Wat voorafging: https://www.columnx.nl/solfege/

… ‘Je moet nog spuiten.’ Zegt Riek tegen het plafond. Maar Theo hoort haar niet. Daarvoor is hij te druk bezig met het inpluggen van zijn föhn.
Riek negeert het negeren en loopt zoals gewoonlijk na zijn nasischijf naar de koelkast om Theo’s insuline te pakken. Aan de boog in haar stokbroodfiguur maak ik op dat ze er afgelopen maand een mankementje bij heeft gekregen. Wat een tegenstelling tot vroeger. Toen ik haar leerde kennen was ze een charmante vrouw. Tegen het aantrekkelijke aan. Nu, een kleine 23 jaar later, hangen al haar charmes aan de wilgen. Terwijl ze met haar rug naar mij toe voorover de koelkast in bukt om Theo’s spuit te pakken, gooit ze de hele santenkraam bloot. Vanaf de trui over haar legging heen, hangt onder haar bips nog een bips. Snel richt ik mijn blik op Theo die zijn föhn controleert op toonsoort. Volgens mij weet de flikker die al, maar oogt het interessant.

Kijkend naar zijn stemapparaat zegt hij zelfgenoegzaam; ‘Yep, nog steeds een C… Hoor je ‘m? En deze, Pier?’ Vraagt hij nadat hij zijn tandenborstel heeft aangezet. Na even luisteren antwoord ik; ‘Een F.’
‘En de tondeuse?…’
‘Een G.’
‘Precies. Een C, F en een G. En wat kunnen we daarvan maken?’
‘Een blues’, antwoord ik verveeld.
‘Juist. En wat missen we dan nog?’
‘Een zeven… Maar waar wil je heen?’
‘Heen? Heen? Ik neem je aan de hand mee terug naar de basis en jij vraagt waar ik heen wil?! Solfège, man! De tonica in de dominant! Fonemisch bewustzijn! Wat is die zuivere toon minder waard dan dat ene juiste woord, schrijvertje?!’

‘Hoor?!’ Vervolgt hij, terwijl hij zijn föhn nog eens aanzet. ‘Mooi, hè?!’
‘Eerlijk gezegd Theo, zie ik mijzelf niet met een föhn op het podium staan!’ Roep ik over de herrie heen.
Nurks plugt Theo zijn electroprul uit en rijdt daarmee de woonkamer uit. Op de gang hoor ik hem weer hardop dat kale kantje op de hoeklat hekelen. Zijn draaihoek is te groot. Ook bij de badkamerdeur zit een stuk stukkie stuc door zijn draaicirkel. Eenmaal in de badkamer roept hij; ‘Oh, Pier, het enige apparaat hier dat wel in mineur staat ligt in Rieks’ nachtkastje. Als je dat aanzet dan ga je spontaan janken. Dat jammerende gehoon. Man, man…’
Met een schuin oog kijk ik naar Riek die slechts meewarig nee-schudt.

Even zwijg ik met haar mee en bedenk mij dat ik Theo nou al zo lang ken en nog steeds niet exact weet waarom hij een been mist. Iedere keer dat ik hem daar naar vroeg, zei hij; ‘Dat komt door Riek!’ Meer wilde hij er niet over kwijt.
Terwijl Theo op zijn terugweg de gang vol scheldt, vraag ik Riek fluisterend wat er nou met zijn been gebeurd is.

‘Zijn wat!?’ Antwoordt ze.
‘Zijn linkerbeen. Waar die gebleven is.’
‘Die is er af.’
‘Ja, dat kan ik ook wel zien, maar wat is er gebeurd?’

Riek mimet met haar hand een drinkende beweging.
‘Suiker…’ Fluistert ze, zichtbaar niet wetend waarom ze fluistert.
‘Dat en rukken!’ Vervolgt ze, waarna ze in de lach schiet die vloeiend overloopt in een sonore rookrochel. Even spoel ik terug om te herhalen of ik dat laatste wel goed verstaan had. Dat Theo diabeet is wist ik, maar rukken?

In de spiegel zie ik Theo’s onderbeen op de gang stilstaan. Hij draagt de overtolligheid van zijn broek op de wreef van zijn schoen. De buitenkant deert hem niet. In tegenstelling tot zijn idioom dat hem verder isoleert van Riek. Theo is van het laatste woord en Riek is van hem daarna alsnog willen neermaaien.
Hij rolt zich niet verder en heeft ongetwijfeld gehoord waar we het over hadden. Om niet weer in zo’n kansloze discussie te verzanden vraag ik als afleiding hardop of zij en Theo een voordracht van mij willen bijwonen.
‘Een voordracht? En waar is die dan?’ Vraagt Theo, terwijl hij weer in beweging komt.
‘In Delft.’
‘En hoe denk je dat ik daar kom?’ Zegt Theo, zichzelf de kamer induwend.
‘Riek kan je daar toch heen rijden?’
‘Riek?! Heb je haar wel eens goed bekeken, Pier. Die rijdt op de eerste rotonde die we tegenkomen een hele tank leeg! En nog even over mijn been… Luister, Pier, het zit zo… Mijn vrouw begrijpt mij niet.’
‘Ik ben je vrouw niet!’ Interrumpeert Riek fel. ‘Ik ben je zus!’
‘Op een ochtend werd ik wakker…!’ Houdt Theo vol.
‘Nee, niet weer dat lulverhaal dat je mij vroeg waar je been was gebleven.’
‘Mijn God, zie nou toch eens ergens de humor van in, Riek!’
‘Vraag het mij dan niet, lamlul!’
‘Jezus trut, ik vraag je niks! En haal eens bier, want we staan droog.’ Probeert Theo nog, waarop Riek haar hoofd naar achter kantelt …

 

 

Categorieën: VC-Pierken

7 reacties

troubadour · 1 november 2015 op 05:14

Heerlijk gooi en smijtwerk. En dan mag het overal over gaan.

Esther Suzanna · 1 november 2015 op 14:10

Gelukkig plaatste je Aflevering 1.

Á la Jambers, ongelofelijke naaktheid van een koppel in verval. Ook wel weer ‘schoon’.

Wél 2x gelezen, de staccato schrijfwijze moet soms even bezinken bij mij..

Mooi.

arta · 2 november 2015 op 10:24

Deze wervelende schrijfstijl is zó grappig om te lezen!

Mooie VC, Pierken!

trawant · 2 november 2015 op 11:26

Een waardig vervolg. Waar haal je zo’n vriendenkring vandaan.
De opgewekte, levensblije instelling van dit koppel daar kan menigeen
een voorbeeld aan nemen. Ook de respectvolle interactie tussen de twee is een lust voor het oog.
Ik kan me bij het smaakvolle interieur ook het een en ander voorstellen. Op naar deel 3!

Meralixe · 2 november 2015 op 17:00

Is dit (deels) autobiografisch of zet je hier een aantal nieuwe typetjes bij elkaar die totaal door uw eigen hersentjes bij elkaar gesprokkeld zijn? Als het dat laatste is dan heb ik diepe diepe bewondering voor een gave die er maar aan weinigen gegeven is.

Pierken · 3 november 2015 op 16:55

Bedankt voor de positieve feedback! Het is inderdaad wat veel info, Esther Suzanna. Tof om te lezen dat je het mooi vind. En herkenbaar dat je soms iets twee keer moet lezen om het te laten indalen. @trawant: Tsja, met wie stond jij met je gulp open op de foto ;-)? Jouw bis voor deel 3 is opgeslagen. En Meralixe, wie is Riek anders dan het meisje met de onderbroek die jij het water inschreef? Schrijven is vormgeven aan onze parallelle wereld(en), togg?

Geef een reactie