Soms open ik de kinderkamerdeur van mijn twee zonneschijntjes, en dan krijg ik bijkans een hartverzakking. Het liefst sla ik de deur dan weer zo snel mogelijk dicht. Het is te erg; dit wil ik niet zien. Vooral niet tijdens een kinderkransje. Ook niet als het er sereen en beheerst lijkt te zijn, want dat is doorgaans een nog slechter teken. Het valt me nog mee dat ik de deur überhaupt in beweging krijg. Ooit begon het met een knuffellapje en een muzikale trekpop, hè. En nu, vele jaren, tientallen onstuimige verjaardags- en dito sinterklaasfeestjes/bezoekjes van opoes en tantes verder, hebben de kinderkamers iets meer weg van een compleet geplunderde Intertoys. Kalm blijven moet ik, ik moet kalm blijven en diep ademhalen. ‘Gaan we dit wel even opruimen?’, gebied ik met honingzoete stem, mijn hoge bloeddruk onderdrukkend. Geen reactie. Mijn zonneschijntjes spelen onvermoeibaar door, mama bestaat gewoon even niet. Dan maar de wat strengere tactiek inzetten. ‘Hallo? Praat ik soms Engels?’ Ik probeer me te transporteren tussen het samengeklonterde speelgoed, met een paar binnensmonds fulminerende woorden, onderwijl mezelf afvragend welke vloerbedekking er ook alweer onder zat. De ongeregeldheid die ik in het oog krijg, is voor mijn zonneschijntjes blijkbaar de gezelligheid ten top. Zoals ik nu niet zou weten waar in godsnaam te beginnen, weten zij vermoedelijk precies onder welke prinsessenjurk hun lievelingspop ligt en waar ze hun voeten maar beter niet kunnen parkeren, teneinde te verhinderen dat baby Annabell wordt vertrapt.

‘Maar dit is mijn kamer dus ik mag zelf weten hoe het eruitziet,’ piept zonneschijn nummer één. ‘Maar ik ben zo moe,’ zegt zonneschijn nummer twee meelijwekkend.
‘Zal ík het anders maar opruimen?’, antwoord ik grimmig en ik dreig met de afvalemmer. Maar natuurlijk weet ik wel dat ik de destijds voor veel geld aangeschafte Playmobil niet zomaar weggooi. En dat weten mijn zonneschijntjes uiteraard ook. Mijn moeder riep altijd: ‘Wie er als eerste klaar is met opruimen krijgt een snoepje!’ Zou dat beter werken? Het verzet dat op hun gezichten te lezen staat, doet de situatie in ieder geval nu geen goed. Dit pak ik totaal verkeerd aan, dat is duidelijk. Hoe zat het ook alweer met de supernanny? Ik haal nog een keer heel diep adem en begin tot tien te tellen. ‘Goed, als jij nu de blokken in de doos doet, dan doe ik de autootjes in de bak. En ruim jij dan de Lego even op? Dan doen we het voor deze keer samen,’ stel ik voor. Thank God het werkt. Niet veel later zien de kamers er weer smetteloos uit en zijn mijn zonneschijntjes niet alleen trots, maar ook blij. Er is weer genoeg ruimte om er de volgende dag opnieuw een heerlijke gezelligheid van te maken.
😉

Categorieën: Algemeen

4 reacties

Dees · 22 oktober 2008 op 09:13

Ahhh, de daginvulling van moeder en de zonneschijnen van kinderen. Het staat vreselijk ver van me af (liever lees ik arta’s variant van de kinderen, waarin heerlijke gezelligheid niet expliciet beschreven wordt, maar er door alle ellende toch nog een beetje doorheen komt). Tip: weg met de emoticons in stukjes, ze horen er niet in thuis. En misschien een beetje meer ‘show, don’t tell’.

pally · 22 oktober 2008 op 09:14

Grappig geschreven leven van alledag met de Himalaya aan speelgoed die er bij hoort, tegenwoordig.
Alleen het einde viel me wel een beetje tegen.

Groet van Pally

Mien · 22 oktober 2008 op 12:00

Opruimen is snel geleerd.

Op naar fase 2 en 3 in het educatief leerproces:

Uitruimen en afruimen?

Mien Ruimt Op

Fem · 23 oktober 2008 op 07:59

mijn dochter mag sinds vorig jaar haar eigen, afgedankte speelgoed op de vrijmarkt verkopen tijdens koninginnedag. Haar handelsgeest (ongetwijfeld een erfenis van haar vader) draait sindsdien overuren en vanaf haar verjaardag in mei staan de dozen voor verkoop al netjes opgestapeld in haar kamer:-D

Geef een antwoord