Ik voel me net Sherlock Holmes, zoals ik de laatste dagen door mijn huis heen sluip. Oplettend en onderzoekend. Links kijkend, blik omhoog over de muur heen tot aan het plafond en weer terug tot op de vloer. Check. Niets aan de hand. Het ritueel herhaalt zich, maar dan naar rechts. Ook daar is de kust veilig. Mooi zo, dan kan ik mijn weg rustig vervolgen. Ik haal opgelucht adem. Kasten, schilderijen en bergruimtes, overal loert het gevaar. Elke ontmoeting met een grote, dikke spin is ongewild en laat zijn sporen achter, hoe gek het ook mag klinken. Een gevoel van onveiligheid overvalt me en blijft nog dagen om me heenhangen. Wie tijdens de onverwachte ontmoeting het meeste schrikt heeft – de spin of ik- is iets waar ik graag nog eens een boompje over opzet. Ik ben er namelijk van overtuigd dat ik het ben. Ook al ben ik duizenden malen groter dan dat monster.

Deze staat van alertheid heb ik niet het hele jaar door, gelukkig, want het is absoluut niet relaxed! Het begint altijd pas nadat ik mijn eerste echte confrontatie weer met een spin heb gehad. Onverwacht. Schokkend. Altijd op een moment dat ik er niet op berekend ben. Na de ontmoeting met het monster uit mijn nachtmerries, verandert mijn leven ingrijpend. Van het een op het andere moment ben ik niet meer mijn eigen onbevangen zelf. Ik ben achterdochtig, zie in gedachten overal spinnen. Het maakt mijn leven er niet leuker op. De angst regeert.

Het is een gezellig feestje. Lachend begeef ik me naar het toilet, alwaar ik me met mijn broek op mijn knieën, op de bril plaatsneem. Ik bemerk dat de rol toiletpapier op is, dus achteloos reik ik naar achteren, om een nieuwe toiletrol te pakken. In gedachten nog bij het leuke gesprek van net, mijn gezicht nog nagloeiend van het lachen. Ineens slaat mijn hart een slag over. Duister, zwart en roerloos zat hij daar. Dreigend, bewegingloos. Kippenvel over mijn hele lijf. Paniek neemt bezit van me. Vechten of vluchten is geen bewuste keuze. Vluchten is instinctmatig wat ik doe op dat moment. Struikelend over mijn broek, die natuurlijk in de weg zit, ruk ik de deur open. Weg van deze plek des onheil!

Ik heb het misselijkmakende idee-fixe dat de spin achter me aan komt, er een duister genoegen in scheppend om mij de stuipen op het lijf te jagen. Met de keukendeur in mijn hand en mijn hart in mijn keel, realiseer ik me plotseling dat ik nog halfnaakt ben. Ik weet niet hoe vlug ik mijn kleding moet fatsoeneren voor ik me opnieuw, veilig, in de menigte kan begeven. Ik werp een blik achterom en zie dat het zwarte monster er nog steeds zit. Adrenaline jaagt door mijn lijf. Ik struikel over mijn woorden wanneer ik aan de rest van de gasten uit probeer te leggen wat ik net gezien heb. Mijn lichaam trilt inwendig. De redding is nabij in de vorm van mijn moeder. Heldhaftig verwijdert ze de spin, met de woorden; “Zo’n grote zie je maar zelden…”

Vanaf dat moment ben ik me er dus weer pijnlijk van bewust: het is weer spinnentijd.

Categorieën: Algemeen

14 reacties

BrokenHalo · 30 september 2006 op 20:05

[quote]Met de keukendeur in mijn hand en mijn hart in mijn keel, realiseer ik me plotseling dat ik nog halfnaakt ben.[/quote]

:laugh: :laugh: :laugh:

Ik zag je daar gewoon staan!
Heerlijk weggelezen, trouwens…

Anne · 30 september 2006 op 20:06

Leuk hoe je over huis-tuin en keuken-angstjes zo lekker griezelend kunt schrijven!

KawaSutra · 30 september 2006 op 20:15

Alles heeft te maken met conditionering. Ik heb jaren geleden een grote opgezette vogelspin boven het toilet geplaatst. Dat heeft meerdere voordelen. Ten eerste wordt er niet meer naast het toilet geplast, de mannelijke ogen zijn precies op de juiste plek gericht. Ten tweede duren de bezoeken nooit langer dan echt nodig is. Ten derde valt elke andere huisspin daarbij in het niet, dus geen radeloze vrouwelijke huisbewoners meer die halfnaakt de woonkamer invluchten. 😀

Leuke column!

WritersBlocq · 1 oktober 2006 op 00:00

De quote was al gequote, ik zie het ook helemaal gebeuren, jouw spinnenritueel.
Als ik een spin in huis heb dan zet ik er een glas op – omgekeerd – en schuif er een papiertje onderdoor, dan loop ik met ietsje angst en beven naar buiten en laat hem vrij. Doodmaken kan ik niet, maar beetpakken, brrr…

Prlwytskovsky · 1 oktober 2006 op 01:29

Heb je nog geluk dat je poes er niet mee ging spelen. 😛

Dees · 1 oktober 2006 op 09:46

Leuk geschreven!

Li · 1 oktober 2006 op 11:25

Een mens schijnt per jaar ongemerkt een aantal spinnen te verorberen, las ik ergens. Spinnen willen in de nachtelijke uren nog wel eens in warme vochtige open monden kruipen.
Prachtig vind ik die grote vette kruisspinnnen. Ik voel me zelfs schuldig wanneer ik, als het niet anders kan, hun web moet stukmaken.

Li

pally · 1 oktober 2006 op 11:51

Leuke column ,goed invoelbaar, ook als niet spinnenvrezer.
Ik hou van columns als deze, die gaan over dichtbije dingen. 🙂

klapdoos · 1 oktober 2006 op 12:24

Heerlijk herkenbaar, vooral voor hen die ook bang voor spinnen zijn (ik dus bijvoorbeeld)
Zag het ook helemaal voor me..
😀 😀

arta · 1 oktober 2006 op 15:13

Mooi beschreven!!
Vind het zelf ook reuze griezels, dus kreeg plaatsvervangend kippevel…

pepe · 1 oktober 2006 op 21:06

Grappig dat mensen zo verschillend kunnen zijn. Ik kan uren kijken naar hoe spinnen hun web maken en zolang het geen vogelspin betreft pak ik ze op en breng ze buiten.

Li, het klopt men schijnt gemiddeld 3 spinnen per jaar binnen te krijgen zonder dat men het door heeft, dus in slapende toestand.
Ik hoop dat all spinnenvrezer nu nog wel lekker slapen;-)

DreamOn · 1 oktober 2006 op 21:49

Ik zie je rondsluipen…moest ook lachen om het toiletverhaal op het feestje!
Ik ben blij dat ik die angst niet deel, aangezien mijn leerlingen ook regelmatig met spinnen, slakken, pissebedden enz. aan komen zetten, die ik dan mag bewonderen… 🙂

champagne · 1 oktober 2006 op 22:33

Ik zag laatst ergens een afbeelding van een spinnenvanger, dat lijkt me geweldig, zo’n apparaat! Ik vind ze namelijk echt vreselijk die grote, dikke huispinnen. Alle anderen (die hier in Nl voorkomen) laten me koud.

Wat betreft dat eten van spinnen: ze tellen ook de spinnen mee die (fijngemalen) in chocolade bv voorkomen. Dan kom ik vast al gauw aan drie per jaar 😉

KingArthur · 2 oktober 2006 op 14:31

I was getting dressed late one night,
along came a spider and I got afraid.
Ooo, I couldn’t squash it flat,
no matter how I tried.
And when it looked me in the eyes,
I ran away to hide.

Slechts een deel van een lyric van een nummer van the Toy dolls (funpuck muziek, kan me de titel niet herinneren). Moest hier gelijk aan denken.

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder