Ik droom nooit. Misschien is dat wel de reden dat ik overdag bovengemiddeld dromerig ben, wie zal het zeggen. Feit is, ik droom nooit. Best saai, maar op de een of andere manier heb ik er wel vrede mee. Ik had vroeger namelijk het talent om precies de verkeerde dingen te dromen. Remember Femke? De shetlandpony die eigenhoevig mijn kinderbijslag tot een illusie verwerkte? Ik heb minimaal veertien keer over haar gedroomd, geen grapje. Een dagje bankhangen was ook een veelvoorkomende droom, maar nooit kwam er een spectaculaire voorbij. Sterker nog, veel dromen waren vermoeiend en saai. Zo had ik een keer een te laag ov-chipkaart saldo in mijn droom en moest ik naar huis lopen. Ik wil vannacht eindelijk eens een droom waarin iets leuks gebeurd. Maar hoe?

Ik had ooit eens gelezen dat het laatste waar je aan dacht voordat je insliep een grote invloed had op je dromen. Het feit dat ik niet droomde kon dus ook gewoon veroorzaakt zijn door mijn lage hersenactiviteit. Vanavond dan maar eens proberen ergens heel hard aan te denken. Wat je allemaal wel niet moet doen om een keer leuk te dromen. Even denken.. Wat wilde ik altijd al doen? Ofcourse, tijdreizen. Ik herinner me een artikel dat ik laatst zag over reizen in de tijd. Als ik dat nu ga lezen vlak voordat ik in slaap val, kan het niet misgaan. In de eerste alinea wordt mij al duidelijk gemaakt dat tijdreizen tot nu toe onmogelijk is. Balen.. Maar aangezien de meeste dromen toch bedrog zijn besluit ik het artikel uit te lezen en ik sluit mijn ogen.

Ehm.. Dit is geen tijdreismachine? Waar the fuck ben ik? Een vrouw, gehuld in een gewaad welke nog het beste omschreven kan worden als de zak van sinterklaas maar dan bruin(eigenlijk lijkt het dus meer op de zak van zwarte Piet), komt argwanend op mij af lopen. “Etranger, que faites-vous ici?” schreeuwt ze niet zo vriendelijk. Ook dat nog, ik ben in Frankrijk. Van uitgerekend alle landen waar ik terecht kon komen in mijn droom, was het Frankrijk geworden. Het enige woord Frans wat ik vloeiend uit kon spreken is ‘la piscine’. De sinterklaaszak-mevrouw ziet er echter niet uit alsof ze mij vriendelijk naar het zwembad wil begeleiden. Ik besluit het op een lopen te zetten, weg van de enge Franse vrouw. Oja, vergeten. In dromen ren je altijd vier keer zo sloom als normaal. De sinterklaaszak-mevrouw, met bescheiden beentjes die tot net boven mijn knieën reiken, kan mij zodoende bijhouden. Zij lijkt geen last te hebben van het ik-loop-langzaam-in-mijn-droom-syndroom. Matchfixing, zelfs hier.

Na een kilometertje of dertien ben ik de gekke vrouw kwijt. Ik loop door gekke Franse bosjes voordat ik op een heuvel kom. Wat ik vanaf de heuvel zie is onbeschrijfelijk mooi. Dit ga ik dus ook maar niet proberen. Ik loop de heuvel af en kom in een soort kampement terecht. Op een bordje staat een hele rits tekst, maar ik herken maar een paar woorden: ‘Nancy’, ‘fille’, ‘Margaretha’ en ‘Rene van Anjou’. Mijn dromerige gedachten zijn opeens heel helder. Mijn vijf maandjes geschiedenis komen toch nog van pas, ik ben op het toernooi ter ere van het huwelijk van Margaretha, de dochter van Rene, en ik ben in Nancy. Als ik het goed heb is dit toernooi rond 1500 gehouden, waardoor ik opeens snap waarom mijn wifi het niet deed.

Opeens schiet het me te binnen. Dit was geen normale droom, dit was mijn kans om de moderne ridder uit te hangen. En niet alleen dat, ik kon hier ook nog eens een vrouw winnen. Wat een leventje in 1500. Ik ga zitten aan een ronde tafel en dacht na over wat te doen. Ik moet een paard hebben, een harnas, en een zwaard. Eerst maar eens uitrusting zoeken, anders word ik niet serieus genomen. Dit blijkt moeilijker dan gedacht: na een uur of drie rondlopen in het kamp kom ik tot de conclusie dat ‘bonjour’, ‘la piscine’ en ‘voulez-vous coucher avec moi?’ mij niet aan een harnas gaan helpen. Dan maar zonder harnas, het is toch een droom.

Het paard regelen bleek een stuk soepeler te gaan. Als ik sta te pissen in een soort 16e eeuwse dixi-toilet, laat de ridder naast mij wat munten vallen. Omdat hij ze niet meer zo soepel kan oprapen, laat hij ze liggen. Ik pak de munten op en loop naar buiten. De ridder heeft plaatsgenomen aan de tafel, dus ik besluit naar de paardenwinkel te lopen. Als ik mijn munten op de toonbank leg en naar het mooiste paard wijs begint de eigenaar te lachen. Hij wenkt me en neemt me mee naar een schuurtje achterin het gebouw. Als hij de deur opent zie ik haar staan: Femke. Dit kan geen toeval zijn: ik koop Femke van de man en haast mij naar het wedstrijdveld.

Terwijl Femke en ik klaar staan worden de deelnemers voorgesteld. Ik heb nog niet heel veel indruk gemaakt, want ik wordt bekend gemaakt als ‘l’étranger’. Mijn tegenstander, genaamd Jean-Claude van Damme, krijgt een oorverdovend applaus. De trompet schalt en Jean-Claude komt met een noodvaart op mij en Femke af, ik sluit mijn ogen en voel een klap. Klaarwakker, naast mijn bed. Het is 1:14, negen Juli, in 2013. Ik was eventjes tijdloos.

Categorieën: Algemeen

6 reacties

LouisP · 14 juli 2013 op 12:53

Het paard regelen bleek een stuk soepeler te gaan. Als ik sta te pissen in een soort 16e eeuwse dixi-toilet, laat de ridder naast mij wat munten vallen. Omdat hij ze niet meer zo soepel kan oprapen, laat hij ze liggen.

Ik vind het een leuke colomn Japie

Harrie · 14 juli 2013 op 15:45

Leuke column. Ik droomde over Floris tijdens het lezen.

Pierken · 14 juli 2013 op 16:06

In deze column blijf ik benieuwd naar de volgende regel. Je hebt een gevat gevoel voor humor en die weet je ook goed te vertalen. Het is nergens Jappie en Adriaan-niveau.

Ondanks langer dan gemiddeld boeide dit verhaal mij van begin tot einde, omdat je goed de lijn vast hebt kunnen houden. Een geloofwaardig lulverhaal :yes:

Libelle · 14 juli 2013 op 18:29

Leuke column, ik droom altijd dat ik in mijn blote kont sta met een hemd dat zo kort is dat ik voorover moet bukken om mijn meug te bedekken.

Ferrara · 14 juli 2013 op 22:02

Ik heb me destijds rot gelachen om Monty Python op zoek naar de Heilige Graal.(1975)
Daar moest ik al lezend weer even aan denken.

Sagita · 15 juli 2013 op 10:45

Uiteindelijk wordt het een leuk verhaal. Het begin is erg stroef. “Ik droom nooit”
“Ik heb minimaal 14 keer over Femke gedroomd” Uiteindelijk blijk je veel te dromen en je verhaal is een droom. Allemaal nogal tegenstrijdig.
Advies: de eerste alinea gewoon weglaten.
Groet Sa!

Geef een reactie

Avatar plaatshouder