Met een lege blik staarde ze naar het ziekenhuisfoldertje in haar handen. Haar ogen registreerden de woorden, maar op de een of andere manier leek het of haar brein was verworden tot een op zichzelf staande eenheid die niet meer verbonden was met haar oogzenuwen. Ze begreep niet wat er stond. Ze knipperde en las alles nog een keer, en nog eens. Uiteindelijk gaf ze het op. Het papier, dat ze met haar vochtige handen gedachteloos in elkaar had gefrommeld, verdween met een ongecontroleerde zwaai in een hoek. Een withete woede maakte zich van haar meester. Het was zo godvergeten oneerlijk. Waar had ze dit aan verdiend, juist zij? Waarom werd de ergste oorlogsmisdadiger honderd jaar en zij… Hete tranen persten zich tussen haar machteloos samengeknepen oogleden door.

Haar boosheid verdween net zo snel als hij gekomen was. Ze was zo moe. Wat had het ook voor zin zich kwaad te maken? Als ze met pure razernij de loop der gebeurtenissen een andere kant op zou kunnen duwen dan zou ze het doen. Dan zouden die zeven kilo’s die ze de laatste weken was afgevallen er vandaag alweer aan zitten. Dan voelde ze geen pijn.

Ze zuchtte diep en pakte haar telefoon. Zo gaat dat dus, dacht ze terwijl ze naar het apparaat staarde. Gisteren was ze nog gewoon zichzelf. Ze deed boodschappen, ze maakte eten, de alledaagse handelingen van normale mensen met een normaal leven. Vandaag was ze ineens bijzonder, een patiënt, serieus ernstig hoofdgeletterd Ziek. Hoe was dat mogelijk? Waarom was ze anders dan die vrouw van gisteren? Was ze wel anders? Gisteren was ze immers ook al ziek. In heerlijke onbezorgde onwetendheid, maar toch. Waarom was ze er juist vandaag achter gekomen? Waarom niet morgen, overmorgen, volgende week? Wat zou er gebeurd zijn als ze nooit naar die arts was gegaan? Bijna moest ze lachen om de naïeve gedachte die haar inviel. Ze had zojuist de oplossing ontdekt voor alle ziektes in de wereld. Ontsla elke dokter. Als er niemand is die je kan vertellen wat je hebt, mankeer je niets.

Ze koos een telefoonnummer. Aan de andere kant van de lijn werd bijna meteen opgenomen. Een vrolijke lach tinkelde haar tegemoet, een lach die ze zo goed kende, die ze zo intens liefhad. Ze probeerde niet opnieuw te huilen.

‘Lieverd? Met mama. Niet schrikken. Ik moet je iets vertellen.’


Janina

Janina de Kort (1975) is moeder, echtgenote en werker in de gezondheidszorg. Ze verbaast zich over de schoonheid, humor en ontroering in alledaagse gebeurtenissen en hoopt de lezer mee te kunnen nemen in haar eigen verwondering.

9 reacties

Meralixe · 25 september 2014 op 08:22

Hm…Vanaf de eerste alinea weet de lezer al wat er gaande is. Dit terwijl je terzelfdertijd dit gegeven gebruikt als thema om een spanning te creëren in de column.
Goed geprobeerd om in de huid van de moeder te kruipen maar het is bij enkele clichés gebleven die mij niet overtuigen. Het is ook geen gemakkelijk onderwerp om over te brengen op de lezer.
Hopelijk is er niets autobiografisch?

Hella Kuipers · 25 september 2014 op 09:15

Probeer geen enkele emotie te benoemen, kruip in het hoofd van de vrouw, “met een lege blik” is een opmerking van de schrijven, dat schept afstand. En geen “hete tranen,” dat is ook van de schrijver. Eigenlijk is dé oplossing voor alle schrijfproblemen altijd: kruip in de huid van het personage. Zoiets als method acting.

    Meralixe · 25 september 2014 op 09:33

    Zou het verhaal vertellen in de ik-vorm dan beter geweest zijn?

    Haha, nu snap ik uw kritiek op ‘Kalverliefde’ waar de ene keer de schrijver maar dan vervolgens de hoofdrolspeler aan het woord komt. Of het ene of het andere zou duidelijker geweest zijn.

Mien · 25 september 2014 op 09:25

Ik vind de titel niet zo sterk. Het persoonlijk maken van wat er gaande is en het niet echt benoemen daarvan vind ik sterk. In het eind van de column zit een nieuwe opening. Daar had ik iets meer mee gedaan.

troubadour · 25 september 2014 op 09:37

Ondanks de bovenstaande, ongetwijfeld terechte opmerkingen, vind ik het een indrukwekkende column.

pally · 25 september 2014 op 09:54

Ik merk als ik dit stukje lees, dat ik geneigd ben het in de tegenwoordige tijd te zetten, zodat ik er meer bij ben. Dan nog, misschien door al die vragen en het benoemen van emoties achter elkaar, lukt het mij niet er in mee te gaan.

Suus · 25 september 2014 op 18:10

Ik schreef voorheen, als het autobiografisch was ook in “ze” vorm. Dat zou je eens kunnen nalezen bij mijn vorige columns. Voor mij was dat nodig om afstand te nemen. Maar… het schepte bij de lezer ook afstand. Nu schrijf ik vanuit mezelf, ook al is een groot deel fictie, maar op de een of andere manier komt het wel “binnen”.
Ondanks het bovenstaande raakt het me wel hoor. ” Waarom was ze anders dan die vrouw van gisteren?” is heel herkenbaar en hoor ik vaak als mensen in je omgeving ineens ziek worden, terwijl iets soms al jaren woekert.

Ferrara · 25 september 2014 op 20:30

Ik was, na lezen, bijna opgelucht dat deze column is ingestuurd in de categorie fictie. Heeft mogelijk te maken met ervaring in eigen omgeving. Zo is er niets noemenswaardig, zo staat je wereld op zijn kop. Dat gevoel heb je op mij goed overgebracht.

Emlyn · 25 september 2014 op 20:32

Hallo allen,

Geen autobiografisch verhaal, maar wel ontleend aan mijn dagelijks leven waarin ik – ambtshalve – geregeld in aanraking kom met mensen die plotseling erg ziek blijken te zijn. Ik heb geprobeerd weer te geven wat dat (voor zover ik hoor) met mensen doet. Met wisselend succes, lees ik. Dank voor de leerzame feedback!

Geef een antwoord