Ik zette vanmiddag (6 augustus 2021) mijn TV aan en zag hoe tijdens de Olympische spelen in Tokyo, de landenploegen van springruiters streden om een plaats in de finale. Dat gebeurde in een tropische hitte. Ik had met de dieren te doen.

Hippische sporten vormen de enige Olympische onderdelen waarvoor dieren worden gedresseerd. Onze mannen in deftige oranje jasjes, joegen hun dieren in de zinderende hitte zo snel en zo goed mogelijk over de barricaden. Sommige paarden trokken het niet meer. Er gingen nogal wat hindernissen door hun toedoen naar de Filistijnen. Ruiters en paarden gingen languit en beten in het stof. Die eersten gunde ik dat van harte; de paarden vond ik heel zielig.
De oranje jasjes kan je stomen; de paarden niet.

Ik was nog heel jong toen ik zelf al een paard kreeg. Ik werd erop gezet en vastgehouden. Al snel mocht ik ‘los’ rijden. Ik had het ook razendsnel onder de knie. Ik bewoog mij op hoge snelheid in rondjes door de huispiste. Mij werd op dat moment een grote toekomst in de paardensport voorspeld; het CHIO in Rotterdam, bij voorbeeld.
Teleurstellend was echter het feit dat mijn eerste paard voor elke stoel, tafel of ander meubelstuk resoluut weigerde te springen en zelfs hindernissen bruut omgooide.

Ik kreeg vandaag een paardenflashback. Terug naar het prille begin van de jaren vijftig. Ik bekeek destijds de edele viervoeters met interesse, maar wel op gepaste afstand. De paarden van de groenteman, de schillenboer, de olieman en de putjesschepper parkeerden hun wagens voor de woningen van de klanten in de Planetenstraat (Hilversum).
Met verbazing zag ik hoe ze hun ‘benzine’ weg lieten lopen en eieren legden. Sommige paarden hadden een vijfde been. Dat riep vragen op. Mijn ouders wilden de functie niet uitleggen. De schillenboer deed dat wel: ‘die hangt er voor lul bij’.

Op een dag sloeg het paard Gijs, van de schillenboer, op hol. Hier dier had schuim op de lippen en stond hinnikend op de achterbenen. Ik liep de honderd meter in ‘10,6’. Dit was de oorsprong van mijn paardenfobie. Die is nooit meer genezen.

We leven anno 2021. Het is een tijd waarin per dag meerdere zwart rokende dieseltjes voorrijden om tot de, in de vorige avond tot 23 uur bij Bol.com, Amazon of Cool Blue bestelde goederen, de volgende dag al af te leveren. Haast! Haast!
We jachten en jagen deze nieuwe paardenkrachten over onze wegen. We vinden winkels te ver of te duur. Geduld bestaat niet meer. En het ergste: ik doe er zelf net zo hard mee.

Ik behoor nog tot de generatie van direct na de oorlog. In mijn nostalgische bui bedenk ik mij hoe bestelboekje van de Gruyter maandag werd opgehaald. De bestelling kwam vrijdag, bezorgd op een transport- of bakfiets. Als je al een ander pakje bezorgd kreeg, dan was dat met de post of, als het groter was, met van Gend en Loos, een verlengstuk van de spoorwegmaatschappij.

Ik denk met weemoed terug aan de prachtige Belgische knollen die voor, met een puntzijl afgedekte wagens, de straat in sjokten om bij winkels of (soms) particulieren goederen af bezorgen. Die zendingen waren via die Nederlandse Spoorwegen al een week onderweg. Er straalde een weldadige rust van uit. Van Gend en Loos paarden sloegen zelden op hol. Je mocht het paard een klontje geven of een wortel. Er hing een zak met geplette haver om de nek. Dat was alle brandstof voor dit vervoer. Geen ongelukken en geen panne. Minimale kosten.

In 1957 stuurde van Gend en Loos 400 paarden, een wereld-erfgoed, zonder pardon naar het slachthuis. Er werd een tijdperk afgesloten. Via slachten naar jachten en jagen. En nu worden er arme paarden met dat ‘jachten en jagen’ in Tokyo letterlijk over de kling gejaagd; als springvee, als draafvee of als danspassenmakers op muziek.
Dit ziende, denk ik verlangend terug aan die rustige, goed verzorgde knollen van van Gend en Loos.

Ik zou absoluut voor een revival van het Van Gend en Loos paard kunnen zijn. De mooiste Belgische knollen ingespannen, een kar met kap van zeil en daarachter de mannen met dat keurig oranje jasje op de bok. Dan zijn die ook nu eens nuttig!

Het is een flash-back, gevolg door een idee. ‘Maandag bestellen, vrijdag bezorgen’.
KNOL.com


Hans Schoevers

Flashbackpacker. Schrijver van columns; dikwijls met een knipoog naar vroeger. Tot december 2017 ook actief geweest als zanger/entertainer. Elts sprekt fan myn sûpen, mar nimmen fan myn toarst.

0 reacties

Geef een antwoord