets mag zeggen.

Het is goed dat je dit zegt, mijn kind. Jij mag zeggen wat je wilt zeggen.
Je hoeft geen geheimen te hebben of in paniek te raken. En zeker niet voor mij.
Wat omhoog gaat komt vanzelf weer naar beneden.
Ik snap dat je in een spagaat zit, het is maar tijdelijk, het komt allemaal goed.
Maar weet dat je mij altijd mag vertellen

Morgen voel je je opgelucht. Ik ben echt niet boos en al helemaal niet op jou.
Ook al voel je je nu misschien alsof je doodgaat. Alsof je een knoop in je maag hebt omdat er tegen je wordt gezegd dat je niets tegen mij mag zeggen.
Als je wilt blijf ik bij je, totdat je je weer vertrouwd voelt.

Wat zeg je? Of mama spijt heeft?
Ik denk het niet, ze heeft dit al vaker gedaan.
Het valt niet meer terug te draaien. Levens kapot maken, heeft ze al vaker gedaan, mijn schat. Ik leg je daar later alles over uit, als je op een leeftijd bent dat je het aan kunt.

Zodra het voelt alsof de muren instorten en er geen ontkomen meer aan is, dan zul je moeten vechten, net als ik doe voor jullie en dan zal je overwinnen.

Morgen als je wakker wordt kan het er heel anders uitzien.
Ik doe mijn best met alles wat ik heb om wel te luisteren naar wat je zegt.
Ik hoor je zo vaak zeggen dat je bij me wil logeren. En ik blijf daar voor gaan, totdat mijn adem stopt.

Morgen… Ik hoop tot morgen.

Categorieën: Algemeen

0 reacties

Geef een reactie