Wanneer in het zakenleven of in arbeidsverhoudingen de ene partij de andere partij een bedrag betaalt voor een bepaalde leverantie of dienst, staat duidelijk omschreven wat in ruil voor die geldsom wordt verwacht. Zoveel kilo beton. Zoveel paar schoenen. Zoveel uur schoonmaakwerk. Twee kroketten. Een afdoende reparatie van de auto. Kortom: de tegenprestatie voor het geld is meetbaar, is duidelijk. Logisch.
Dat zou je binnen de overheid dus ook verwachten. Maar nee hoor. 22 provinciesteden krijgen samen 7 miljoen euro om de criminaliteit en schooluitval bij Marokkaanse jongeren aan te pakken. Want de overlast van Marokkaanse jongeren verplaatst zich van de grootste steden naar provinciestadjes, waar het gemeentebestuur de kennis en vaardigheden mist om effectief tegen die overlast op te treden. Gouda. Zeist. Veenendaal. Toen dat geld beschikbaar werd gesteld, werden duidelijke percentages genoemd. Maar die percentages zijn bij 14 van die 22 provinciesteden van tafel. Want die 14 gemeenten wilden geen harde doelstellingen formuleren. Ze gaan niet verder dan een streven naar een relatieve afname, of zoiets vaags. En waarnemend Minister van Achterstandwijken Eimert van Middelkoop heeft die flauwekul nog geslikt ook. Daarmee is de voorbeeldfunctie van de overheid wat mij betreft definitief naar z’n grootje. We delen een smak geld uit, en de ontvanger, ach, die doet maar wat.

Hoewel? Voorbeeldfunctie naar z’n grootje? Misschien juist niet. De nieuwe overheid als nieuw voorbeeld voor onze samenleving. Den Haag als richtsnoer. Ik zie grote maatschappelijke veranderingen. Een werknemer met een fulltime salaris is geen 36 uur per week meer op de zaak. Nee hoor, de werknemer streeft er slechts naar, om zo nu en dan op zijn werkplek aanwezig te zijn. Een literpak yoghurt bevat iets tussen een halve liter en drie kwart liter yoghurt. Bij de bouwmarkt heeft een meter koperen pijp een lengte die kan variëren tussen 50 centimeter en 2 meter. En de naleving van de snelheidsbeperking op de autowegen wordt vrijblijvend, zolang je snelheid maar ligt tussen de 70 en 180 kilometer per uur. Want als de overheid het recht heeft om van uw en mijn belastinggeld maar wat aan te rotzooien zonder dat aan serieuze verplichtingen wordt voldaan, dan kan de overheid zulks ook niet van zijn burgers verlangen, en dan kunnen burgers onderling dat ook niet meer.

Voor mij ook lekker makkelijk dan. Tot vandaag telde een column altijd dik 800 woorden. Maar vandaag ben ik lekker snel klaar… Want een column van zo’n 400 woorden kan prima doorgaan voor een streven naar het onverplicht, globaal aantal van ongeveer 800. Met dank aan Eimert van Middelkoop.


4 reacties

Mien · 20 juli 2010 op 07:39

Leest in ieder geval een stuk prettiger met deze streng doorgevoerde bezuiniging aan woorden. :hammer:
De vraag blijft, is dit nu ingegeven door de overheid of regelgeving van een andere instantie (Schrijfclub Lierisch, ColumnX, Bond van weinig woorden, etc…)?

Mien (van buiten de gordel, maar boven de broekriem)

Schorpioen · 20 juli 2010 op 09:42

Ik streef er naar om deze column een relatief positieve recentie te geven, globaal ergens tussen wel aardig en heel goed.
Kijk maar even.

pally · 20 juli 2010 op 10:40

Ik vind deze column goed, duidelijk en strait.
Of ja, ( niet origineel) iets tussen deze kwalificaties in. 😉

groet van Pally

Anti · 20 juli 2010 op 23:17

L, de overheid heeft 1 ding in elk geval erg goed voor elkaar gekregen: deze column :hammer:
Goeie column en de beperking van woorden werkt erg in z’n voordeel.

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder