Vandaag is het weer eens tijd om naar de kapper te gaan. Mijn nekharen krullen frivool langs de zijkanten van mijn nek lichtjes omhoog. Indien ik verzuim gaan acuut alle alarmbellen rinkelen op de tweede etage. Dat is me eerder voorgevallen en wil ik niet nog eens meemaken. Vooral de alarmbel van tuttebel Truusje Pluche die wil je niet horen. Zij is altijd de eerste die mij op mijn wapperend matje wijst. Verontwaardigd kijkt ze mij dan aan en steekt een kromme vinger op. “U moet dringend naar de kapper, er groeien krullen in uw nek!” Dat is de boodschap van Truusje Pluche en die komt hard aan.
Als ik de boodschap niet onmiddellijk opvolg dan zijn de rapen gaar. De hele tweede etage, vooral behuisd met vooringenomen tantes, moeit zich ermee. Al jaren beroepen de dames zich op de netste gang van Windzorg. En dat willen ze uiteraard graag zo houden, daar leven ze voor. Ik moet vandaag op bezoek bij onze eigenste Roy Donders van Windzorg. Zo noem ik onze huiskapper, die veel gelijkenis vertoont met de Tilbo. Behalve dat onze Roy een aantal jaartjes ouder is en minder glad.
Zodra ik in de kappersstoel neerplof steekt good old Roy van wal. Binnen enkele minuten ben ik op de hoogte van de laatste Windzorgroddels. Zo weet ik nu dat Truusje Pluche een foute cavia heeft gekocht. Dat Suzanne Bol de Honneur van Serooskerken last heeft van genante stemmingswisselingen. En dat ons eten vanaf volgende week wordt opgewarmd in de magnetron. Waar maakt iedereen zich in hemelsnaam druk om zou je zo zeggen. In een bejaardentehuis zijn er blijkbaar altijd zaken die op verhaal wachten. Good old Roy weet deze roddels meestal haarfijn te ontfutselen en ontknopen. Hoe hij dat voor elkaar krijgt is voor mij weer een raadsel. Een speciale gave van kappers, laten we het daar maar op houden.
Binnen nog geen vijf minuten liggen mijn witte krullen op de grond. Aan mij beleeft de kapper geen vreugd en ook geen verse roddels. Soms overweeg ik wel eens om misbruik te maken van de situatie. Ik overdenk dan welke roddel ik de Windzorgwereld in zou kunnen helpen. Totdat ik me realiseer dat roddels minder ernstig zijn dan de werkelijkheid. Hoe zouden we zonder roddels überhaupt kunnen dealen met die verschrikkelijke werkelijkheid? Nee, dat gemak gun ik de Truusjes Pluche en Suzannes Bol niet. Ik geef ze slechts de waarheid, hoe wreed die ook kan zijn.

3 reacties
Libelle · 23 november 2013 op 10:20
Al twintig minuten zit ik op Windzorgroddels te staren. Na de opmerkingen van Meralixe over ‘reageren’ durf ik dit wel te zeggen. Als bewoner van Windzorg ruilt de verteller de roddels van de bewoonsters in voor zijn waarheid, een roddel van hoger niveau. Dat geeft wat gelaagdheid aan het geheel maar het voedt het lezerspubliek niet, dat primair uit is op wat specifieker bejaardenperikelen. Ik wil pleiten voor een wat hoger geer en goor gehalte. Dat aggregatieniveau fietst er vanzelf in bij jou.
Bart Brompot · 23 november 2013 op 16:11
Ben het met Libelle eens: volgens mij zijn kapsalons alleen maar opgericht om plaatselijke roddels te delen en vormt het “kappen” slechts een excuus. Er liggen honderden roddels voor het oprapen. Moet je alleen even bukken Harry. Ik vind je stijl van schrijven wel lekker.
Blanchefort · 23 november 2013 op 21:27
Goed stuk. Goede titel. :yes: