Ademen wordt steeds lastiger voor mij.
Alles word bij mij neergelegd.
Steeds meer eisen krijg ik waar ik aan moet gaan voldoen.
Ik wil gewoon weten wanneer er wordt geluisterd naar jou.
Maar zij willen weten of ik nog wel mezelf ben.

En weet je, ik heb echt wel geleerd van mijn fouten die gemaakt zijn.
Ik sta nog overeind, mijn hart is moeilijk te breken.
Voor jou ga ik maar door, totdat we beide tevreden zijn.
Ik ben niet degene die een rol speelt, ik kan niet acteren.

Naast me staat een zuster in zo’n witte jas.
‘Adem in, Adem uit’ hoor ik haar nog zeggen.
Ze legt een koude doek op mijn voorhoofd.
Meneer, ik geef u één tip:
Hijs de vlag en zorg dat u op koers ligt naar de eindstreep.

Het voelt voor mij alsof ik naar het einde van de wereld koers moet zetten.
Wat moet ik doen?
Wat kan ik doen?
Om je te laten weten dat je in mijn gedachte bent, iedere dag.
Ik probeer te rechtvaardigen waarom ik hier ben?
Wat is er gebeurd? Waarom staan de witte jassen naast mij?

Ik voel een prik in mijn arm.
Mijn ogen zijn dicht, ik zie alleen maar het witte licht om mij heen.
Langzaam gaat mijn adem nog, steeds trager en trager.
Het afscheid nadert, maar niet het afscheid van jou.
Jij bent er niet bij, je weet niet dat ik hier lig, omringt door wit licht.

Een briefje ligt op de keukentafel, dat zegt hoeveel ik van je hou.

Dan gaat de wekker! Bezweet, angstig en met een bonzend hart zit ik rechtop in mijn bed.
Ik ben er nog, ik kan nog vechten voor jou en dat ga ik doen. Het was maar een droom.

Het is voor mij onaanvaardbaar om op te geven.

Categorieën: Actualiteiten

0 reacties

Geef een reactie